Shampoofles op Romaans zuiltje van Akwaduktmarmor

DEVENTER, 3 JULI. Op Sandrasteeg nummer 8 in Deventer, vlak achter de Lebunuskerk, huisde tot voor kort een vijf leden tellende woongroep, die het gebouw had gekraakt, maar van gemeentewege werd gedoogd. Op de derde en hoogste verdieping had deze kleine "commune' haar badkamer en stond de shampofles naast een romaans zuiltje, vervaardigd van "Akwaduktmarmor': een soort ketelsteen, die zich ooit had afgezet in de goot van een Romeinse waterleiding bij Trier en in de Middeleeuwen per vlot naar Deventer was vervoerd.

Dat men hier met een stokoud pand te maken had, was dus al lang duidelijk, maar hoe oud precies, is pas onlangs uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. Het gebouw dateert van 1130 en is daarmee volgens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg het oudste woonhuis van Nederland. Eerder werd deze titel opgeeist door een pand aan het Wed in Utrecht, daterend van 1204.

Het Deventer huis, opgetrokken uit trachiet en tufsteen en in de loop der eeuwen veelvuldig vertimmerd en aangepast, was jarenlang gemeentelijk eigendom, maar werd in 1989 overgedragen aan de NV Bergkwartier, Maatschappij tot Stadsherstel, die het ten koste van 1,1 miljoen gulden laat restaureren. Als dat werk begin volgend jaar is voltooid, kan de woongroep, die elders onderdak kreeg, er als eerste haar rechten op doen gelden, maar ze moet dan wel maandelijks per individu 400 gulden aan huur betalen. En mogelijk geldt als voorwaarde dat het pand een dag of dagdeel per week voor bezichtiging wordt opengesteld.

Drs. J.R. Magdelijns, hoofd afdeling momentenzorg van Deventer, steekt zijn vreugde over de "primeur' die zijn stad verwierf, niet onder stoelen of banken. “Elders in Nederland”, vertelt hij tijdens een rondleiding door het pand, “bestaan wel restanten van oudere woonhuizen, onder andere van villa's uit de Romeinse tijd, maar dat zijn hoofdzakelijk fundamenten, dus archeologische vondsten, terwijl dit huis nog compleet met drie verdiepingen overein staat.”

Nederland kent wel enkele kerken die eerder tot stand kwamen dan het Deventer bouwwerk, bijvoorbeeld de Sint Servaes in Maastricht en de Pieterskerk in Utrecht. Kastelen, die mede als woonoord dienden, maar bij Monumentenzorg in een andere categorie vallen, dateren veelal van latere datum, terwijl de afdeling boerderijen geen enkel in leeftijd concurrerend specimen oplevert. “Nee, dit is echt het oudste Nederlands woonhuis”, aldus Magdelijns, die over het buitenland geen uitspraak durft te doen. “Misschien dat Italie of Zuid-Duitsland nog oudere voorbeelden opleveren; dat zou wat mij betreft een onderzoek waard zijn.”

Geruime tijd was al bekend dat het pand in de Sandrasteeg van voor 1250 moest dateren, omdat het grotendeels uit gemporteerde natuursteen bestaat, een bouwmateriaal dat haverwege de dertiende eeuw werd vervangen door de veel goedkopere, op eigen bodem geproduceerde baksteen. Ook het romaanse zuiltje van "Akwaduktmarmor' op de bovenste verdieping (later zijn er meer gevonden) en enkele vensterbogen wezen op hoge ouderdom. De exacte datering kwam echter voort uit zogenoemd dendrochronologisch onderzoek door experts van de Leidse universiteit, die hiertoe een gespaard gebleven houten balk met een soort kaasboor beproefden. Nauwgezette bestudering van de plantaardige monsters wees uit dat het bouwjaar 1130 moet zijn.

Ook werd in het huis een poort ontdekt, die in de vroegste periode toegang verschafte tot de middeleeuwse stad, en verder een aan de heilige Bonifatius gewijde kapel. Boven de poort woonde de proost, hoofd van het kapittel (kerkelijk gebied) van de Lebunuskerk. Een uit 1200 daterend document, dat in het stadsarchief van Deventer rust, bericht over eenzelfde functionaris als bewoner.

Magdelijns grijpt dit gegeven aan om de betekenis van Deventer als middeleeuwse stad te benadrukken: “Boven de grote rivieren lagen slechts twee belangrijke steden: Utrecht en Deventer, dat als dependance van het bisdom Utrecht fungeerde. In tijden van nood, bijvoorbeeld als de Noormannen een inval deden, vluchtte de bisschop naar Deventer om er een veilig onderkomen te vinden.”

Niet bekend