"Dijon zit dicht, Lyon is onbereikbaar'

LYON, 6 JULI. “Anders staat het hier vol met Hollanders, maar nu zijn alleen zj er”, wijst de campingbeheerder. De heer en mevrouw Sick uit Deventer zijn de enige Nederlanders op de camping municipale van Villefranche, gelegen aan de Autoroute du Soleil, zo'n dertig kilometer ten noorden van Lyon. De familie Sick vertrok woensdag en twee dagen later draaiden zij de camping van Villefranche op.

“We hebben er door de blokkades een dag langer over gedaan”, zegt de heer Sick. “Overal zijn versperringen, maar als je de knooppunten van de grote wegen mijdt is het te doen.”

Uit hun transistorradio klinkt via de Wereldomroep de stem van een ANWB-woordvoerder. Hij waarschuwt mensen die kinderen hebben of met de caravan willen reizen voor veel ongemak en oponthoud. “Het valt best mee,” is hun reactie. Overdreven of niet, de waarschuwingen van de ANWB hebben wel effect gehad. Dit weekeinde reden er vrijwel geen Nederlanders op de Franse wegen. De enkeling die het er op waagde had zich degelijk voorbereid.

De Hollandse familie die op een Belgisch parkeerterrein zaterdagochtend de benen strekt heeft zich gewapend tegen voedselschaarste. “Wij hebben veertig kilo aardappels bij ons”, zegt moeder, “en een hele berg gehaktballen”, voegt haar dochter daaraan toe.

De Maastrichtenaar die van de Middellandse Zee op weg naar Nederland is, kan niet lachen. Voedselgebrek op het Franse land heeft hij nergens geconstateerd. Maar leuk vond hij het rijden over die kronkelende D-weggetjes allerminst. “Dit is voor mij geen avontuur, 't is puur ongemak.” Rijden door Frankrijk is op dit moment lastig, maar niet onmogelijk: “Er ligt zoveel asfalt, je komt overal”. Alleen in Aubenas was hij op een onverwachte blokkade gestuit. “Net een fuik.”

Nabij Châlon-sur-Saône is zo'n fuik. Op een dorpsplein staan een paar vrachtwagens dwars over de weg. Terwijl aan één kant van het plein twee aangeschoten chauffeurs met elkaar een dansje maken en aan de andere kant een paar mannen in een schijngevecht verwikkeld zijn, rijdt stapvoets door het plantsoen een trouwstoet. De file die traag om het plein kronkelt, maakt beleefd ruimte voor bruidspaar en feestgangers.

Achter dit Jacques Tati-tafereel staat aan de rand van het dorp toch nog een serieuze barrage. Honderden vrachtwagens staan kriskras op de weg en de personenauto's moeten zich door het korenveld wringen om er langs te komen.

Een Nederlander met een enorme caravan achter zich deinst voor de manoeuvre terug. Met strakke kaken bestudeert hij zijn Michelin-kaart. Zijn twee kinderen op de achterbank en zijn vrouw naast hem staren gelaten naar buiten. Hij is voor blokkades gewaarschuwd, erkent hij, maar niet voor déze. Hij had gehoopt dat de Fransen hem zouden vertellen hoe je moest rijden. “Maar niemand weet iets.”

In Charleville weet de bistro-eigenaar het zeker: “Châlon, daar is geen doorkomen aan.” Hij kruist met zijn wijsvinger steden door op de kaart. “Dijon zit dicht, Lyon is onbereikbaar”. In zijn zaak wisselen de gasten blokkade-nieuws uit. Iedereen is tegen Mitterrand en heeft begrip voor de eisen van de demonstranten, al begint het nu wel erg lang te duren. “Tot morgen heb ik nog vlees,” zegt de bistro-houder. “Wat er daarna gebeurt? Catastrophe!” Zijn bange vermoeden wordt mede ingegeven door de solidariteitsacties van boze boeren. Daarover doen tegenstrijdige berichten de ronde.

In weerwil van de waarschuwingen is Dijon "open' en Lyon is zelfs gemakkelijk te bereiken. Rond Lyon is het evenwel crisis. Benzine is op rantsoen of niet te krijgen en in het station van Perrache scanderen honderden gestrande treinreizigers: “Informatie, informatie”. Op de weg wordt het steeds stiller. De beruchte tunnel aan de noordkant van Lyon is leeg en na de tunnel waant de reiziger zich in een spookstad. Dan dienen ze zich plotseling weer aan: honderden vrachtwagens, dubbele en driedubbele rijen. Aan de linkerkant is een smalle strook vrijgelaten en de enkele toerist die het er op waagt en langs de blokkade rijdt, wordt ongemoeid gelaten. Uit sommige vrachtwagens sijpelen stinkende vloeistoffen.

Bij de Pasteurbrug in het centrum van de stad houdt het actie-comité in een open vrachtwagen kantoor. Er omheen heerst een vrolijke chaos. Solidaire taxichauffeurs en motorrijders - ook zij vrezen het nieuwe puntensysteem - rijden af en aan. Eén van de stakingsleiders roept huishoudelijke mededelingen door een megafoon. José, een chauffeur van het vrijbuitertype is coördinator van de blokkade bij de Pasteurbrug. De organisatie is spontaan, benadrukt hij keer op keer. “Met vakbonden heeft dit allemaal niets te maken.”

José roemt de solidariteit van de Nederlandse chauffeurs. “Hartverwarmend”, zegt hij. “We zorgen goed voor ze. Ze krijgen gratis eten. Wil je het zien?” Hij maant één van de solidaire taxichauffeurs. De taxi laveert tussen de vrachtwagens en de versperringen door. In de taxi legt José uit dat de chauffeurs een "deal' met de burgemeester hebben gemaakt. “Wij hebben beloofd dat de levering van groenten en fruit aan de ziekenhuizen niet in gevaar komt en in ruil daarvoor krijgen alle buitenlandse chauffeurs etensbonnen van de gemeente.” Bij het markthallencomplex stopt de taxi. Vijftien Nederlandse chauffeurs staan al sinds maandag op de losplaats. Sommigen hadden net gelost toen de actie begon. “Wij hebben het goed met elkaar getroffen,” zeggen ze. En hoe is het eten? Ze geven in koor uiting aan hun afgrijzen. “Gisteren hebben we gratis eten gehad,” beaamt één van hen. “Kittekat was lekkerder. Glazige aardappelen en vlees dat meer vet dan iets anders was.” Maar verder hebben ze het wel naar hun zin. 's Avonds lopen ze naar hun hotel een paar staten verderop, nemen een douche, kijken wat naar de televisie en gaan slapen. 's Ochtends zijn ze al weer vroeg bij hun vrachtwagen, bang dat er iets uit gestolen wordt. “Ze hebben al twintig liter diesel gejat. Voor de koeling.” In de stad komen ze liever niet. “Het is er niet pluis,” zegt een chauffeur van een wagen met rottende rozen. “De mensen zijn agressief en je hebt zo ruzie met ze”.

In een lege hal dromt een internationaal gezelschap chauffeurs rond een tafel met taart en wijn. Het zijn giften van de bevolking. “Eigenlijk is het hier een paradijs”, zegt de rozenchauffeur. “De jongens die langs de weg staan hebben het veel moeilijker.”