Vuilnisoorlog in Amsterdam-Zuid

De bewoners van het Amsterdamse stadsdeel Zuid die minder goed ter been zijn kunnen opgelucht ademhalen. De stadsdeelraad Zuid neigt er naar hen vrij te stellen van het huidige systeem van het ophalen van het vuilnis. Daarmee is een tijdelijk bestand bereikt in de "vuilnisoorlog' die het als sjiek aangeschreven stadsdeel nu al maanden in zijn greep houdt.

Sinds de bestuurlijke decentralisatie in 1990 is het de zestien deelraden waarin de hoofdstad is opgedeeld toegestaan een eigen beleid te voeren voor het verzamelen van het vuilnis. Het bestuur moest dichter naar de burger komen, zo was gedachte en dus kregen alle deelraden eigen materiaal en een eigen ophaalsysteem.

Het stadsdeel Zuid benutte zijn verworven beleidsvrijheid met het instellen van 1300 zogenaamde "aanbiedingslocaties' voor vuilniszakken. Op regelmatige afstand in de straat zijn door middel van rode tegels in het plaveisel een aantal plekken gemarkeerd. Daar moeten de bewoners hun vuilniszakken plaatsen. Zakken die voor de deur staan werden niet langer meegenomen.

Na de invoering brak al snel een stroom van onvrede los. Bergen vuilniszakken verrezen op de rode tegels in Zuid, niet zelden opengereten en al dagen voordat de vuilnisman op bezoek kwam. Ook de hoofdstedelijke GG & GD toonde zich verontrust. Het hygiënische gehalte van de straatbelten liet te wensen over. Honden, katten en vogels konden er naar hartelust graven naar eetbare restjes.

“Het is een anonieme plek, je weet niet van wie die zakken zijn”, verklaart Edith Cahn. Cahn is buurtbewoonster en lid van de inmiddels opgerichte protestgroep "Vullis'. Van het vervolgen van de vroegtijdige aanbieders van het huisvuil komt weinig terecht, aldus Cahn. De ingeschakelde reinigingsinspectie adviseerde haar de voortijdig geplaatste zakken met kruisen te markeren. Zo kon aan de hand van de inhoud geanalyseerd worden wie de schuldige was. “Dat heb ik twee keer gedaan, maar toen dacht ik, het is toch eigenlijk te gek ook”, aldus de buurtbewoonster.

Ondanks de veelvuldige protesten van buurtbewoners en tegen het advies van de deelraad in, zette het bestuur van Zuid de plannen door. Er waren immers veel voordelen: niet alleen kon de vervuiling van de straten beter worden tegengegaan, ook een doelmatiger, lichamelijk minder slopende inzameling van het vuil werd mogelijk. Een belangrijk middel in de strijd tegen het hoge ziekteverzuim onder de vuilnismannen, vond het deelraadsbestuur.

Dat een deel van het sjouwwerk werd afgewenteld op de bewoners viel vooral slecht bij de ouderen en gehandicapten in de buurt. In plaats van naar de stoep voor de deur, moesten de zakken vaak tientallen meters versleept worden. En om de vuilnisberg te bereiken diende niet zelden een ingewikkeld parcours van geparkeerde fietsen en auto's afgelegd te worden.

Pas echt kwaad werd het minder valide deel van Zuid over de oplossing die de deelraad bedacht voor hun problemen. Ontheffing van het sjouwen met huisvuil naar de "aanbiedingslocatie' kon verleend worden, zeker, maar dan diende een medische keuring wel uit te wijzen dat het tillen niet langer verantwoord was. De kosten van deze keuring, negentig gulden, kwamen daarbij vanzelfsprekend voor rekening van de aanvrager.

Afgekeurd en wel konden de nieuwe vrijgestelden bij het stadsdeelkantoor speciale rode vuilniszakken aanschaffen. Die waren weliswaar twee en een half keer zo duur als gebruikelijk, maar zo was tenminste duidelijk dat de zak in kwestie rechtmatig buiten de aanbiedingslocatie verbleef en daarom toch opgehaald mocht worden.

Het aanbod viel niet in goede aarde. Een vernederende en bovendien gevaarlijke oplossing, meent mevrouw C. Raithel, secretaris van de Ouderenadviesraad van het stadsdeel. “Ik zit met negen ouderen in een woongroep. Dat zijn negen rode zakken voor de deur. Een handige manier voor de heren inbrekers om hier in de buurt de zaak te verkennen”, aldus Raithel.

Onder druk van de protesten besloot de deelraad Zuid de officiële keuring en de rode vuilniszakken uit de plannen te schrappen. Er komt een nieuwe ontheffingsregeling, waarmee de vrede voorlopig weer getekend lijkt.

Blijft de ergernis over de vuilnishopen. Ook daar wordt hard aan gewerkt. Als het aan het deelraadbestuur ligt, wordt het straatbeeld in Zuid binnen twee jaar verrijkt met 600 zogenaamde "containerparken'. Die moeten dan bestaan uit vijf verschillende containers: voor wit glas, voor gekleurd glas, voor papier, voor biologisch afval en voor wat vervolgens nog aan vuilnis overblijft. Daarin kunnen bewoners op ieder moment van de dag hun rommel storten. Hygiënisch en bovendien is het afval direct handig gescheiden, zoals vanaf 1994 verplicht is.

De containerisering van het straatbeeld en het vooruitzicht met vijf verschillende afvalemmertjes de deur uit te moeten vormt de inleiding tot nieuw wapengekletter tussen bewoners en deelraadbestuur. De actiegroep "Vullis' heeft inmiddels hoofdstedelijke uitvinder Luud Schimmelpenninck aangezocht om alternatieven te bedenken. Maar of het bestuur van de deelraad erg ontvankelijk is voor ideeën wordt betwijfeld. Met de vuilniszak lijkt ook het bestuur zich van de burgers in Zuid te hebben verwijderd.