GIULIANO AMATO; Discreet en zachtaardig

ROME, 6 JUNI. Zal dottore sottile, meneer subtiel, Italië uit het moeras kunnen halen? De 54-jarige Giuliano Amato, die dit weekeinde het fiat kreeg van het Italiaanse parlement, staat bekend als een discrete, hoffelijke man met een grote aandacht en liefde voor details.

Tegelijkertijd is hij een kundig econoom en een deskundige op het gebied van het staatsrecht - twee belangrijke kwaliteiten nu economische sanering en politieke hervorming bovenaan de agenda staan. De grote vraag is alleen of hij genoeg politieke kracht heeft om lang te overleven.

Qua persoonlijkheden is er nauwelijks een groter contrast denkbaar dan tussen Amato en zijn beschermheer Bettino Craxi. Amato is zachtaardig, in zichzelf gekeerd en iemand die niet snel de confrontatie zal zoeken. Hij lijkt meer op zijn plaats in zijn hoogleraarschap constitutioneel recht aan de universiteit van Rome dan als premier. Craxi daarentegen is een politiek dier, een geslepen onderhandelaar en iemand die vaak het juiste moment vindt om met de vuist op tafel te slaan.

Amato is premier geworden omdat Craxi niet mocht, van de christen-democraten en de ex-communistische Democratische Partij van Links (PDS). Het is de omgekeerde situatie van bijna tien jaar geleden: van 1983 tot 1987 was Craxi de premier en Amato de man die hem als staatssecretaris van de premier veel, heel veel heeft ingefluisterd. Nu is Craxi de man achter Amato, iemand die hem kan helpen bij het "vuile' politieke werk.

De nieuwe premier zal het nodig hebben, want bij de vertrouwensstemmingen eind vorige week in Senaat en Kamer bleek dat hij op een zeer kleine meerderheid steunt. Maar hij maakte daarbij duidelijk dat hij zal lonken naar de oppositie. Het economische saneringsprogramma dat hij gisteren heeft aangekondigd, is bij voorbeeld vrijwel precies waar de kleine Republikeinse partij om roept. En de PDS hield hij een historische uitspraak voor dat het onzin zou zijn om geen paraplu op te steken als de communisten zeggen dat het regent. “Ik hoop dat wanneer deze regering waarschuwt voor regen, men zich op dezelfde manier gedraagt.”

Amato heeft als minister van schatkist tussen 1987 en 1989, in de kabinetten Goria en De Mita, gedetailleerde kennis opgedaan van de problemen met het begrotingstekort, maar heeft daarbij met lede ogen moeten constateren hoe van zijn saneringsplannen niets terecht kwam wegens gebrek aan politieke wil.

Ook een ander geesteskind van hem, de bankwet uit 1990, heeft minder opgeleverd dan was verwacht. Amato zei toen dat de wet was bedoeld om beweging te brengen in het “versteende woud” van de Italiaanse bankwereld, om haar beter voor te bereiden op de internationale concurrentie. De wet heeft tot minder fusies en reorganisaties geleid dan Amato had gehoopt.

De gedachte achter de bankwet is terug te vinden in de oproep die hij heeft gedaan tot een grotere en opener concurrentie. Amato constateert dat het hoge prijsniveau in Italië voor een deel het gevolg is van het ontbreken van concurrentie. Soms is er binnen Italië een soort monopolie ontstaan, in andere gevallen houden wetten en verordeningen de buitenlandse concurrentie buiten de deur. In zijn strijd tegen de inflatie zal het vergroten van de concurrentie een van zijn belangrijkste wapens zijn.

Net als president Oscar Luigi Scalfaro, in wie hij een bondgenoot lijkt te hebben gevonden, is Amato iemand van onbesproken gedrag waar het corruptie betreft. In 1982 werd hij door zijn partij naar Turijn gezonden nadat daar een corruptieschandaal was uitgebroken. Een paar maanden geleden was het Amato die schoon schip moest maken in de socialistische partij-afdeling van Milaan nadat het corruptieschandaal daar aan het licht was gekomen. Zijn benadering daarbij wijkt af van die van veel partijgenoten, die vaak praten over een complot tegen de partij of zeggen dat anderen net zoveel boter op hun hoofd hebben. “Mensen hebben er recht op ons te vragen waarom er zoveel dieven opgroeien in onze partij,” zei Amato.

Amato is al in 1958 partijlid geworden, maar heeft het grootste deel van zijn carrière buiten het partij-apparaat doorgebracht. In de jaren zeventig leidde een conflict over de ideologische koers tot een openlijke aanvaring met Bettino Craxi, die de macht binnen de partij had overgenomen. Een paar jaar later volgde de verzoening, en in 1983 werd Amato voor het eerst in de Kamer gekozen, om meteen daarna in het kabinet de rechterhand van Craxi te worden.

Bij de presentatie van zijn kabinet heeft Amato duidelijk gemaakt dat hij zijn reputatie van dottore Sottile eer zal blijven aandoen en niet voor een sanering met de botte bijl zal kiezen. Hij beloofde snel, streng en rechtvaardig te zullen optreden. “We moeten het schaap scheren en niet gaan slachten.”