Een requiem als een bonte lappendeken

Voorstelling: Neushoorns in juli. Regie en spel: Daphne de Bruin, Don Duyns, Paul Feld, Jeroen Kriek, Rob de Kuiper, Carina Molier, Bob Ruijzendaal, Tonny Vijzelman en Kathenka Woudenberg. Gezien: 3/7 Amfitheater in Amsterdam. Nog te zien aldaar t/m 25 juli

Ze zijn met zijn negenen en ze doen allemaal alles: spel en regie. Dat leidt bijna automatisch tot een lappendeken van ideeën, stijlen en scènes, en dat is Neushoorns in juli dan ook geworden. Een bonte, vrolijke deken, en als je beter kijkt zie je mooie en lelijke stukjes stof. Leidraad is Mozarts Requiem geweest, maar dat is wat de vorm betreft maar een dun draadje, af en toe klinkt er een stukje als begeleidende muziek bij een feestje, of een dansje. Inhoudelijk wordt er ook verband gesuggereerd: een requiem hoort bij de dood, bij afscheid dus, en daar willen de negen het over hebben: “Dit was een zomer vol afscheid van vertrouwde dingen.”

Waarvan nemen wij afscheid? Deze negen theatermakers worden onveranderlijk als "jong' aangeduid, maar wie al bijna vijfendertig is voelt zelf wel dat het tijd wordt om van dat woord afscheid te nemen. Dat is alvast één afscheid. Verder zijn er altijd dingen die verdwijnen. Neem nu de neushoorn, die wordt met uitsterven bedreigd. Nog een afscheid. Er worden mensen vermoord in de wereld, door griezelige moordenaars. Er woeden oorlogen. Soms gaat er zo maar iemand dood. Zo vindt er allerlei afscheid plaats en in sommige scènetjes komt de neushoorn dan ook even te voorschijn, in een ander doet iemand een oorlogsverslag, citeert men uitspraken van moordenaars, wordt er gevochten of gestorven.

Het zou overdreven zijn om aan deze kleurige, met veel enthousiasme en inzet gemaakte voorstelling een al te zware betekenis te hechten. Wie dolgraag wil interpreteren kan wellicht met veel moeite het thema in elke scène ontdekken, maar dat zou meer diepgang suggereren dan er is. Wat er aan tekst wordt uitgesproken is niet indrukwekkend of diepgravend, al worden er soms vervelende zwaarwichtigheden gedebiteerd om de luchtigheid een achtergrond van verontrusting te geven.

Het beste zijn de scènes waarin niet gepretendeerd wordt dat er heus wel ernstig wordt nagedacht over de hele wereld, de toekomst, het verleden en de dood. Juist als het actuele en het belangwekkende van wat men doet en zegt niet benadrukt wordt, verandert alles wat er gebeurt in achteloos commentaar op hoe het toegaat in de wereld. Iemand die zittend in een ijskast zwoele reclametaal uitslaat, een groepje dat wel tien stellingen ("marathonlopen is een vorm van filosofie'; "de doodstraf is de oplossing voor het cellenprobleem' "mannen zijn ongenuanceerder dan vrouwen') in razende vaart en steeds volgens het zelfde stramien bediscussieerd - zulke momenten zijn de aardigste.

Een revue op een requiem van negen mensen die al het een en ander gedaan hebben en nog veel meer zullen gaan doen. Het is een vitaal idee en het wordt vitaal gebracht. Wie op een zomerse avond langs de paviljoenen van het voormalige Wilhelmina Gasthuis loopt naar het eenvoudige gebouwtje dat nu zo wijds Amfitheater heet, kan een aardige voorstelling bijwonen in de pauze van het seizoen.