Harmonisatiewet heeft averechts effect

ROTTERDAM, 6 JULI. De Harmonisatiewet in het hoger onderwijs, bedoeld om de studieduur te beperken, is gedeeltelijk mislukt. Zo heeft de invoering van deze wet mede geleid tot een sterkere groei van het aantal "stapelaars': studenten die met een diploma van een hogeschool op zak nog een universitaire opleiding volgen. De bedoeling was dat dit aantal juist zou verminderen.

Dit blijkt uit het onderzoek dat het Enschedese Centrum voor studies van het hoger onderwijsbeleid (CSHOB) in opdracht van minister Ritzen (onderwijs) deed naar de effecten van de Harmonisatiewet. Volgens de onderzoekers heeft de verplichting die de wet aan universiteiten stelt om studenten met een diploma van een hogeschool een korter onderwijsprogramma aan te bieden, averechts gewerkt.

De Harmonisatiewet, die het recht van de student op gesubsidieerd hoger onderwijs beperkt tot zes jaar - daarna moet hoger collegegeld worden betaald - werd in 1988 ingevoerd. Sinds de invoering groeide het aantal "stapelaars' fors: ruim 6.000 van de universitaire eerstejaars in het huidige studiejaar, 17 procent van het totaal, heeft een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs achter de rug. In 1988 waren dat zo'n 3.000 (8,6 procent). Zonder stapelaars zou het aantal eerstejaars aan de universiteiten vanaf 1988 aanzienlijk zijn gedaald.

Studenten beginnen vooral aan een tweede universitaire studie omdat ze menen daardoor een betere kans op de arbeidsmarkt te hebben en wegens de maatschappelijke status die aan de academische titel is verbonden. De onderzoekers verwachten niet dat de maatregelen die Ritzen voor ogen staan om het stapelen te beperken afdoende zullen zijn. Die maatregelen zijn het schrappen van de wettelijke verplichting om korte opleidingen aan te bieden en het beperken van het recht op een basisbeurs tot vijf jaar hoger onderwijs.

Volgens de onderzoekers blijven er stapelaars zolang in het hoger onderwijs hogescholen en universiteiten naast elkaar blijven bestaan en alleen aan academici een titel met maatschappelijke status wordt verleend. Uit het onderzoek blijkt overigens dat de helft van de stapelaars aan de universiteiten ook in het voortgezet onderwijs een indirecte leerweg heeft gevolgd.

De Harmonisatiewet heeft door beperking van het recht op gesubsidieerd hoger onderwijs waarschijnlijk wel geleid tot lagere uitgaven voor onderwijs en studiefinanciering. Hoeveel precies hebben de onderzoekers niet kunnen achterhalen.

Het afschaffen van de verlenging van de inschrijvingsduur bij het veranderen van studierichting in de propaedeuse heeft geen kleiner aantal omzwaaiers tot gevolg gehad. Volgens het CSHOB, dat bij het cijfermateriaal enige slagen om de arm houdt, zijn dat er bij de hogescholen bijna 4.000, ongeveer evenveel als voor de invoering van de wet. Ook aan de universiteiten blijft dat aantal betrekkelijk constant: jaarlijks beginnen zo'n 3.000 studenten aan een andere propaedeuse.

Het aantal "doorstromers' is ondanks het verdwijnen van het recht op extra inschrijvingstijd evenmin afgenomen. Jaarlijks stappen er in de loop van de propaedeuse zo'n 1.500 studenten van de universiteit over naar de hogeschool. Vanuit de hogescholen komt een groeiend aantal studenten met de propaedeuse op zak naar de universiteiten. In 1988 stapten 550 studenten over. Dit studiejaar begonnen ruim 1.400 studenten na een hogeschoolpropaedeuse aan hun universitaire studie.