Festival liet veel goede slagwerkers horen; Dynamite Show: swingende mengeling van oud en nieuw

Concerten: Slotavond van het Drum Rhythm Festival met o.a. drummer Max Roach, de Kid Dynamite Suite van saxofonist Hans Dulfer en The Harper Brothers. Gehoord: 4/7 de Kleine Komedie en Tuschinski, Amsterdam

Goede slagwerkers zijn er op Drum Rhythm in elk geval genoeg geweest. Trilok Gurtu in het trio van John McLaughlin, de slagwerksectie van het Conjure-projekt, Mark Mondesir bij pianist Julian Joseph en Mark Johnson bij zangeres Abbey Lincoln, om er slechts enkelen te noemen. Op de slotdag van het festival kon de lijst met drie namen worden uitgebreid: Max Roach die een perfecte solo-show gaf, Eddy Veldman die een alerte rol in het Kid Dynamite-project van Hans Dulfer speelde, en Winard Harper, co-leider van het Harper Brothers sextet.

De oudste en meest gerespecteerde van allen is zonder twijfel Max Roach (67) die verraste met een zeldzaam ontspannen solo-act. Toen na een half uur alle mogelijkheden van het drumspel leken te zijn beproefd, begon de show eigenlijk pas. Roach liet een kale snaredrum vóór op het podium zetten, pakte zijn brushes en veegde gedecideerd de vooroordelen weg die er ten aanzien van drummen nog altijd bestaan. Dat keihard spelen het mooist zou zijn, dat er vooral gezweet zou moeten worden, dat drummen en denken niet samen zouden gaan. De minimale boodschap had een maximum aan effect en vanaf dat moment liet Roach niet meer los. In een 'drum along' oefening op basis van het oude stuk Mop Mop liet hij zijn gehoor aan den lijve voelen dat langzaam klappen (drummen) veel moeilijker is dan snel. Met South Africa goddamn, een 'invention' uit 1975, een solo alleen op de hi-hat en een kostelijke quasi-blues besloot hij zijn optreden waardig en niet zonder humor.

Winard Harper, een van de jongste slagwerkers van het festival, kan ook drummen en presenteren maar heeft daarbij zijn groep niet mee. Het zal wel liggen aan de muziek die de groep tot leven wil brengen, de hardbop uit de jaren '50, dat onwillekeurig ook de poses en de kledij uit die tijd worden geïmiteerd. In elk geval is er voor het oog aan de Harper Brothers niets te beleven en wat de muziek betreft tamelijk weinig. Natuurlijk heeft broertje trompettist Philip een prachtige toon, zoals hij bewees in de ballad P.S. I love You. En uiteraard is het voor een keertje best aardig het opgewekte Dat There van Bobby Timmons nog eens te horen. Maar voor de kunst is de hardbop revival van The Harper Brothers net zo belangrijk als een geslaagde Elvis Presley-imitatie.

Ook tenorsaxofonist Hans Dulfer gaf geschiedenisles, maar op een heel wat pakkender manier. Kid Dynamite Suite is de wat ongelukkige titel van een show waarmee het obscure bestaan van de in 1963 overleden Surinaamse saxofonist Arthur Parisius wordt herdacht. Vóór het doek opengaat klinkt een krakende radio-opname uit 1955 met de enige muziek die er van deze legendarische 'Kid' overgebleven is. Dan verschijnt er, met over zijn hoofd een capuchon, een rapper op het toneel. Hij voert een saxofoon in een verlichte glazen koffer met zich mee en zet die op het toneel. Het doek gaat op en dan volgen de acts elkaar snel op: een zeer swingend Surinam Music Ensemble, een door Chiel Meijering geïnstrueerd Amsterdams Saxofoonkwartet en een voetvlugge tap-dancer. Dat oude stukken niet per se saai hoeven te zijn bewijzen Dulfer c.s. met het uit 1945 daterende Bebop, het stuk dat de stijl zijn naam gaf. Gespeeld met keyboards en elektrische gitaren, instrumenten die er toen niet bij waren. Want dat heeft Dulfer als artiest voor op de Harper Brothers en tientallen jongens zoals zij: hij leeft in het heden, hij speelt niet op aanwijzing van een archivaris. En dat maakt zijn Dynamite Show ook zo aardig, dat mengsel van oud en nieuw, gevat in een smakelijk kader. Voor een museum misschien niet zo geschikt, maar voor een schouwburg des te meer.