Economie niet langer centraal in campagne Bush

WASHINGTON, 6 JULI. Als een geboren gentleman heeft president Bush er altijd op vertrouwd dat de vrije krachten van de natuur hem een handje helpen. Economisch herstel vormde de kern van zijn herverkiezingscampagne. In zijn toespraken voer hij uit tegen de door “eindeloze opiniepeilingen, vreemde talkshows en idiote praatgroepen op zondag” gecreëerde misverstanden. De economie groeide toch maar, hield hij vol.

Afgelopen donderdag moest hij toegeven dat de groei van de werkloosheid van 7,5 procent in mei tot 7,8 procent in juni geen goed nieuws was. Hoewel het aantal banen vorige maand met bijna een half miljoen groeide, is de werkloosheid per saldo gestegen door studenten en afgestudeerde academici die op de arbeidsmarkt kwamen.

Bush en zijn campagnestrategen hebben nu besloten van onderwerp te veranderen en de economie te laten voor wat zij is. Hij wil het nu vooral hebben over morele waarden en sociale issues. Het Congres krijgt de schuld van de slechte economie, omdat het zijn minimale plan voor groei niet wil accepteren.

In het verkiezingsjaar 1988 scoorde Bush met een campagne voor "de Amerikaanse vlag'. Maar de kiezers zijn minder geïnteresseerd in het behoud van Amerikaanse normen en waarden als hun bestaanszekerheid wegvalt. Ook indien de economie in de huidige slakkegang blijft groeien, is er geen krachtig herstel voor november. Alleen in het Midden-Westen is de werkloosheid beneden het nationale gemiddelde. In de grootste staat, Californië, is de werkloosheid 9,5 procent, de tweede staat, New York, heeft 9 tot 11 procent, de nummers drie en vier, Texas en Florida, respectievelijk 8,2 en 8,5 procent. Dit viertal heeft meer dan de helft van het aantal benodigde punten om de presidentiële verkiezingen te winnen. Met name Californiërs zijn heel bitter over Washington. Zelfs werk helpt niet altijd, want bijna een vijfde van de werkenden kan niet van zijn volledige baan leven.

President Bush zegt terecht dat hij de huidige recessie niet sneller kan beëindigen. Overheid, bedrijven en burgers gaan nog steeds gebukt onder zware schuldenlasten na de dolle jaren tachtig. Renteverlaging van de centrale bank werkt wel, want dat versnelt de afbetaling.

Keynesiaans stimuleren door een belastingverlaging of een uitgavenverhoging werkt niet als vroeger, omdat de overheidsschuld 400 miljard dollar bedraagt. De overdrachtsuitgaven stijgen al autonoom door de slechte economische tijden. Stimulering heeft pas effect als de economie is hersteld, maar belastingverhoging kan remmend werken op het magere groeitempo.

Het Congres probeert de crisis te bezweren door minder te snoeien in de defensiebegroting. In de defensie-industrie verdwijnen tienduizenden banen, bij Hughes Aircraft alleen al 9000. Vorige week werd de ontwikkeling van het voor de Amerikaanse defensie overbodig geachte Osprey helikoptervliegtuig gespaard om de banen van hierbij betroken werknemers in Texas in stand te houden.

Bush kan aan het verloop van de huidige recessie weinig doen. Wel kan hij het vertrouwen van de burgers in een betere toekomst vergroten. De overheid is nog steeds buiten adem na de wapenwedloop van de jaren tachtig. Reagan heeft de defensiebegroting opgevoerd zonder ervoor te betalen. Nu slokt de rente op de overheidsschuld bijna evenveel geld op als de hele defensiebegroting. Dat betekent dat de Amerikaan minder overheidsprestaties terugziet van zijn belastinggeld dan de Westeuropeaan. Ondanks de belastingverlagingen van Reagan zijn de totale lasten voor de Amerikanen gestegen door belastingverhogingen onder Bush en lokale heffingen. Dus is de Amerikaanse belastingbetaler nog steeds kwaad. President Bush durft geen belastingverhogingen meer aan te kondigen, hoewel ze op de lange termijn noodzakelijk zijn. Hij zei onlangs tijdens een televisie-interview dat zijn belastingverhoging van twee jaar geleden zijn grootste vergissing was.

Andere presidentskandidaten tonen evenmin politieke moed. De onafhankelijke Ross Perot vergeleek belastingverhoging met het toedienen van cocaïne aan een verslaafde patiënt. Hij zoekt naar een protectionistische oplossing voor de werkloosheid, hetgeen onder wanhopige kiezers wel aanslaat.

De Democratische presidentskandidaat, Bill Clinton, verschilt in zijn weidse blik op de economische wereld niet van Bush en hij bestrijdt de groeiende protectionistische stroming in zijn eigen partij. Hij wil de Amerikaanse concurrentiekracht verbeteren met onderwijsinitiatieven en uitgaven voor reparatie en aanleg van wegen, bruggen en spoorlijnen. Een dergelijke creatie van banen stelt hem in staat om op het grootste werkgelegenheidsproject, Defensie, 100 miljard dollar te bezuinigen. Zijn groeiverwachtingen zijn zo optimistisch dat een echte lastenverzwaring niet meer nodig zou zijn. Alleen de twee procent allerrijksten, die toch niet op Clinton stemmen, moeten extra geld opbrengen.

Ingrijpende maatregelen zoals een belasting op brandstofverbruik of een verlaging van de AOW voor rijke bejaarden durft geen kandidaat te nemen. Inmiddels drukt het brandstofverbruik zwaar op de negatieve betalingsbalans omdat 50 procent van de olie moet worden geïmporteerd. President Carter is politiek al gestruikeld over heffingen op de politiek heilige, lage brandstofprijs. De 65-plussers verteren een aanzienlijk deel van de nationale pot. Zij tijgen ook massaal naar de stembus, dus bejaarden worden door politici ontzien. Kinderen stemmen nooit en een op de drie van hen leeft in armoede. Het is de uitkomst van een politiek systeem waar weinigen aan deelnemen.

Amerika is zich dus niet aan het herstellen van de imperial overstretch. In ideologisch opzicht is president Bush voor het buitenland de beste kandidaat voor een nieuwe ambtsperiode, want de meeste Republikeinen geloven in een open, internationale vrije markt. Maar de passiviteit van Bush maakt Amerikanen ontevreden en bitter, hetgeen kan leiden tot een krachtiger zwaai in politiek en economisch isolationistische richting, en dan zou een andere kandidaat beter zijn. Tussen het bombardement op Bagdad, dat Bush ongekend populair maakte, en de brandschatting van Los Angeles, die de grote sociale onvrede illustreerde, zit slechts anderhalf jaar.