De omgekeerde verrekijker (1)

NEW YORK - In deze stad verliest men zeer snel het contact met het vaderland.

Wie een dag tevoren is aangekomen en een landgenoot ontmoet die er niet langer dan een paar weken is, wordt al het hemd van het lijf gevraagd. De oorzaak is dat New York een zo groot aanbod van "het nieuwe en andere' heeft dat "het vertrouwde vroegere' snel op de achtergrond raakt waardoor het tot "het onbereikbare' wordt. Nederland is er wel maar het wordt met het verstrijken der dagen onwaarschijnlijker; een theoretisch land dat voor de verbeeldingskracht steeds moeilijker valt aan te raken.

Toevallig had ik gisteren iemand uit Amsterdam aan de telefoon. "Hoe is het in Nederland?' informeerde ik, meer naar het weer dan naar de rest.

"De posters van Love en Jordache mogen toch op de bus- en tramhaltes!' riep hij. "Ze zijn geen bedreiging voor de geestelijke volksgezondheid van minderjarigen. En de meerderheid van het volk neemt ook geen aanstoot aan de campagne. Het is niet kwetsend.'

"Is dat zeker?' vroeg ik.

"Ja, absoluut zeker! Het College van Beroep heeft het allemaal onderzocht en het nog geen minuut geleden bekend gemaakt.'

Ik feliciteerde mijn gesprekspartner aan de andere kant van de Oceaan, ten eerste met deze beslissing die het stadsbeeld interessanter zal maken maar misschien nog meer met het College van Beroep dat weet waar de bedreiging voor de geestelijke volksgezondheid van minderjarigen begint en ophoudt en in het bijzonder waar de nationale kwetsgrens ligt.

Opeens herinnerde ik me hoe de geestelijke volksgezondheid, niet alleen van de minderjarigen maar van alle toen ongeveer dertien miljoen Nederlanders werd bedreigd, of de kwetsgrens overschreden, door de titel van een film waarin Brigitte Bardot de hoofdrol speelde: "Et Dieu créa la femme.' In de vertaling was God verdwenen. Er stond: "....en schiep de vrouw.' Wie dat gedaan had bleef geheim. Het theologisch debat dat aan deze vertaling vooraf is gegaan heeft de recette geen kwaad gedaan, evenmin als de Codecommissie voor de Reclame en de Raad van Beroep een slag zullen hebben toegebracht aan de verkoop van de love-jeans. Terwijl het College van Beroep nog over het vraagstuk van de geestelijke volksgezondheid der minderjarigen gebogen zat, hoorde ik dat er al veel vraag naar de posters was. Men wil die boven zijn bed prikken. Dat zal wel een epidemie van ruggemergtering veroorzaken. Overigens is het een van die klassieke zaken die verlopen volgens de wet van het averechts resultaat.

Hoe is het op dit gebied in New York, de bakermat van de reclame gesteld? We denken weleens dat het hier Sodom en Gomorra is, maar vergeleken met de Nederlandse reclamemakers zijn de Amerikanen soms bescheiden op het preutse af. De strijd woedt op een ander gebied van de volksgezondheid waar men in Nederland met de pet naar gooit.

Het is begonnen met het geweldige succes van Uncle Joe, een zorgeloze kameel die met zijn gleufhoed en zonnebril een beetje op Kojak lijkt. Hij rookt een Camel, en hij doet dat dankzij deze vrolijke nonchalance zo aanstekelijk dat menigeen heeft gedacht: ik steek ook weer eens een Camel op. Daarom heeft de antirook-lobby de strijd tegen hem aangebonden, en zo komt het dat je zijn inspirerende verschijning steeds minder ziet. Ik ben nog even gaan kijken. Op de hoek van de Achtste Avenue en de 34ste Straat staat hij op een reusachtige muurschildering, een soort schuttersstuk, als leider van vier muzikanten. Ze hebben hun instrument even neergelegd om een Camel te roken. Wat een zorgeloze kamelen. Je zou zelf kameel willen worden.

Binnenkort zal het in de Verenigde Staten verboden zijn reclame voor sigaretten te maken door middel van situaties die gezondheid suggereren. Tanige mannen die tussen het temmen van twee paarden door een Marlboro roken, jonge avonturiers die van hun watervliegtuig af met de plunjezak over de schouder in de rivier springen maar hun pakje droog houden: dat valt straks alleen nog in het museum te bezichtigen, of in Nederland gewoon in het openbaar. Roken moet mogen, daar ben ik het mee eens. Sigarettenreclame waarop een of andere vorm van levenslust wordt gedemonstreerd, hoort tot het schijnheiligste wat er op straat te zien is. Het toppunt daarvan is het "Roken? We lossen het samen wel op.'

Dit lijkt me de aangewezen zaak waarmee de Christenen voor de Waarheid, die vergeefs over de jeans van Love en Jordache hadden geklaagd, zich kunnen revancheren. Niet met een meetlatje laten nagaan hoe hoog of hoe laag een broek is opgetrokken, maar regelrecht in de verdediging tegen de aanval op de Tempel Gods zoals ze het menselijk lichaam noemen. De aanleiding is er. De statistiek meldt dat er het vorig jaar voor het eerst sinds lange tijd weer meer gerookt is in Nederland.