Besluit over Macedonië versterkt instabiliteit Balkan; Een politieke lafheid, zoals maar zelden door de EG-leiding is vertoond; In het worst case scenario betekent dat een nieuwe oorlog op de Balkan

Met begrijpelijke wanhoop en met een even begrijpelijk onbegrip is de afgelopen week in Macedonië gereageerd op het besluit van de EG-regeringsleiders in Lissabon. Het besluit van de EG, Macedonië pas te erkennen als het zijn naam verandert, was voor president Kiro Gligorov aanleiding zijn volk toe te spreken. Tot nu toe is dat zo zelden voorgekomen, dat kan worden geconcludeerd dat het EG-besluit wordt gezien als weinig minder dan een nationale ramp.

In zijn reactie zei Gligorov dat de EG in Lissabon haar eigen tot dusverre ingenomen standpunten en haar eigen procedures heeft geschonden. In september vorig jaar kwam een speciale arbitragecommissie van de EG immers na onderzoek in Macedonië tot de conclusie, dat dat land voldeed aan alle voorwaarden voor internationale erkenning; ook de naam van het land, die naam waaraan de Grieken zoveel aanstoot nemen, was voor de arbitragecommissie geen obstakel, omdat de naam van het land geen enkele territoriale aanspraak impliceert. Kortom: niets stond nog de internationale erkenning van Macedonië in de weg.

In Lissabon werd anders beslist: daar zwichtte de EG voor de Griekse argumenten en werd besloten dat de naam Macedonië moest worden veranderd. Vergeten waren de besluiten van vorig jaar, vergeten waren opeens ook de geluiden van irritatie over de Griekse dwarsliggerij waarover in het recente verleden menige EG-minister sub rosa zoveel ergernis had geuit.

Het is duidelijk waarom de EG de opportunistische weg van de minste weerstand heeft gekozen: in ruil voor de concessie aan Griekenland zijn van de Grieken wat concessies ten aanzien van problemen elders - zoals Turkije, het conflict in ex-Joegoslavië en de kwestie-Cyprus losgekregen. Bovendien heeft de EG de wankele regering van premier Mitsotakis willen redden: erkenning van het kleine, onbetekenende Macedonië zou zeker leiden tot Mitsotakis' val en tot de terugkeer van de socialist Andreas Papandreou, en Papandreou ligt bij de EG nu eenmaal nog moeilijker dan Mitsotakis.

Aldus offerden de EG-leiders, de Mitterrands, de Lubbers', de Van den Broeks, en de Kinkels in Lissabon het lot van Macedonië met zijn twee miljoen inwoners op aan een paar externe argumenten die met Macedonië niets te maken hebben. Dat is opportunisme in zijn zuiverste vorm. Maar het is meer: het is een staaltje van politieke lafheid, zoals nog maar zelden eerder door de EG-leiding is vertoond, en het is bovendien een sterk voorbeeld van principeloosheid. Immers, in Lissabon werden de criteria die vorig jaar nog werden gehanteerd bij de erkenning van (bijvoorbeeld) alle GOS-republieken en de andere republieken van het oude Joegoslavië moeiteloos terzijde geschoven - en dat vooral om één regering van een EG-land in het zadel te houden, een zaak waar de EG, althans formeel, niets mee te maken heeft, want de vraag welke regering er in Athene regeert gaat alleen de Grieken aan.

De consequenties voor de Macedoniërs zijn dramatisch. Macedonië wordt al maandenlang in het zuiden door de Grieken en in het noorden door de Serviërs geboycot. Aangezien de bevoorrading uit het westen en het oosten - waar Macedonië grenst aan Albanië en Bulgarije - geen soelaas kan bieden, betekent die dubbele boycot voor de Macedoniërs veel economische misère: schaarsten en tekorten, een werkloosheid van meer dan dertig procent, een inflatie van tweehonderd procent per maand, een daling van het gemiddelde loon (60 gulden per maand) en een dramatische produktiedaling. Als gevolg van het uitblijven van erkenning kan Macedonië niet aankloppen bij het buitenland, het IMF of de Wereldbank. Macedonië was al de armste republiek van het vroegere Joegoslavië, een landbouwland dat het vooral moest hebben van de tabak en van de geldzendingen van de 150.000 Macedonische gastarbeiders in West-Europa. Aan het vroegere Bruto Nationaal Produkt van Joegoslavië droeg Macedonië slechts voor vijf tot zeven procent bij.

De verslechtering van de economische toestand werkt politieke instabiliteit in de hand, uitgerekend in een republiek die tot nu toe elke vorm van geweld had weten te vermijden. Dat geweld zit er nu wel aan te komen, want de politieke verhoudingen raken ontwricht en de positie van president Gligorov - een van de verstandigste en meest gematigde leiders van ex-Joegoslavië - wordt wankel. Minister van buitenlandse zaken Maleski is na de beslissing van Lissabon al afgetreden. Niet alleen roept de Albanese minderheid, twintig procent van de bevolking, steeds nadrukkelijker om autonomie, er is ook al sprake van de oprichting van twee terroristische organisaties, een onder extreme Albanezen, onder de naam Unikom, en een onder extreme Slavische Macedoniërs, onder de naam IMRO-Defensiecomité, beide vastbesloten de eigen zaak - voornamelijk tegen de ander - te verdedigen. De beslissing van Lissabon speelt uiteraard vooral de Macedonische oppositie in de kaart, de VMRO-DPMNE (Macedonische Revolutionaire Organisatie-Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid) van Ljupco Georgievski. Als die sterk nationalistische partij - nu al de grootste in het parlement - aan de macht komt en Gligorov naar huis stuurt, is het gevaar van een burgeroorlog binnen Macedonië, tussen extreme Macedoniërs en extreme Albanezen, verre van uitgesloten.

Daar komt bij dat het verarmde Macedonië niet de mogelijkheid heeft zich te verzetten tegen aspiraties van de buurlanden. Nog stellen Albanië, dat zich het lot van de 400.000 Albanezen aantrekt, en Bulgarije, dat historische aanspraken heeft op Macedonië, zich zeer terughoudend op, maar daar zou wel eens verandering in kunnen komen wanneer Servië zijn aspiraties op tafel legt. De Servische president Milosevic heeft onlangs de Grieken al een territoriale verdeling van de republiek Macedonië voorgesteld - een voorstel waarop de Grieken wijselijk niet zijn ingegaan. Dat Servië Macedonië (dat tot 1945 in de Servische terminologie bekend stond als Zuid-Servië) nog niet heeft opgegeven, is duidelijk.

Nog domineert in Skopje de rede. Maar duidelijk is wel dat de EG, die er alles aan doet om de stabiliteit in Kroatië en Bosnië te herstellen, ten koste van de eigen principes en de eigen geloofwaardigheid met de opportunistische beslissing van Lissabon de instabiliteit in een ander deel van de Balkan heeft aangewakkerd of zelfs geschapen. In het worst case scenario betekent dat een nieuwe oorlog op de Balkan. En dat voornamelijk om Mitsotakis in het zadel te houden.