Gemiddeld

Asociaal wordt de familie Flodder genoemd. Vandaar dat de plaatselijke wethouder en de hele buurt zo opgelucht zijn wanneer Ma en haar kinderen naar Amerika vertrekken. Maar nu de zes Flodders naar het buitenland zijn verplaatst, wordt voor mij plotseling iets duidelijk. Ze zijn helemaal niet asociaal, ze zijn gemiddelde Nederlanders.

Flodder in Amerika, de tweede film die regisseur Dick Maas over zijn grofbesnaarde volkje maakte, opent mij de ogen. Het is helemaal geen verhaal over asociale mensen, maar een relaas over hoe een stel Nederlanders zich ergens een weg weet te banen. Net zoals ze dat thuis ook doen. Toegegeven: Ma Flodder, die vorstelijke creatie van Nellie Frijda, is een tikkeltje overdreven, met die rubberlaarzen en die sigaar. Maar er lopen hier honderden van die bijna-naakte meisjes zoals dochter Kees op straat, met een uitdagende uitdrukking op hun gezichten. En oudste zoon Johnny, met zijn spieren en zijn blonde kuif, kom je ook overal tegen.

En dan die ongemanierdheid van alle zes. Als buitenlander valt het je meteen op wanneer je in Nederland komt wonen. Kinderen die maar niet stil willen zitten en die een grote mond hebben. Grote honden die altijd mee moeten. Geen aandacht voor de medemens, geen ruimte voor fatsoenlijk gedrag op straat, in winkels, in het openbaar vervoer, op feesten. Als je niet snel je ellebogen leert inschakelen en het niet kunt opbrengen je tere ziel te beschermen met een laagje brutaliteit, kom je tussen de Nederlanders nergens.

In het dagelijks leven vond ik die onbeschofte Nederlanders tot nu toe alleen maar vervelend. Op het witte doek hebben ze echter een aantrekkingskracht die het gevolg is van de manier waarop ze New York weten te veroveren. Voor mij heeft Flodder in Amerika een boodschap: probeer die brutaliteit van de Nederlanders te leren waarderen. Dick Maas, die altijd beweert dat je boodschappen bij Albert Heijn moet halen en niet uit zijn films, zal dat natuurlijk tegenspreken.