HET DROOMDEBUUT VAN EEN OPTIMIST

Een neo-prof vertrok vanmorgen in de gele trui. Hij werd tweede in de proloog, achter winnaar Indurain maar passeerde de Spanjaard in de etappe van gisteren in het klassement door een bonificatiesprint te winnen. Alex Zülle, half Zwitser, half Nederlander, in Spaanse dienst. Een Tour-start als een droom.

In een hoek van de hotelkamer hangt oud-Tour-winnaar Luis Ocana tegen de muur. Hij is tegenwoordig chauffeur bij de Spaanse omroep Antena 3. Naast hem zit Marino Lejarreta, een Spaans idool van recentere datum, dat door een zwaar ongeluk dit jaar zijn loopbaan moest beëindigen. Zeker zestien Spaanse mannen, die allemaal betrokkenheid hebben met de Tour de France, omringen een 24-jarige Zwitser met een Nederlandse moeder. Hij wordt ondervraagd door een radio-verslaggever en antwoordt in goed Spaans. Het onderhoud heeft een opvallend serieuze toon. Niets duidt op een feeststemming. Totdat Alex Zülle de ban breekt. Hij is tenslotte op de dag van de verovering van de gele trui jarig. Ze zullen zo meteen aan tafel champagne drinken en chocoladetaart eten. Alex lacht en de Spanjaarden lachen met hem mee.

Lejarreta mag op zijn beurt aan de radioluisteraars vertellen wat hij van zijn vervanger in de ploeg vindt. Manuel ("Manolo') Saiz, de lobbes en ploegleider van Zülle, wordt in de discussie betrokken. Alex begrijpt er niet veel van. Gebiologeerd kijkt hij intussen naar de televisie waarop het sportjournaal beelden laat zien van de Tour, van Miguel Indurain en van Alex Zülle. Hij ziet zichzelf en kan het kan allemaal niet geloven. Het is een film, een droom. “Einfach super”, roept hij tegen binnengedrongen Zwitserse journalisten.

Hij is sinds de finish van de etappe in San Sebastian nu al bijna twee uur van interview naar interview gesleept. Als om vijf voor acht zijn ploegarts vraagt of Alex nog even voor de Baskische televisie wil verschijnen, toont hij voor het eerst zijn wil. Nee, hij heeft ze nu allemaal gehad. En om acht uur moet hij eten. De eerste irritaties van een kampioen. Vorig jaar had hij op de televisie gezien hoe Indurain tijdens de Tour dagelijks was bedolven onder journalisten. Hoe hield hij dat vol? Kon hij dat aan? Nu hijzelf als Tourdebutant al na twee dagen in de gele trui staat, ziet hij de positieve kant er van in. “Als je zo in de belangstelling staat als Indurain, moet je wel heel goed zijn. En dat is een heel fijn gevoel.”

Hij ziet zichzelf op de televisie op het erepodium. En hij moet lachen als hij ziet hoe gretig hij in de gele trui de rondemissen kust. Als op een film, als in een droom, die wordt verstoord als een verzorger hem twee pakketjes in doorzichtig plastic bezorgt. Hij kijkt er even naar: twee gele truien, ja grootste maat, een met korte en een met lange mouwen. Hij is niet ontspannen. Tegelijk Duits en Nederlands praten kost hem moeite. Hij luistert geconcentreerd naar de vragen, laat die op zich inwerken en zegt dan “okay, het zit zo”, alsof hij wacht op het startschot. Maar dan praat hij aan een stuk door. Duidelijk, filosoferend, grappend, vol vuur, als een repeteergeweer, zoals hij fietst zou je zeggen.

Hij vertelt tot in details hoe gespannen hij was geweest, zaterdag voor de start van de proloog met name. Hij had zich samen met Indurain warm gereden, later eerste en tweede. “Ik zei tegen hem: jij ziet er goed uit, jij rijdt goed straks goed. Toen zei hij: jij ziet er goed uit, jij rijdt straks ook goed. Dat gaf me zoveel zelfvertrouwen. Toen Indurain zo naast me reed was hij voor mij de beste wielrenner van de wereld. Zo'n aardige man, zo'n uitstraling.” Dat uitgerekend Indurain hem als laatste nog in tijd passeerde, was jammer, “maar tweede achter Indurain is super”.

Altijd moet ploegleider Saiz tegen hem zeggen: “Alex tranguillo.” Maar zaterdagavond begonnen Saiz en de anderen hem toch onder druk te zetten. “Twee seconden nog Alex en je hebt de gele trui.” En hij was zo gespannen geweest. Nee, niet serveus, want bang is hij nooit. En toen was aan de voet van een beklimming zijn ketting op het grote blad blijven hangen. Moest hij van de fiets om het probleem te laten verhelpen. Even verder scheurde zomaar de hele zool van zijn linker schoen af. Maar gelukkig had de ploegleider nog een paar schoenen in de auto. Gelukkig was het zijn maat.

Saiz is niet het prototype van een ploegleider. Hij moet zo rond de veertig zijn. Hij oogt als een aardige broer. Hij praat zacht. In Spanje wordt hij op handen gedragen. Vroeger was hij bondscoach van de amateurs. Hij kan goed met jonge renners omgaan. Vorig jaar lanceerde hij Melchor Mauri als winnaar van de Ronde van Spanje, nu Alex Zülle. Onder hem is de ONCE-ploeg uitgegroeid tot een van de sterkste van Europa. Met de miljoenen die ONCE uit de loterij ten behoeve van visueel gehandicapten haalt en vervolgens investeert in bijna 150 ondernemingen als een radio- en tv-kanaal, een onroerend goed maatschappij en een profwielerteam, kan hij renners opleiden en buitenlandse renners aantrekken, zoals Jalabert, Louviot, Hodge en Zülle.

Saiz geniet van een type als Zülle. “Alex kan afzien, heeft een mentaliteit om te winnen. Hij is erg sterk en strijdvaardig. Ik moet hem in toom houden. Maar dat lukt, want hij luistert goed. Hij heeft veel geleerd sinds hij in september bij ons kwam. Gelukkig spreekt hij nu ook Spaans. Hij ziet in wat hij moet doen om te slagen als wielrenner.”

Iedereen die zich betrokken voelt bij Zülle, is bang dat hij te veel wil, altijd hard wil fietsen, wil winnen. “Je moet hem met een lasso van de fiets halen”, meent een Zwitserse journalist. Saiz zegt: “Hij weet precies hoeveel wedstrijden hij moet rijden, hoeveel hij moet trainen en hoeveel hij moet rusten. Alex is in de Tour om te leren. Na een week mag hij naar huis. Het zou goed voor hem zijn als hij ten minste één Alpen-etappe rijdt, maar twee is voor hem nog te zwaar. De gele trui houdt hij niet lang. Maar ik ben gelukkig. Nog nooit heeft een renner van mijn ploeg de gele trui gehad.”

Zülle geeft toe dat hij een overmoedige indruk maakt. Maar smijten met zijn krachten doet hij echt niet. “Ik heb maar negen dagen in de Vuelta meegereden. Ik werd ziek. Misschien omdat ik niet gewend was zo'n lange wedstrijd te rijden. Ik zou dit jaar eigenlijk alleen kleine ronden rijden. Totdat Lejarreta wegviel en Saiz vroeg of ik me goed genoeg voelde voor de Vuelta. Maar alleen als ik me goed voelde, mocht ik mee. Want hij weet dat ik altijd voluit rijd. Toen ik thuis kwam moest ik drie weken rustig aan doen. Een week een uurtje per dag trainen. Toen de ronde van Asturië, toen weer een week rusten, dan weer voluit trainen. Van Saiz moet je nooit lang trainen, kort en hard. 's Winters doe ik een maand niks. Geen baan, geen cross. Rusten om op te laden.”

Alex Zülle beschikt over een aanstekelijk gemoed. Optimist. Hij leeft van dag tot dag. Alles is mooi en super. “Ik kan over mijn grenzen gaan. Ik kan bijten en lijden. Maar ik geloof niet dat je me straks in Parijs ziet.” Het zou wel jammer zijn, eigenlijk. Want hij geniet elke dag, en wil nog meer genieten. “Die mensen langs de weg. Allemaal schreeuwen ze wat en ze klappen. Het zoemt urenlang langs je hoofd. Zo'n organisatie als de Tour. Wat een wereld. Zoveel mensen die erin meegaan. Wat geweldig, wat mooi.”

Hij woont in Wil, bij Sankt Gallen. Zijn vader is Zwitser, zijn moeder is Nederlandse, komt uit Steenbergen, waar Alex nog regelmatig met zijn nichtjes het café in stapt. Als een Zwitser genoot hij als jongen van skiën. hij was goed in de afdaling, maar nog beter in een reuzeslalom. Toen er in de winter van 1985 slechte ski-omstandigheden waren, besloot hij zich toe te leggen op wielrennen. Hij vroeg op advies van vrienden een licentie aan en werd in zijn tweede wedstrijd, een bergtijdrit, tweede. Zülle ontwikkelde zich tot een van de beste amateurs van zijn land, won de ronden van Luxemburg, Noordoost-Zwitserland, de prestigieuze GP Wilhelm Tell en droeg vorig jaar in de Ronde van Biskaje, Noord-Spanje, een dag de leiderstrui. Saiz zag de Zwitser rijden en vroeg hem bij ONCE te komen rijden.

In een van zijn eerste wedstrijden, de ronde van Catalonië, september vorig jaar, werd hij derde achter de grootheden Delgado en Indurain. In de eerste wedstrijd van het seizoen werd hij maar net in de ronde van Sicilië door Argentin van de eindzege afgehouden. Maar de Catalaanse week won hij. En het zou niet de laatste grote prestatie blijven. Alex Zülle tuurt door zijn merkwaardige bril naar het televisiescherm in de hoek van de hotelkamer. Weer beelden van de Tour. Hij ziet de grote favorieten: Indurain, Bugno, Chiappucci, Breukink. Hij zal nog zeker drie, vier jaar moeten leren. Misschien zal het altijd een droom voor hem blijven, de Tour winnen. Maar het leven is voor hem al één grote droom.