RECHTERS

De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker door Jan Leijten 199 blz., Balans 1992, f 39,50 ISBN 90 5018 157 0

Een van de meest intrigerende aspecten van de Nederlandse rechtspraak is het feit dat de persoonlijkheid van de rechters door het systeem onzichtbaar is gemaakt. En dat terwijl zij vaak beslissingen mogen nemen die diep ingrijpen in het leven van de betreffende burgers. Rechters opereren in de regel naamloos en in groepen. Hun vergaderingen zijn geheim. In hun overwegingen staat "de persoon van de verdachte' centraal, terwijl over de minstens zo belangrijke "persoon van de rechter' weinig bekend is. Maar in een tijd dat de anonieme getuige en de anonieme verdachte om uiteenlopende redenen ter discussie staan, groeit de aandacht voor de anonieme rechter. Signalen daarvan zijn bijvoorbeeld een enquête naar de opvattingen van vertegenwoordigers van de rechterlijke macht eind vorig jaar door het weekblad Vrij Nederland en het onlangs verschenen boek Dubieuze Zaken van Crombag, Van Koppen en Wagenaar waarin wordt blootgelegd langs welke psychologische mechanieken rechters tot hun oordelen komen.

Temidden van de cultuur van het magistrale mysterie, verscheen onlangs de bundel De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker waarin Jan Leijten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, met een verbluffende openheid zijn persoon exhibitioneert.

Hij doet dat in deze bundel meestal op een indirecte manier door zijn mening te geven over een bonte verzameling van toestanden, gebeurtenissen, politieke personen, schrijvers, en boeken. Vaak verpakt hij zijn opinie ook in een korte anekdote (over mensen in de rij voor de geldautomaat, of over een treinconducteur die een verdrietig meisje zonder kaartje geruststelt). Maar ook bevat het boek een enkel gedicht (Leijten citeert iemand die hem betitelt als "jurist-dichter') en een aforisme: ""Iedere vrouw die zich door een man laat slaan verdient een pak slaag.'' Naar de vorm is de bundel het best te karakteriseren als een kleinkind van Multatuli's Ideën.

Voor de meeste stukken geldt dat zij door Leijtens verraderlijke gemoedelijkheid een genot zijn om te lezen. Over premier Lubbers schrijft hij bijvoorbeeld: ""Onze minister-president Lubbers is als hij over politieke onderwerpen praat (en daar beperk ik me maar toe) een, het zij toegegeven, niet altijd onaantrekkelijk warhoofd, maar zelfs in internationale politieke kringen geldt hij zo niet als een genie dan toch minstens als een talentvol entertainer.''

Zelf had Leijten zijn bundel liever de titel Afkeer en bijval meegegeven, zo schrijft hij in de inleiding, en dat is inderdaad een vlag die de lading beter dekt. De uiteindelijke titel is ontleend aan een van de "beschouwingen', zoals Leijten de stukken zelf noemt, waarin hij groot mededogen toont voor het harde beroep van de inbreker. ""In dat vreemde, donkere huis rondwarend is hij existentieel eenzaam, van God en alle goede en kwade mensen verlaten.''

Deze advocaat-generaal is een emotioneel, licht religieus bevlogen mens met een warm hart voor het socialisme (""Links staat voor rekening houden met een ander, rechts voor het rekening sturen aan de anderen.''). Hij is een erudiete twijfelaar die afkerig is van alle aanspraken die zijn beroepsgroep maakt op een uitzonderingspositie (""Een volmaakt inzicht in schuld en onschuld zou naar mijn angstige en vaste overtuiging veel rechters tot verdachten en veel verdachten tot rechters maken.'').

Het belang van De verschrikkelijke eenzaamheid van de inbreker is bovenal dat Leijten op vele plaatsen de uitwassen van het strafrechtelijk systeem in Nederland opspoort en aan de kaak stelt. Het zijn vaak dezelfde thema's die aangesneden werden in het al genoemde onder juristen inmiddels beruchte boek Dubieuze Zaken (waarvoor Leijten een voorwoord schreef): de partijdige rechter die oordeelt op grond van een "goed verhaal' zonder echt te weten of iemand schuldig is. Maar anders dan Crombag, Van Koppen en Wagenaar bouwt Leijten geen omvangrijk rationeel-theoretisch systeem. Hij hanteert de floret, sierlijk maar dodelijk.