Overzichtsttentoonstelling van de schilder Clyfford Still; Hier sta ik: onverbiddelijk, levend, naakt en onbevreesd

Tentoonstelling: Clyfford Still. Schilderijen 1934-1974. T/m 30 augustus in het Stedelijk Museum Amsterdam. Dagelijks geopend van 11-17 u. Publikatie in het Engels ƒ 45.

Op de tentoonstelling van de Amerikaanse schilder Clyfford Still in het Amsterdamse Stedelijk heerst een gewijde sfeer. De 36 schilderijen, ontstaan tussen 1934 en 1974, hebben veel ruimte gekregen. Elk doek vraagt om geconcentreerde aandacht en de ontwikkeling van Still (1904-1980) is goed te volgen. Zo ongeveer moet de kunstenaar die berucht veeleisend was, zich een verantwoorde expositie van zijn werk hebben voorgesteld.

Still identificeerde zich sterk met zijn schilderijen. Wie daaraan kwam, raakte hem in zijn diepste gevoelens. Via zijn schilderijen zegt hij tot de toeschouwer: “Hier sta ik, onverbiddelijk, trots, levend, naakt, onbevreesd.” De kunstenaar is uitsluitend verantwoording verschuldigd aan zijn persoonlijke visie. “Het is een reis die men moet ondernemen, alleen, te voet en steeds rechtdoor.” En laat niemand de verheven opdracht van de Kunstenaar-God onderschatten. Zijn werk kan volgens Still “leven schenken, maar ook dood veroorzaken als het wordt misbruikt.”

Uit deze romantische ideeën heeft Still de uiterste consequentie getrokken. Het gevaar van misbruik en miskenning van zijn unieke talent dreigde overal. Hij isoleerde zich van de kunstwereld. Vriendschappen met tijdgenoten, zoals Mark Rothko en Barnett Newman, eindigden in onaangename ruzies. Pikte Still de ideeën van Newman of was het omgekeerd? Deelname aan groepstentoonstellingen weigerde hij voor zover dat in zijn vermogen lag. Tussen het abstract expressionisme en zijn werk bestond volgens hem, anders dan menig kunstcriticus suggereerde, geen enkele overeenkomst. (Politiek onderscheidde hij zich in ieder geval van de abstracte expressionisten: terwijl zij meestal links waren, ondersteunde Still in het begin van de jaren vijftig de anti-communistische heksenjacht van Senator McCarthy). Zijn Newyorkse galeriehoudster Betty Parsons gaf hij in 1948 opdracht om zijn schilderijen alleen te tonen aan mensen die er iets van konden begrijpen, “en sta niemand toe er over te schrijven. NIEMAND. Mijn minachting voor de intelligentie van de kladschrijvers die ik heb gelezen is zo groot, dat ik hun stompzinnigheden niet langer kan dulden.”

Niets of niemand ontkwam aan zijn meedogenloze kritiek. Surrealisme, expressionisme, Bauhaus, oude of moderne Europese meesters vonden in zijn ogen geen genade. Still streefde naar een specifiek Amerikaanse identiteit in de kunst en daarin stemde hij wel overeen met de "heroïsche generatie' abstracte expressionisten. “Wij bevrijden ons van de ketens van geheugen, associatie, nostalgie, legende, mythe - kortom alles wat bepalend was voor de Westeuropese schilderkunst. (-) Wij gaan uit van onszelf, van onze eigen gevoelens”, aldus Newman in het artikel The sublime Is Now (1948). Vanuit de chaos van het zuivere gevoel moesten hun schilderijen een directe gewaarwording geven van het Verhevene en het Tragische. Helemaal puur Amerikaans was Still overigens niet: in navolging van Rembrandt en Vincent signeerde hij met Clyfford...

Still waakte als een Cerberus over zijn kunstwerken, een rol die sinds zijn dood met verve door zijn weduwe Patricia is overgenomen. Al tijdens zijn leven was het aantal solo-tentoonstellingen gering. De expositie in het Stedelijk, die werd georganiseerd door het Kunstmuseum Basel, is dan ook de eerste Europese retrospectieve. De schilderijen zijn afkomstig uit de collecties van de Albright-Knox Gallery in Buffalo (NY) en het San Francisco Museum of Modern Art, twee instituten waaraan Still een groep werken heeft geschonken.

Het eerste schilderij op de tentoonstelling, een somber gekleurd doek van een naakte man die door een landschap loopt, lijkt een illustratie van Stills artistieke credo. In de loop der jaren gaan figuur en achtergrond een abstracte eenheid vormen. In de catalogus noemt Michael Auping dit samengaan van figuur en grond een metafoor voor de verbondenheid van primitieve volkeren met de natuur. Still was een van de vroegste abstracte expressionisten die dit thema kozen. Bij hem verdichten de vormen zich later tot monochroom zwarte vlakken, maar tegelijkertijd ontwikkelt hij, in contrast met het zwart een licht palet met helder blauw, oranje-rood, geel en wit. In het late werk, waar grote delen van het doek onbeschilderd blijven, herinnert de verticaliteit van de grillige, vlamachtige vormen soms aan het motief van de eenzame wandelaar in een lege vlakte. Met het idee dat dit de prairies uit zijn jeugd in North Dakota zouden zijn, rekende Still op dubbelzinnige wijze af. Het heeft er niets mee te maken: “Ik schilder mezelf, niet de natuur.”

Still koesterde verheven idealen: door zijn schilderijen kon men de absolute vrijheid leren kennen. Sinds pop art, waarvan we de nasleep nog altijd om ons heen zien, zijn we geneigd dergelijke pathetisch klinkende verwachtingen te relativeren. Kan Stills werk nu nog hooggestemde gevoelens oproepen? Ja en nee. Alle composities zijn tot in de details - kleurvlakjes, stipjes, dunne lijntjes - uiterst zorgvuldig opgebouwd. Niets is aan het toeval overgelaten. Die "regelzucht' en discipline maken het werk soms beklemmend en ontoegankelijk. Bij andere schilderijen, vooral de grote doeken die omstreeks 1960 ontstonden, geven de perfecte balans en het ritme van de vormen wel een sterk gevoel van ruimte en vrijheid.