Fransen beleven zomerse herhaling van "mei 1968'

PARIJS, 6 JULI. “Het vertrouwen in het openbaar bestuur en in de vakbonden verdwijnt. De burgers zijn niet geïnteresseerd in collectieve actie, niet alleen in Frankrijk, maar in de meeste grote democratieën. Maar demagogen moedigen de ene keer boeren aan, zelfs als ze de straten blokkeren, een andere keer artsen en dan weer de vrachtautochauffeurs. En daarmee moedigen ze uiteindelijk het "poujadisme' aan.”

De Franse premier Pierre Bérégovoy, die deze analyse ten beste geeft in een vraaggesprek met een Frans zondagsblad, staat drie maanden na zijn benoeming voor zijn eerste grote krachtproef: ondanks alle pogingen tot overleg, onderhandelingen met vakbonden en werkgevers, en enkele reële concessies over de toepassing van het omstreden puntenrijbewijs duren de blokkade-acties van de "routiers' voort, terwijl de boeren in het zuiden die hun perziken niet meer kwijt kunnen, treinen blokkeren. De chaos wordt steeds groter - “Mei 1968 in volle zomer”, schreef "Le Figaro' zaterdag in een hoofdartikel.

Waar komt dit gevoel van "ras-le-bol' - zoals de Fransen "het zit me tot hier' zeggen - vandaan, dat in Frankrijk periodiek om zich heen grijpt? In een vraaggesprek met "France Soir' verklaart de socioloog Michel Crozier het fenomeen met het natuurkundige begrip "resonantie', het antwoord van de omgeving op een trillingsbron: het centralistische, gebureaucratiseerde bestuur waarvoor “de Franse samenleving als geen ander bevattelijk” zou zijn.

“Alles wordt overgelaten aan de centrale staat, en aan de regering en als deze zwak is, versnelt alles zich”, aldus Crozier. “Omdat de invoering van het puntenrijbewijs niet goed is voorbereid, staat de regering nu zwak tegen het verzet van de vrachtwagenchauffeurs. In een gecentraliseerd systeem wordt alles aan de top gedaan en zó abstract dat het het zicht op de realiteit wegneemt.”

Dit verschijnsel trad ook aan de dag bij het protest van de boeren tegen de hervorming van de Europese gemeenschappelijke landbouwpolitiek, dat aan de blokkade-acties van de chauffeurs voorafging. De Franse boeren is uit en te na uitgelegd dat de EG haar landbouwbeleid moest bijstellen, onder andere - maar niet uitsluitend - om een akkoord mogelijk te maken in de Uruguay-ronde van het vrijhandelsoverleg in het kader van de GATT. Na eindeloze besprekingen in Brussel, waarbij de Franse boerenorganisaties vrijwel rechtstreeks meeonderhandelden, kwam een akkoord tot stand, waarmee de minister van landbouw en de professionals van de gevestigde Franse landbouworganisaties zich zeer tevreden toonden.

Niettemin brak de "colère' uit, vlak voordat het definitieve akkoord in Brussel werd ondertekend. Ondanks alle informatie die vooraf was gegeven, ondanks de verzekering van de experts dat de boeren er in hun inkomen niet op achteruit zouden gaan, ondanks toezeggingen dat de regering eind juli met een "aanpassingsplan' komt, gingen duizenden boeren met tractoren de straat op. Hoewel de aangekondigde "blokkade van Parijs' op een mislukking uitliep, zorgde de overtrokken publiciteit voor een grote "resonantie'.

Pag.5: "Frankrijk kan niet besturen'; "Solidariteit tussen de burgers bestaat niet langer'

Tegenover de emotionaliteit van de colère blijft premier Bérégovoy de redelijkheid plaatsen. Hij legde dit weekeinde nog eens uit waarom het puntenrijbewijs - steen des aanstoots voor de blokkerende routiers - moet worden ingevoerd (“men speelt niet met het leven en met de veiligheid”) en waarom Frankrijk tot ongenoegen van talloze boeren heeft ingestemd met de hervorming van het Europese landbouwbeleid (“wij moeten de cohesie met de Europese partners handhaven met het oog op de GATT-onderhandelingen”). Maar het lijkt of de premier met zijn verklaringen en zijn beroep op moed en gezond verstand (“het enige wat in de politiek en het leven telt”) niet tot hart en ziel van de Fransen doordringt.

Een schrijver in Le Figaro betoogt dat de Fransen niet meer geloven in de autoriteit van de staat. Hij wijt dat - niet erg verrassend voor een krant die de Parti Socialiste dag in dag uit bestookt - aan het “uiteenvallende socialistische regime”. Hij besluit zijn betoog naar goed Frans gebruik met een citaat: “Als de volkeren geen respect meer hebben, gehoorzamen ze niet meer.” Maar deze wijsheid van de achttiende-eeuwse polemist Rivarol die tegen de Revolutie te keer ging, lijkt wat te gemakkelijk om de Franse autoriteitscrisis te verklaren - daarvoor is ze al te lang gaande.

Voor het oplossen van de blokkades door de routiers, die hun actiemodel hebben afgekeken van de boeren - spelen praktische omstandigheden een belangrijke rol. De regering in Parijs, of ze nu socialistisch is of niet, kan moeilijk onderhandelen met een kleine 20.000 chauffeurs die niet of nauwelijks georganiseerd zijn en met hun "wilde acties' maar één ding willen bereiken: intrekking van het puntenrijbewijs. In een land waar vorig jaar bijna 10.000 doden en ruim 200.000 gewonden in het verkeer vielen, kan daarvan - drie jaar nadat de wet op de invoering van het puntenrijbewijs door het parlement werd goedgekeurd - geen sprake zijn. Dat zou immers een capitulatie betekenen voor wat Bérégovoy beschouwt als het "poujadisme' van een corporatistische belangengroep.

Maar de regering beschikt niet over machtsmiddelen om de weg vrij te maken. Zelfs het Franse leger heeft niet voldoende zwaar materieel om alle vrachtwagens weg te slepen. Bovendien zou de beëindiging van de grotere blokkades met politie- of militair geweld, als het al volledig succes zou hebben, tot gevolg hebben dat overal elders nieuwe blokkades ontstaan. De regering kan weinig anders doen dan "warm en koud blazen' en hopen dat de protesterende chauffeurs hun acties bij gebrek aan resultaat beëindigen.

De regering heeft zich bij monde van de minister van sociale zaken en verkeer, Jean-Louis Bianco, uitgesproken voor verbetering van de sociale wantoestanden bij het Franse wegtransport. Een inderhaast georganiseerde tripartite conferentie met werkgevers en vakbonden liep zaterdagochtend echter op niets uit. De problemen - zoals lange werktijden, lage aanvangssalarissen - zijn te gecompliceerd om binnen 24 uur te kunnen oplossen, en de vakbonden vertegenwoordigen slechts een klein deel van de beroepschauffeurs, de "slaven van vandaag', zoals president François Mitterrand vorige week zei.

Voor de regering is er geen alternatief dan wat premier Bérégovoy de "collectieve actie' noemt, maar de dialoog wordt moeilijk als de "demagogie' niet alleen de automobilisten, maar ook fruittelers, treinreizigers en het toerisme benadeelt en de ene actie de andere uitlokt en chaos steeds groter wordt.

De officiele boerenorganisaties als de FNSEA (700.000 leden) en het CNJA zijn officieel gekant tegen manifestaties die met verstorig van de openbare orde gepaard gaan. Hetzelfde geldt voor de grote belangenorganisaties in het wegtransport, UNOSTRA en FNTR. Maar de leden luisteren niet meer naar hun leiders.

“Het syndicalisme is in discrediet”, zegt Jacques Dupeyroux, hoogleraar in de rechten en specialist in sociale zaken. En: “Solidariteit tussen de burgers bestaat niet langer. Solidair zijn betekent tegenwoordig dat je geld geeft voor charitatieve doeleinden.” Volgens Dupeyroux beschouwen de meeste Fransen de protestmanifestaties als “simpele verwikkelingen”, waarbij zij zich hebben aan te passen.

De bekende socioloog Alain Touraine deelt deze opvatting, maar gaat iets verder. In een interview met Le Figaro zei hij: “Frankrijk lijdt al dertig jaar aan een chronische ziekte: het onvermogen te onderhandelen, om veranderingen te besturen. Het openbaar bestuur ziet de sociale realiteit niet - het woord "sociaal' is een terra incognita waarvoor niemand zich intereseert. Het gevolg is dat "het sociale' in ons gezicht ontploft.”