Oostenrijk neutraliteit verdwijnt in een dikke mist

WENEN, 4 JULI. Wat doet een geheelonthouder, die zwart op wit beloofd heeft het ideaal van de blauwe knoop nooit te zullen opgeven, als hij absoluut lid wil worden van een borrelclub? Wie in het antwoord op deze vraag geïnteresseerd is, volge het gespartel van de Oostenrijkse politiek rondom het principe der permanente neutraliteit, een principe dat niet vol te houden is nu Oostenrijk toe wil treden tot de Europese Gemeenschap, die in Maastricht besloot tot verdere politieke en militaire integratie.

Tot de belofte permanente neutraliteit van Zwitserse snit vast te leggen in een wet werd de Oostenrijkse regering in april 1955 gedwongen door de Sovjet-minister van buitenlandse zaken, Molotov, die weigerde mee te werken aan een staatsverdrag waarbij de Grote Vier Oostenrijks onafhankelijkheid zouden herstellen als die belofte niet gedaan werd. In een Moskous memorandum legde een in Moskou onderhandelende Oostenrijkse delegatie daarop vast dat Oostenrijk nimmer tot militaire bondgenootschappen zou toetreden, geen militaire steunpunten op zijn grondgebied zou toestaan en permanente neutraliteit à la Suisse zou praktizeren. In oktober van dat jaar stond de neutraliteit in een eigen wet.

Maar dat is lang geleden. Sindsdien is Oostenrijk een welvarend Westers land geworden, verstrengeld door vele tentakels met de EG. De Sovjet-Unie bestaat niet meer, de Koude Oorlog tussen NAVO en het Warschaupact is afgeblazen. Oostenrijk is officieel nog wel steeds neutraal, maar welke betekenis dit woord nog heeft, kon al geruime tijd niemand in regeringskringen in Wenen meer echt duidelijk maken. Het enige wat vast leek te staan, was dat het Oostenrijkse volk zijn onafhankelijkheid, zijn economische ontwikkeling, zijn positie in de wereld toeschreef aan het tovermiddel neutraliteit.

De politici van de twee grote coalitiepartijen SPÖ en ÖVP bewezen daarom keurig lippendienst aan het wettelijk vastgelegde principe. In de aanvraag tot toetreding tot de EG in 1989 werd Oostenrijks neutraliteit nadrukkelijk naar voren gebracht.

Intussen was wel duidelijk dat de politieke top in Wenen heel goed wist dat de EG niet zat te springen om neutrale leden, die maar half mee zouden willen doen. Maar lange tijd wist niemand hoe men dit zijn politieke kinderen moest vertellen. “We kunnen best neutraal blijven en toch lid van de EG worden”, riep de één. Of: “We moeten een dynamisch neutraliteitsconcept uitwerken, waarmee de EG haar voordeel kan doen”, riep de ander. Af en toe gleed wel eens iemand uit, zoals de oud-secretaris-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken Klestil (intussen gekozen tot bondspresident). Hij noemde vorig jaar de neutraliteit een achterhaalde zaak. Onmiddellijk werd hij van alle kanten tegengesproken.

Aan deze vaak komische vertoning is nu een eind gekomen. Zwitserland, het grote neutrale voorbeeld, heeft zich vorige maand voor toetreding bij de EG gemeld en daarbij niet gerept over zijn permanente neutraliteitspolitiek. Zweden was daar al aan voorafgegaan. Vice-kanselier Busek van de Volkspartij vatte daarop de koe bij de horens en verklaarde in een interview eind mei dat Oostenrijk volwaardig mee zou moeten doen met de komende Europese veiligheidsarchitectuur, troepen zou moeten bijdragen en bondgenootschappelijke legereenheden op zijn grondgebied zou moeten toelaten.

Met deze duidelijke taal reageerde hij op de Zwitserse aanvraag tot toetreding. Wat bleek intussen? De Zwitsers lieten elke vermelding van hun neutraliteit in die aanvraag weg op aandringen van de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken Mock, Buseks partijgenoot. Pas met het Zwitserse voorbeeld in de hand durven de grote leiders van de Volkspartij de stap naar realisme kennelijk eerst te wagen.

De sociaal-democratische bondskanselier Vranitzky was er niet gelukkig mee. Wel ging hij ermee akkoord dat in een memorandum van de Oostenrijkse regering aan de twaalf EG-regeringen, waarin Wenen zich bereid verklaarde mee te werken aan een veiligheidsstelsel, het woord neutraliteit werd weggelaten, maar tegelijkertijd gaf hij een paar staaltjes van casuïstiek ten beste waardoor de discussie weer in dikke mist gehuld dreigde te raken. Zolang de EG haar veiligheidspolitiek niet precies heeft uitgewerkt is er voor Oostenrijk geen reden de neutraliteit als principe op te geven, zo luidde één van zijn uitspraken.

Nu de Westeuropese Unie een duidelijk omschreven taak in dit verband dreigt te krijgen, gooit hij het over een andere boeg. Als er een veiligheidssysteem is, is neutraliteit alleen als concept niet meer voldoende, zei hij dezer dagen. De neutraliteit moet dan met het veiligheidssysteem gecombineerd worden. Op dit punt citeerde Die Presse letterlijk wat Vranitzky onlangs in Bern zei: “Het betekent niet dat men de neutraliteit categorisch en als het ware van de ene dag op de andere af moet zweren. Een collectief veiligheidssysteem, zoals dat in Europa bezig is van de grond te komen, schept nieuwe voorwaarden en stelt vooral de capaciteit tot solidaire actie centraal.” Voer voor schriftgeleerden.

De serieuze Oostenrijkse pers vindt dat aan de komedie een eind moet komen. Die Presse en Der Standard hebben de neutraliteitspolitiek anachronistisch genoemd. Het weekblad Profil herinnert eraan dat Oostenrijk ten tijde van de Golfoorlog tanks door zijn grondgebied heeft laten vervoeren en vindt dat de politiek al lang dood is, hoogstens nog van nut als balsem op de angstige Oostenrijkse volksziel. Maar Profil brengt meer dan alleen een opinie. In het nummer van 22 juni drukte het een opiniepeiling af van het Institut für Strategische Markt- und Meinungsforschung, waarin die ziel aan het woord komt.

Nog in januari van dit jaar vond 96 procent der ondervraagden dat aan Oostenrijks permanente neutraliteit niet getornd mocht worden. Nu, vijf maanden later, vindt nog maar 58 procent dat de neutraliteit zin heeft. Eenenveertig procent is al van mening dat Oostenrijk soldaten aan een toekomstig Europees leger moet bijdragen. In de groep met middelbare opleiding of meer is het percentage van degenen die vierkant vinden dat de neutraliteit achterhaald is zelfs 53 procent. Duidelijk is wel dat de bloedige oorlog in het voormalige Joegoslavië er veel toe heeft bijgedragen dat de liefde voor voortgezette neutraliteit zo is afgekalfd.

De volksziel kan de werkelijkheid kennelijk beter aan dan vele politici gedacht hadden. Het zal niet lang meer duren of Bondskanselier Vranitzky zal weer in normale zinnen kunnen spreken. De mist zal kunnen optrekken. Het zal gezond zijn voor de politieke discussie, waaraan steeds meer Oostenrijkse burgers lijken te willen deelnemen.