Zege Arbeidspartij voorspelt moeilijke tijden voor joodse kolonisten; Moeten we de koffers pakken?

REVAVA, 4 JULI. “Niet Yitzhak Rabin maar God zal beslissen of Revava een grote stad zal worden in Erets-Israel.” De vrome 38-jarige Daviv Kwili zet zijn kruiwagen even stil. Op hem maakt de verkiezingszege van Rabins Arbeidspartij totaal geen indruk. Hij lacht er hartelijk om. “Wanneer heeft het 's zomers eerder zo hard geregend? Is dat geen teken dat we in bijzondere tijden leven en de Messias in aantocht is? Wie kan er dan denken aan het einde van de joodse aanwezigheid in heel Erets-Israel (Groot-Israel)?”

David Kwili sleept cement aan om het waterleidingsysteem in Revava, dat in aanbouw is, te bedekken. Een jaar geleden was nog niets van een nederzetting te bespeuren op deze kale heuveltop, vlak naast de weg die van Tel Aviv via Ariel in bezet gebied naar de Jordaan-vallei voert. Nu staan er 30 woonwagens, die er door Gush-Emoniem, het verbond der getrouwen, zijn neergezet. Een stukje naar beneden, in de richting van de vallei, staan de eerste van driehonderd appartementen in de steigers en de bewoners van de woonwagens weten al precies waar hun villa's komen te staan.

Joelle Kirschenbaum, die er sinds de vorige zomer in een woonwagen leeft, zegt vriendelijk dat de verkiezingsuitslag van 23 juni een “kleine schok” voor haar was. “Oi va voi” (een onheilsaankondiging), riep ze toen de nederlaag van Likud door de tv werd aangekondigd. “Dat nare gevoel is nu voorbij”, zegt ze terwijl ze haar drie peuters in de gaten houdt. “We geloven in God en onszelf. Erets-Israel is niet iets dat je vandaag koopt en morgen vergeet.”

Joelle voorziet moeilijke tijden en ze maakt zich grote zorgen over de politieke wil van de toekomstige premier Rabin om de Palestijnen zelfbestuur te geven. Ze kan er zich, zoals zo veel joden in bezet gebied, geen voorstelling maken wat dat voor haar, haar gezin, en Revava zal betekenen. “Ik denk dat Rabin het zelf ook niet weet”, zegt ze. “Maar één ding is zeker: ook Rabin zal rekening met ons moeten houden. Hoe kan hij mensen die in de gevechtseenheden van ons leger hebben gediend in moeilijkheden brengen? Dat kan toch niet?”

Uit de ramen van enkele woonwagens steken wasrekjes waaraan luiers drogen in de warme zomerwind die over deze eenzame, grauwe heuveltop, waait. Bij het vertrek vraagt Joelle me weer terug te komen als Revava een flinke stad is geworden.

In Ariel, enkele kilometers naar het het oosten, hangt een heel andere sfeer. Niemand in deze niet-religieuze stad in het hartje van Samaria rekent op wonderen of denkt aan de Messias. Tegen de 300 Palestijnen en tientallen Israeliërs werken er nog koortsachtig aan enkele grote bouwprojecten. Tractoren en zware vrachtwagens denderen met stukken van pre-fab woningen over de wegen. Graafmachines wroeten in de rotsachtige bodem. Wie niet zou weten dat Israel voor een andere visie op de nederzettingenpolitiek heeft gekozen kan zich hier nog vergapen aan de enorme bouwexpansie in bezet gebied onder het verslagen Likud-bewind.

“Ik heb hier nog voor ten minste zestien maanden werk”, zegt Roy Shefer (35), een ingenieur uit Herzliya, een stad nabij Tel Aviv. “De contracten voor de bouw van 500 appartementen zijn getekend, het geld is er, voorlopig is er dus niets aan de hand.” Hij weet wel te vertellen dat zijn “grote bazen” zich echter al beraden wat te doen als de regering-Rabin contractbreuk zou plegen en de geldstroom naar dit en andere grote bouwprojecten in Ariel afknijpt.

Dat het die kant opgaat voelen ook de inwoners van Ariel aan. “Moeten we de koffers pakken”, vroegen de kinderen de onderwijzeres Hadasa de dag na de verkiezingen. “De kinderen straalden de schok uit die de ouders ondergingen toen de Israelische televisie 's avonds de grote zege van de Arbeidspartij op Likud voorspelde. Ze waren echt in de war”, zegt ze. “Ik had de grootste moeite om ze wat gerust te stellen.”

Ofer, een 24-jarige banketbakker, ziet de toekomst van Ariel heel somber in. Als Ariel, zoals alle andere nederzettingen, niet langer op financiële begunstiging kan rekenen, zoals Rabin heeft aangekondigd, zal de stad volgens hem in verval raken. “Het elan is er uit. De mensen worden moedeloos. In zo'n sfeer wordt Ariel gauw een verwaarloosde ontwikkelingsstad, zoals er in de Negev-woestijn verscheidene zijn”, zegt hij. Volgens Ofer bewegen de prijzen van de huizen zich al in dalende lijn. Het is Shalom, die in het centrum van Ariel een ijswinkel drijft, opgevallen dat het afgelopen zaterdag al voorbij was met de stroom van bezoekers die naar nieuwe woningen kwamen kijken. “De makelaars hadden niets te doen. Alles was morsdood. Wie een huis koopt in een stad die onder de Palestijnse bestuursautonomie valt moet wel stapelgek zijn. Nietwaar?”

De inwoners van Ariel volgen nauwgezet het coalitie-overleg. Ze hopen dat de rechtse Tsomet-partij in de regering zal worden opgenomen, zodat vanuit de regering tegenwicht kan worden geboden aan Rabins voornemen in ruil voor de Amerikaanse kredietgarantie van tien miljard dollar de nederzettingenpolitiek (met uitzondering van de Jordaan-vallei en de hoogvlakte van Golan) te staken.

In Revava, in Ariel en elders in bezet gebied begrijpen de joodse bewoners dat de tijd van grote beslissingen over hun toekomst is aangebroken. Dat ze misschien aan ontruiming moeten denken. Als de Messias niet op tijd komt en demonstraties tegen Palestijnse bestuursautonomie-voorstellen niets uithalen is er volgens militaire kringen onder de ruim 100.000 joden in bezet gebied een kleine minderheid die er niet tegen opziet naar de wapens te grijpen om Erets-Israel tegen Rabin te verdedigen.

Over het hoe, wat en wanneer van dit verzet - misschien weer een joodse ondergrondse - wordt hevig gespeculeerd. Zeker is in ieder geval dat de lijfwachten van Rabin hun ogen en oren goed de kost zullen moeten geven en het leger op zijn hoede moet zijn voor provocaties van de zijde van gewapende joodse extremisten in bezet gebied tegen de Palestijnse bevolking. Joodse fundamentalisten en islamitische fundamentalisten (Hamas) laden de geweren en slijpen de messen om elke kans op een Israelisch-Palestijns vergelijk om zeep te brengen. Voor beide fundamentalistische stromingen is "het land' heiliger dan "de mens'.