Bush belooft meer hulp VS voor de economie van Polen

WARSCHAU, 6 JULI. De Amerikaanse president George Bush heeft gisteren tijdens een bliksembezoek aan Polen beloofd zijn best te zullen doen om Polen meer dan tot dusverre te helpen bij de transformatie van de Poolse samenleving.

Bush bracht gisteren een vijf uur durend bezoek aan Polen, alvorens door te reizen naar München, waar vandaag de top van de G-7 begint. In een toespraak tot duizenden Polen zei hij op het plein voor het voormalige koninklijke paleis in Warschau dat “er geen twijfel over mag bestaan dat Amerika Polens droom deelt en dat Amerika wil dat Polen slaagt”.

Bush verzekerde de Poolse president Lech Walesa dat zijn regering bereid is het Amerikaanse aandeel in het één miljard dollar omvattende stabilisatiefonds voor de Poolse zloty in te zetten voor nieuwe doeleinden, zoals de ondersteuning van de banksector in Polen. Het Amerikaanse aandeel in dat voor een belangrijk deel ongebruikt fonds bedraagt 200 miljoen dollar. Bovendien beloofde Bush de andere leiders van de G-7 te willen overhalen “nieuwe wegen” te zoeken om Polen te helpen slagen in de transformatie van de samenleving. Walesa van zijn kant beloofde een conferentie te beleggen waarop de nieuwe bestemming van het zloty-stabilisatiefonds kan worden besproken.

In Polen werd gisteren een 46-jarige econome naar voren geschoven als mogelijke nieuwe premier. Hanna Suchocka, die, als ze wordt geaccepteerd door president Walesa en het Poolse parlement, de eerste vrouwelijke premier van Polen zou worden, werd voorgedragen door zeven politieke partijen, die de afgelopen dagen hebben gesproken over de mogelijkheden van een coalitie. Ze werden het wel eens over Suchocka's kandidatuur, maar niet over de verdeling van de zetels in een nieuw kabinet. Een achtste partij, de Centrum Alliantie, liep tijdens het overleg weg.

Suchocka kwam tijdens het weekeinde terug van een conferentie in Londen en zei zeer verbaasd te zijn over de voordracht. Ze zei president Walesa zo spoedig mogelijk een lijst met potentiële ministers te zullen overleggen. (Reuter)