STERREN

Prisma van de sterrenkunde samengesteld door Govert Schilling 253 blz., Spectrum 1992, f 14,90 ISBN 90 274 2891 3

De sterrenkunde is de wetenschap die zich bezighoudt met onderzoek aan objecten buiten de aarde, zoals de maan, de zon, planeten, sterren, ons melkwegstelsel en de talloze andere melkwegstelsels in het heelal. In de eerste plaats probeert men al die objecten te inventariseren en te beschrijven: de praktische sterrenkunde. Daarnaast probeert men alles wat men waarneemt, te verklaren en te begrijpen: de theoretische sterrenkunde.

Had de sterrenkunde vroeger vooral een praktische betekenis (tijdrekening, navigatie), nu gaat het vrijwel alleen nog om het willen weten, namelijk hoe de kosmos om ons heen in elkaar zit. De moderne sterrenkunde is daarom voor een groot deel natuurkunde, astrofysica, omdat zij heel veel gebruik maakt van de wetten en verschijnselen die in de natuurkunde bekend zijn. Omgekeerd heeft de natuurkunde zich mede door de astronomie ontwikkeld.

De sterrenkunde is een van de weinige exacte wetenschappen die een grote populariteit genieten. Dat ligt enerzijds aan het feit dat de scheiding tussen amateur- en beroepssterrenkundigen vanouds nooit groot is geweest, anderzijds aan het feit dat de mens bijna instinctief geboeid is door vragen over het onstaan van de wereld, over leven elders in het heelal en over de "grenzen' van dat heelal. Bovendien kan iedereen, als hij een plaats zonder storend stadslicht weet te vinden, dat heelal zelf aanschouwen.

In de afgelopen decennia heeft de sterrenkunde een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Dank zij de ruimtevaart is het mogelijk geworden satellieten te bouwen die ook de straling van hemellichamen waarnemen die niet door de dampkring heendringt. Door de ruimtevaart heeft men instrumenten naar allerlei plaatsen in het zonnestelsel kunnen sturen, om daar in situ waarnemingen te verrichten. Zo zijn in de afgelopen twintig jaar op één (Pluto) na alle planeten in ons zonnestel en vele van hun manen bestudeerd.

Daarnaast zijn er grote telescopen gebouwd, uitgerust met zeer gevoelige detectoren, waarmee steeds dieper in het heelal kan worden gekeken en steeds zwakkere en/of verder weg gelegen hemellichamen kunnen worden waargenomen. Het einde van deze ontwikkeling is nog niet in zicht. Het klassieke "kijken' door een telescoop behoort nu tot het verleden en zelfs de fotografie zal binnenkort verdwijnen. Alle informatie wordt tegenwoordig vastgelegd met behulp van elektronische detectoren en verwerkt door computers.

Als gevolg van deze ontwikkelingen zijn er in de sterrenkunde heel wat nieuwe begrippen bijgekomen, terwijl meer klassieke zaken naar de historie zijn geschoven. Onvermijdelijk komt er ook veel nieuw "jargon' bij. Bruine dwergen, zwarte gaten, gravitatielenzen en CCD's zijn nu gewone begrippen in de sterrenkunde. Maar welk gewoon mens weet direct te zeggen wat ze precies betekenen?

In Prisma van de sterrenkunde zijn ruim tweeduizend begrippen uit de moderne astronomie samengebracht. Veel nadruk wordt hierbij gelegd op de recentste ontwikkelingen. Maar ook onderwerpen uit de amateursterrenkunde komen aan bod, evenals de sterrenbeelden, bekende hemellichamen en astronomen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de sterrenkunde.

Een handig en handzaam boekje om, in een tijd waarin we met allerlei exotische begrippen om de oren worden geslagen, in de buurt van krant of tijdschrift te hebben liggen.