Naar het dak der wereld

De Ghurka's worden ongeduldig, zei Oom Dennis met een zijdelings blik op de donkere mannen die terzijde van de "weg' bijeen hurkten rond hun thee. Veel "weg' was hier niet meer te bekennen, dat was zeker, en de lucht was al een stuk ijler aan de voet van het hooggebergte.

Een van de Ghurka's, de kleine gedrongen man die vanaf het begin de leiding had gehad, luisterde met onbewogen gezicht naar wat de jongste nu met grote heftigheid tegen hem zei. Hij wees omhoog, de bergen in, en zijn ogen schoten vonken.

Enig idee, waar ze 't over hebben, Oom? vroeg Timothy op nonchalante toon. Hij was eraan gewend dat hun Oom, de sportieve kamergeleerde uit Oxford, situaties als deze razendsnel doorzag en tot een oplossing bracht.

Tja, de tijd begint natuurlijk wel een beetje te dringen.

Oom Dennis zei het vaag, maar ook met een ongebruikelijk zweem van bezorgdheid in zijn stem. Hij keek naar de westelijke hemel, alsof daar wel eens een oplossing vandaan zou kunnen komen.

Even later was hij bezig, opnieuw, met kaart, kompas en ring. De antieke ring waarmee hun avontuur begonnen was, kort geleden eigenlijk nog maar. Maar dat was hier al volkomen onwerkelijk geworden: dat de broers een maand terug nog in de rats hadden gezeten of ze wel overgingen.

Help mij even, neven, zei hij op gekscherende toon. Want ik acht het bepaald niet uitgesloten dat wij ons per vergissing op het verkeerde subcontinent bevinden. En in dat geval...

Timothy begon te grinniken.

Maar Oom, in dat geval lijkt het me zelfs niet uitgesloten dat u onze Oom helemaal niet bent!

Of zelfs dat wij geen broers, zijn! viel Matthew opgetogen in.

Haha, spuit elf geeft ook water, zei Timothy korzelig.

Neven, zei Oom Dennis, neven, laat elkander toch in leven... Heren, even serieus s.v.p. Kijk, hier bevinden wij ons. Dat is duidelijk, nietwaar? En hier, achter deze pas, moet zich dus de bewuste vallei bevinden... Maar waar ik me, eerlijk gezegd, een beetje zorgen over begin te maken, dat zijn de Ghurka's. Het is niet dat ik ze niet vertrouw; er is iets anders. Wist ik maar, wat. Maar ze vertikken het eenvoudig om hun mond open te doen. Er is verdikkeme geen woord uit te krijgen.

Zo zaten ze die avond, voor de derde achtereenvolgende keer, nog wat bijeen voor de tent na hun "generale-stafvergadering' zoals Oom Dennis het nu eenmaal beliefde te noemen. En dronken thee.

Niemand zei een woord.

Ook Ghurka's niet, die al in hun slaapzakken lagen.

Ze keken naar het verdwijnende licht. Het was nog volop zomer, maar er zat al iets in de lucht dat beet, een allereerste begin van enorme koude.,

Verbeeld ik me nou..., zei Timothy aarzelend. Of horen jullie het ook?

Het lijkt wel...

Oom Dennis en Matthew luisterden scherp, terwijl ze hem vragend aankeken.

Een vliegtuig! riep Matthew opgewonden. Een vliegtuig!

Ze stonden nu alle drie recht overeind en keken ongelovig, met de hand boven de ogen, naar het stipje dat, steeds duidelijker te onderscheiden, aan een daling begonnen leek te zijn, een bedaarde daling.

Oom Dennis floot tussen zijn tanden. Maar hoe, verdraaid nog aan toe..., mompelde hij. Hij dook de tent in, en rees er met zijn kijker aan de ogen direct weer uit op.

Verdomme! schreeuwde hij schor. Boordgeschut! Matthew! Timothy! Dekking zoeken.

De Ghurka's hoefde hij niets te vertellen. Ze stonden al naast hun slaapzakken. Matthew en Timothy hoorden nog hoe Oom Dennis de Ghurka's in hun eigen taal enkele snelle woorden toevoegde, en toen begon het; het betrekkelijk hoge geluid, door de bassen van de twee motoren heen, van het boordgeschut.

(P.S. Zijn er lezers die enig idee hebben van de auteur, de titel of zelfs de eventuele verkrijgbaarheid van het boekje waarvan bovenstaand proza, denk ik, een soort nagalm is? Het gaat om een deeltje van een serie (ik geloof "Junior' geheten, misschien ook wel "Verkenner', of allebei, formaat: circa 8 x 12 of 9 x 13 cm, tweede helft jaren vijftig) waarin onder meer een boekje verschenen is dat bij voorbeeld best Expeditie naar de Himalaya geheten kan hebben. In dit meesterwerkje onderneemt een Oxoonse classicus met twee Londense neven, na aankoop van een gouden ring die een routekaart blijkt te zijn, een expeditie naar de Himalaya alwaar, in een afgesloten vallei, een deel van het leger van Alexander de Grote, nog altijd Grieks sprekend, onze eeuw heeft weten te halen. Maar slechte mensen (op goud uit!) hebben lucht gekregen van de expeditie. Zo ongeveer, tenminste, herinner ik me 't verhaal. Ik ben bij voorbaat dankbaar voor informatie. N.M.)