Splitsing is nu niet meer te vermijden

PRAAG, 4 JULI. “President Havel vertrouwt erop dat de federale vergadering er de volgende keer wel in zal slagen een president te kiezen.” Met die laconieke verklaring, gegeven door zijn woordvoerder Michael Zantovsky, reageerde president Václav Havel gisteren op het vernederende resultaat van de presidentsverkiezingen. “De uitslag”, zo liet de president met niet aflatend analytisch inzicht weten, “bewijst niet alleen het verschil van mening over mijzelf, maar ook de politieke polarisatie in een bredere betekenis van het woord.”

Het politieke klimaat tussen Tsjechen en Slowaken is in elk geval door de uitslag van gisteren zo grondig verziekt dat er wel een wonder zou moeten gebeuren als de voor 30 september geprogrammeerde splitsing van het land nog ongedaan gemaakt zou kunnen worden.

De Slowaakse afgevaardigden die gisteren het parlementsgebouw in Praag via de hoofdingang wilden verlaten werden door een menigte van enkele honderden Tsjechen met fluitconcerten en boe-geroep onthaald; de Tsjechische extreem-rechtse afgevaardigde Sládek, die ook tegen Havel had gestemd, werd bekogeld met alles wat de mensen maar toevallig in hun zak hadden, en moest door de politie worden weggewerkt in de tunnel van het nabijgelegen metrostation Muzeum. Er werden weer de bekende spreekkoren aangeheven: “We willen Havel”, of: “We willen een Tsjechische staat”, of erger nog: “De Slowaken zijn verraders!”

Jan Pétrik, vice-voorzitter van de christen-democratische partij en een van de weinige Slowaken die vóór Havel hebben gestemd, toonde zich gistermiddag diep geschokt door het resultaat. “Achttien van de 75 Slowaken voor Havel, het is onbegrijpelijk. Het komt alleen doordat de nationalistische emoties de overhand hebben gekregen. Ik merk het ook al aan de reacties van de Tsjechen. De mensen hier vragen me: "Wat doe je hier nog in Praag?'. Er is een vijandige houding.”

Pag.5: Slotacte van absurdistisch stuk

Petrik ziet er terneergeslagen uit en zucht herhaaldelijk diep. “Natuurlijk, de Tsjechen hebben grote fouten gemaakt, maar ze hadden er rekening mee moeten houden dat (de Slowaakse HZDS-leider) Meciar door zijn verkiezingsoverwinning grote ruimte voor zijn politiek had gekregen. Ik ben heel erg pessimistisch over de ontwikkeling die nu voor ons ligt.”

Václav Benda, de voorzitter van de Tsjechische christen-democratische partij KDS, die samen met de ODS van Václav Klaus in de Tsjechische regeringscoalitie zit, is minder emotioneel en gelooft dat de splitsing van Tsjechoslowakije nu een feit is. “We moeten ervoor oppassen dat door die kwestie ook het Tsjechische publiek weer wordt verdeeld. Het is nu eenmaal zo dat een deel van het Tsjechoslowaakse electoraat bij de parlementsverkiezingen heeft gekozen voor een gedeeltelijke terugkeer naar het socialisme.”

Maar Jan Carnogurksy, de voorzitter van de Slowaakse christen-democraten en tot vorige maand premier van de Slowaakse regering, kon niet anders concluderen dan dat met het niet-herkiezen van Havel als president “een einde is gekomen aan de Fluwelen revolutie”.

De man die als toneelschrijver, dissident en aanvoerder van de mensenrechtenbeweging Charta 77 de totalitaire staat decennialang zo welsprekend, succesvol en met het brengen van grote offers heeft bestreden, is van de “terugkeer van het socialisme in Slowakije” het slachtoffer geworden. Want hoewel hij al kort na de Fluwelen revolutie het probleem van het opkomende Slowaakse nationalisme heeft onderkend, en er keer op keer op hamerde dat er aan de federale verhoudingen iets moest worden veranderd, is zijn verwerping van de politieke methodes van de vroegere communist en nationalist Vladimir Meciar hem noodlottig geworden. Voor het feit dat Havel, voor de verkiezingen, het kiezerspubliek waarschuwde om geen partijen te kiezen die “avonturistisch, nationalistisch of demagogisch” zijn heeft Meciar nu wraak genomen.

Het vorige maand in Bratislava gesloten akkoord tussen Klaus en Meciar over een eventuele scheiding van de federatie op termijn - 30 september - lijkt door de uitslag van gisteren een nieuwe, escalerende dynamiek te hebben gekregen. De kompassen van de twee partijen - de Tsjechen die een zo snel mogelijke aansluiting zoeken bij het kapitalistische Westen en de Slowaken die daar bang voor zijn en zoveel mogelijk elementen van staatsbemoeienis willen handhaven - zijn niet langer gericht op een mogelijke verzoening, maar neigen steeds meer naar een breuk, een breuk die niet meer gevreesd, maar integendeel juist gewenst wordt.

Dat zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat de komende drie maanden voor alle betrokkenen een steeds grotere beproeving zullen worden: er moeten tenslotte op 16 juli weer presidentsverkiezingen worden gehouden, maar wie wil er nog president worden van een federatie die na luttele weken ophoudt te bestaan?

Het constitutionele programma moet door de federale regering worden afgewerkt, maar wie zal zich daarvoor nog werkelijk willen inspannen? Alles zal misschien wel functioneren zoals het hoort, maar het zal een vreemd schimmenspel worden. De federale staat Tsjechoslowakije zal de tijd die haar rest dan ook niet veel anders inhouden dan een absurdistisch toneelstuk. Waar men de rol speelt die men behoort te spelen, maar waar geen applaus zal klinken wanneer het spel is afgelopen.