Serviërs beginnen terrein te verliezen; Op tal van fronten blijken de Serviërs niet onoverwinnelijk

BELGRADO, 4 JULI. Voor het eerst sinds het begin van de Joegoslavische burgeroorlog, een jaar geleden, lijkt het streven naar vereniging van alle door Serviërs bewoonde gebieden in ex-Joegoslavië in eigen, Servische staatkundige eenheden in grote moeilijkheden geraakt, menen waarnemers in Belgrado. De ontruiming onder internationale druk door de Serviërs van het vliegveld Butmir bij Sarajevo maakt het hun vermoedelijk onmogelijk enkele bij Sarajevo gelegen gemeenten als Ilidza en Hrasno effectief te beschermen, mochten in de buurt van Sarajevo gelegen, voornamelijk Kroatische eenheden besluiten de Bosnische hoofdstad militair te ontzetten.

Ook werpt het verlies van de luchthaven de vraag op, of de Serviërs nog in staat zullen zijn een verdeling van de stad Sarajevo af te dwingen, om daarvan de hoofdstad van hun eigen “Servische republiek Bosnië-Herzegovina” te maken - zoals aanvankelijk in hun bedoeling lag. Maar deze problemen vallen in het niet bij de kennelijke onmacht van het Servische leger om een ononderbroken landcorridor van oost naar west in Bosnië tot stand te brengen, die enkele Servische gebieden in Kroatië (met name Krajina en West-Slavonië) en West-Bosnië (met het belangrijke Servische steunpunt Banja Luka) zou verbinden met de republiek Servië.

Het belangrijkste probleem voor de Serviërs hier, aldus waarnemers, zijn de Kroatische troepen, die op hun beurt een noord-zuid-corridor tot stand willen brengen tussen hun deel van Slavonië, en met name de stad Slavonski Brod, via het vast door de Kroaten gecontroleerde West-Herzegovina, met de Kroatische, Dalmatische kust.

Rondweg slecht gaat het voor de Serviërs ook in Oost-Herzegovina, waar na het verlies van de stad Mostar de Kroaten optrekken tegen de bijna dagelijks door hen gebombardeerde stad Trebinja.

Op vele punten wordt tussen Kroaten en Serviërs in Bosnië-Herzegovina overigens niet gevochten, op grond van een (publiek-)geheim akkoord van 9 mei tussen beide partijen, waarbij over een aantal van hun onderlinge grenzen bij de opdeling van Bosnië-Herzegovina overeenstemming was bereikt. Het bekendste geval is de demarcatie tussen de Servische gemeenten ten westen van Sarajevo, en de door de Kroaten gecontroleerde stad Kiseljak. Naar verluidt hebben Kroatische eenheden daar Bosnische moslems tegengehouden, toen zij - al meer dan een maand geleden - de stad Sarajevo wilden gaan ontzetten.

Het is niet duidelijk of een inmiddels tussen Kroatië en de wettige regering van Bosnië-Herzegovina gesloten "defensie-akkoord' in deze situatie wijziging zal brengen. In het Kroatische kamp in Bosnië-Herzegovina is al langer sprake van een scheiding der geesten tussen hen die loyaal wilden meewerken aan een multinationale staat Bosnië-Herzegovina en een omvangrijker groepering die een eenvoudige opdeling tussen Serviërs, Kroaten en moslems voorstond. De regering van de republiek Kroatië zegt overigens dat haar eigen troepen bij de strijd in Bosnië-Herzegovina niet betrokken zijn, en de oorlogsinspanningen daar geheel en uitsluitend het werk van de autochtone Kroaten van de republiek. Aan deze bewering wordt algemeen geen enkel geloof gehecht.

De situatie aan Kroatische kant wordt verder gecompliceerd door de aanwezigheid van de fascistische HOS-milities, die kennelijk geheel naar eigen inzicht de strijd aanbinden met het Servische leger in Bosnië en, naar verluidt, evenals het Servische leger, uitblinken in het begaan van wreedheden tegen de burgerbevolking en het “ethnisch zuiveren” van bepaalde gebieden. Met name deze HOS zou op het punt staan Sarajevo van het westen uit binnen te trekken, als de Serviërs hun steunpunten rond het vliegveld Butmir moeten opgeven.

Het Servische leger, dat in mei formeel werd "losgekoppeld' van het Joegoslavische leger, dat nu in theorie nog slechts in Servië en Montenegro opereert, is volgens waarnemers echter voorlopig nog alleszins in staat vanuit de heuvels rondom Sarajevo de stad met artillerie en dergelijke te bombarderen. Een binnentrekken van reguliere Kroatische eenheden zou deze situatie drastisch kunnen veranderen, omdat deze - anders dan de voornamelijk moslem-eenheden die nu de stad verdedigen - over zware artillerie voor een tegenaanval beschikken. In verband met dit gevaar zouden de Serviërs - aldus onbevestigde berichten - bezig zijn hun hoofdkwartier uit het stadje Pale, onder de rook van Sarajevo, naar elders over te brengen.

Het ontbreken van een Servische oost-west-corridor door Bosnië maakt transport over de weg en kennelijk ook door de lucht onmogelijk. De Kroaten beschikken slechts over twee MiG-straaljagers - de derde werd vorige week door de Serviërs neergeschoten - maar wel over ruime hoeveelheden luchtafweergeschut. In steden als Banja Luka en Knin, in West-Bosnië en Kroatië, is daarom een acuut gebrek aan medicijnen en andere eerste levensbenodigdheden ontstaan, aldus de Servische pers. De strijd is overigens nog niet gestreden: het Servische leger, dat in de ogen van buitenlandse waarnemers de Kroatische- en moslem-eenheden wel in vuurkracht, maar niet altijd in moreel en vechtlust overtreft, is volgens de Servische media doende met een offensief tegen het Kroatische steunpunt Derventa.

Terwijl de strijd in Bosnië-Herzegovina dus nog lang niet ten einde lijkt, dreigt ook een heractivering van de oorlog in Kroatië. Hier zijn eenheden van het Kroatische leger begonnen aan de "bevrijding' van sommige vorig jaar door de Serviërs veroverde gebieden, daarbij de Servische bevolking meestal op de vlucht jagend. Deze acties houden kennelijk verband met het door de Kroatische regering naar de binnenlandse opinie verbreide idee, dat de troepen van de Verenigde Naties deze Servische gebieden zouden bevrijden en er het gezag van de regering in Zagreb herstellen, maar dat de VN wat dit betreft in gebreke blijven. Zoals bekend moeten de VN, volgens het zogeheten plan-Vance, deze gebieden vooral demilitariseren, waarna hun toekomstige, autonome status verder bij onderhandelingen moet worden ingevuld.

Weer een ander geval vormen de nieuwe Servische bombardementen op Dubrovnik, die een vergelding zijn voor de Kroatische aanvallen op Trebinja in Oost-Herzegovina.

De moeilijkheden die de Serviërs ondervinden bij hun opmars in Bosnië, die aanvankelijk zo onstuitbaar leek, is niet de eerste terugslag voor de Servische zaak. Ook de Servische veroveringen in Kroatië bleven vorig jaar ernstig achter bij de aanvankelijke plannen Kroatië te reduceren tot niet veel meer dan Zagreb en omgeving en het schiereiland Istrië. Dat de Servische president Slobodan Milosevic toen eieren voor zijn geld koos, en aanstuurde op een wapenstilstand en de komst van VN-troepen om althans nog wat veroveringen te consolideren, kwam hem bij veel gewapende Servische groeperingen op het verwijt van defaitisme te staan.

Datzelfde dreigt nu weer, nu Belgrado formeel alle banden met de Serviërs in Bosnië heeft verbroken en zelfs openlijk op ontruiming van het vliegveld en het staken van de bombardementen op Sarajevo heeft aangedrongen. Deze onvrede onder zoveel militante en zwaar bewapende Serviërs is in de ogen van waarnemers een belangrijk element, nu Milosevic zich in de eigen republiek geconfronteerd ziet met een steeds luidere oppositie, die radicaal een eind willen maken aan de oorlog en de autoritaire structuren in Servië.