Rechtshandige tennissers op belangrijke momenten buiten tramrails gewerkt; Het voordeel van de "linkse' sportlieden

Twee van de vier halve finalisten op Wimbledon bij zowel mannen als vrouwen zijn linkshandig. Het kan bijna geen toeval zijn en lijkt een sterke ondersteuning voor de bewering dat linkshandige spelers een voordeel hebben. En niet alleen omdat ze op belangrijke punten een idealere uitgangspositie hebben bij de service.

LONDEN, 4 JULI. "Anything left-handed' heet het winkeltje op 57 Brewerstreet in Londen en zoals de naam doet vermoeden is er voor linkshandigen alles te koop. Van scharen en mokken tot adresboekjes. Maar een tennisracket voor linkshandigen? Nee, daar hebben ze nog nooit van gehoord. Ze zijn er simpelweg niet. De grip is symmetrisch en het feit dat het slagwapen in de handen van linkse tennissers klaarblijkelijk een hoger rendement oplevert is geen aanleiding voor de familie Milsom, die het oudste op dit terrein gespecialiseerde zaakje drijft, een racket in het assortiment op te nemen.

Linkshandigen hebben het niet gemakkelijk. Ze vormen een minderheid van tien procent en de samenleving is niet ingericht op hun ongemak. Het begint al op de basisschool. Lelijke vlekken in het "schoonschriftje' als het handje de vulpen van links naar rechts op het blad volgt en een blauw spoor trekt over de regel waaronder de meester dan met een nijdig rood pennetje "slordig' zet. Of dat onhandige gehannes met een schaar. Altijd in het nadeel, dikwijls versleten worden voor lomperik als het werk er niet zo netjes uitziet. En later weer stuntelen met electrische apparaten of sluitingen.

Maar in de sport is het een voordeel linksbenig of linkshandig te zijn. Een stuk of drie goede "linkspoten' in een voetbalelftal zijn een zegen voor een trainer, die met zo'n aantal in de verdediging, op het middenveld en in de spits spelers kan posteren die door moeder natuur speciaal voor die positie zijn uitgerust met een gevaarlijk, schaars wapen. Voor tennissers lijkt op het eerste gezicht dat voordeel niet te bestaan. Er wordt steeds van een andere kant geserveerd en het voordeel wordt daarom ook opgeheven bij het ontvangen van de opslag.

Al geruime tijd zijn de theoretici van mening dat er wel degelijk een groot profijt bestaat voor linkshandigen wanneer ze tegen een rechtshandige speler staan. Niet alleen kan hij de bal altijd met zijn sterke forehand cross op de backhand van zijn tegenstander slaan, van belang is vooral dat hij juist op de belangrijke momenten, in deze van de Engelse taal doordrenkte sport de big points genoemd, op de plaats die uitermate ongunstig kan zijn voor zijn tegenstander. Op de kritieke momenten, bij de stand 30-40 of 40-30 op eigen service, staat de linkshandige links en serveert de bal diagonaal naar rechts. Door de bal met veel "slice' te spelen wordt de rechtshandige opponent tot buiten de zogenoemde tramrails, de twee lijnen aan de buitenkant van de baan, gedirigeerd waar hij moet proberen met zijn doorgaans zwakkere backhand de return te slaan. Zo de bal al terugkomt, kan de linkshandige speler opkomen naar het net waar hij een vrij veld voor zich heeft om met zijn eerste volley het punt te maken. Het voordeel is het grootst op gras, zoals op Wimbledon, een ondergrond waarop de bal meer draaiing krijgt en niet hoog opstuit. De baansoort bij uitstek voor de serve-volleyer. De tijd om te reageren is korter dan op welke andere ondergrond ook. Stefan Edberg liet er geen twijfel over bestaan dat zijn uitschakeling in de kwartfinale door het servicekanon Goran Ivanisevic mede een gevolg was van zijn linkshandigheid. “Hij heeft de beste service van allemaal, want het feit dat hij linkshandig is maakt het allemaal nog moeilijker”.

Het geldt niet alleen voor het serveren zelf, maar ook bij het ontvangen van de opslag op kritische momenten. Bij een achterstand van 30-40 staat de linkshandige weer links, waar hij met zijn forehand de rechts geslagen swingservive beter kan retourneren en op deuce kan komen. Al zijn er vanzelfsprekend ook bij rechtshandigen oplossingen voor handen, die het de opponent lastiger moeten maken.

Ivanisevic is niet de enige linkshandige die op Wimbledon de halve finale bereikte. Bij de mannen heeft hij John McEnroe als goed gezelschap, bij de vrouwen stonden eergisteren Martina Navratilova en Monica Seles (hoewel die bij de gewone slagen tweehandig is en zowel de linker- als rechterhand laat leiden) tegenover elkaar. In hun geval is het voordeel van de service geringer omdat die met minder kracht wordt geslagen.

Er worden meer factoren aangevoerd voor het hoge percentage linkshandige tennissers. Bij de beste 51 van de wereld (op die positie stond de Nederlander Jan Siemerink voor het begin van Wimbledon) zijn het er tien. Tweemaal zoveel als wanneer de samenstelling van de ATP-ranking een afspiegeling van de gewone bevolking zou zijn. De top tien telt er nu drie: Petr Korda, Goran Ivanisevic en Guy Forget. Toevallig wel spelers die met hun opslag een snelheid van rond de tweehonderd kilometer bereiken.

De verklaring voor het grote aantal wordt ook wel gezocht in de andere voordelen die linkshandigen zouden hebben. De psycholoog Stanley Coren van de universiteit van British Colombia (die samen met Diane Halpern het omstreden artikel publiceerde in Psychological Bulletin waarin zij tot de vaststelling kwamen dat linkshandigen negen jaar korter leven dan rechtshandigen) is ervan overtuigd dat linkshandigen een beter ruimtelijk gevoel hebben en een sterker ontwikkelde oog-hand-coördinatie. Er is ook wel beweerd dat linkshandigen een veel grotere creativiteit bezitten en chaotischer zijn.

Feit is dat heel veel briljante tennisspelers linkshandig waren. Rod Laver, Martina Navratilova (ze worden nog steeds de besten ooit genoemd), Jimmy Connors, Neal Fraser, John McEnroe. Sinds Norman Brooks in 1907 de eerste linkshandige speler was die Wimbledon won zijn velen soortgenoten hem gevolgd. Van 1974 tot 1984 was er, met één uitzondering, steeds een linkshandige speler in de finale op het heilige gras aan Church Road.

Linkshandigheid heeft onmiskenbaar voordelen. Het probleem is alleen dat spelers zich ervan bewust moeten zijn en het zoveel mogelijk moeten zien uit te buiten. Omdat er nog altijd veel meer rechtshandigen zijn duurt het altijd even voordat een rechtshandige speler is ingesteld op zijn "linkse' tegenstander al zal de verstandige coach er tevoren rekening mee houden. Bondscoach Stanley Franker voegde begin 1990 Jan Siemerink toe aan de Nederlandse Davis-Cupploeg voor de wedstrijd tegen bekerhouder Duitsland in Bremen. Niet om te spelen, maar om tijdens de training te fungeren als stand-in voor de Duitser Carl-Uwe Steeb. Hij zag er vanaf. “Ik ben zelf linkshandig en heb daarom tijdens de trainingen die plaats ingenomen”, zegt hij.

Wie zich er niet tevoren op instelt loopt grote kans gedesoriënteerd over de baan te lopen zoals Steffi Graf in 1987 tegen Martina Navratilova. De Australiër Frazer, Wimbledon-winnaar in 1960, had Navratilova geleerd via haar opslag met veel effect Graf vanuit het centrum van de baan te verjagen waardoor "Fraulein Forehand' aangewezen was op haar armzalige backhand. In iets meer dan een uur werd de Duitse met 7-5 en 6-3 weggeslagen. Teruggestuurd naar de trainingsbaan, waar ze sindsdien veel bij heeft geleerd.