ASTOR PIAZZOLLA 1921 - 1992; Vernieuwer van de tango

Astor Piazzolla, de zondagmorgen op 71-jarige leeftijd in Buenos Aires overleden Argentijnse bandoneonist, componist, arrangeur en bandleider, heeft een unieke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de tango. En dat wist Piazzolla: “De muziek die ik maak, maakt niemand. Ik ben ervan overtuigd dat ik niet echt degene ben die schrijft. Iemand staat achter me, een beschermengel, of God, of de duivel.”

Astor Piazzolla, die na een hersenbloeding in augustus 1990 in het ziekenhuis lag, heeft met zijn nieuwe muziek de tango gered van de folklorisering, al kon men zijn nieuwe stijl in Argentinië niet echt waarderen. “Tango spelen in Argentinië is zoiets als ijsjes verkopen in Alaska. Mensen die van muziek houden, houden van mijn muziek, maar Argentijnen die van tango's houden, houden niet van mijn muziek.”

De tango ontstond in de sloppenwijken van Buenos Aires, in cafe's en bordelen, tussen vechtpartijen, hoeren en dieven. De dans was sensueel lichamelijk, als een spel van macht en erotiek. De muziek klonk weemoedig en dramatisch. Onder invloed van de Parijse verfijning en elegantie kwam de tango via de ballrooms en de dansscholen terecht in de grote theaters. De rauwe volkscultuur werd gekuist en drakerig sentimenteel, tot het een karikatuur van zichzelf werd.

Astor Pantaleón Piazzolla Manetti werd op 11 maart 1921 geboren in de Argentijnse kustplaats Mar de Plata, als zoon van een Italiaanse kapper. Hij groeide echter op in New York, waar zijn vader hem een bandoneón gaf omdat dit instrument hem deed denken aan Argentinië. De bandoneón is het hart en de adem van de tango. De wat groot uitgevallen trekharmonika heeft een schitterende klankkleur, de linkerhand is warm en melodieus en de rechterhand stoot het felle staccato-ritme door de balg. Piazzolla's belangstelling voor de muziek was gewekt toen hij de maestro van de tango Carlos Gardel in Amerika ontmoette en samen met hem een rol speelde in de film El dá que me quieras.

In 1936 keerde Piazzolla terug naar Argentinië. Na een studie aan het conservatorium in Buenos Aires werd hij direct aangenomen als bandoneonist in het befaamde tango-orkest van Anibal Troilo. Tegelijkertijd formeerde hij een eigen tango-orkest. Zijn eerste composities waren klassieke symfoniën en suites voor kamerorkesten (Rapsodá porteña, Sinfonia de Buenos Aires).

Hij vertrok naar Parijs om compositie en directie te studeren bij Nadia Boulanger. “Ik wilde een intellectueel zijn en schaamde me voor mijn bandoneón”, zei hij in een vraaggesprek met deze krant. Op aanraden van Boulanger legde hij zich uiteindelijk volledig toe op de tango. Hij schreef er meer dan 330 en ontwikkelde een eigen stijl door elementen uit de klassieke muziek, vooral van Bach en Strawinsky, en uit de jazz in zijn tango's te gebruiken. De klassieke muziek heeft hij nooit helemaal losgelaten, dat bewijzen zijn concert voor bandoneón en strijkorkest, harp en percussie, en de Suite Tres Tango en Punta del Este voor bandoneón en kamerorkest, die regelmatig uitgevoerd worden. In 1982 schreef hij een celloconcert voor Mstislav Rostropowitsj.

Piazzolla werkte met ingewikkelde ritmes, met opvallende afwisselende harmoniën en toonclusters. De traditionele bezetting van het 'orquesta tpica' (gitaar, klarinet, viool en zangstem) breidde hij uit met bandoneón, harp, fluit, electrische gitaar, bas en slagwerk. Piazzolla en zijn groep Octeto de Buenos Aires, later Quinteto Nuevo Tango improviseerden met de jazzmuziek van Gerry Mulligan en Dizzy Gillespie, met wie Piazzolla ook platen heeft opgenomen (Summit en La Cumbre). Daarnaast schreef hij muziek voor films en theaterprodukties.

Samen met tekstschrijver Horacio Ferrer componeerde Piazzolla vele tango's (Mará, Balada para un Loco) voor Amelita Baltar, zijn toenmalige vrouw. In 1967 schreef dit duo de kleine opera Mará de Buenos Aires waarin Baltar in de hoofdrol had.

Met de zogenaamde tango nuevo (nieuwe tango) die Piazzolla ontwikkelde, gaf hij de aanzet tot een hernieuwde belangstelling voor de Argentijnse tango. De tango 'nieuwe stijl' is niet meer bedoeld (en ook niet geschikt) als dansmuziek. Dit hebben veel tangoliefhebbers in Argentinië hem zeer kwalijk genomen. Zij vonden hem een charlatan omdat hij de traditionele tango uit de jaren twintig niet trouw zou zijn gebleven. Astor Piazzolla had in het buitenland veel meer succes dan in zijn geboorteland. In Europa speelde zijn tango-orkest altijd voor uitverkochte zalen, al waren ook hier enkele critici die niet enthousiast waren over zijn concerten tijdens jazzfestivals en de samenwerking met grote symfonieorkesten.

Piazzolla, voor Nederland ontdekt door Hans van Manen, die vijftien jaar geleden Vijf tango's maakte op zijn muziek, was enkele keren te beluisteren in het Amsterdamse Carré, waar hij ook een concert gaf met Osvaldo Pugliese, de oude meester van de klassieke tango. Het concert was een muzikaal gevecht tussen twee virtuozen om erkenning en waardering van ieders eigen interpretatie van de tango. De tachtigjarige Pugliese bewonderde Piazzolla om zijn vernieuwingsdrang, “Het is een rusteloze jongen, die altijd opzoek is”.

Astor Piazzolla was een vernieuwer en stond bekend om zijn veranderlijkheid. Hij experimenteerde voortdurend met nieuwe stijlen en technieken, hij is zich blijven ontwikkelen. Dat was zijn kracht. “Ik wil wereldkampioen zijn wanneer ik afscheid neem”, zei hij Piazzolla, “dat is de meest eerlijke manier van leven”.