LUSTHOVEN

Buitenplaatsen in en om Den Haag door Hans Fölting e.a. 144 blz., geïll., Waanders 1992 (Kleine Monumenten Reeks), f 25,- ISBN 90 6630 369 7

Sommige onderwerpen zijn blijkbaar zó voor de hand liggend, dat niemand ze beschrijft. Buitenplaatsen rondom de residentie, daar zou je toch een bibliotheek mee moeten kunnen vullen. Maar nee, er zijn wel monografieën en artikelen over de afzonderlijke huizen, maar een overzicht ontbreekt. Dat is helaas vooral zo omdat het voornemen van E. M. Ch. M. Janson na zijn Kastelen in en om Den Haag (Den Haag 1971), een boekje over landhuizen te publiceren nooit is gerealiseerd. Toch was zijn manier van doen, goede stukken over de diverse huizen in één band, uitstekend.

Ongedateerd, maar ook uit de jaren zeventig, stamt C. H. Voorhoeves Lusthoven en oude huizen langs de Vliet, veel ruimer opgevat, maar gortdroog met pseudo-journalistieke kopjes, geen index en al helemaal geen literatuur. Het beste bronnenboek, Kastelen, ridderhofsteden en buitenplaatsen in Rijnland van S. J. Fockema Andreae, J. G. N. Renaud en E. Pelinck uit 1952, en ongewijzigd herdrukt in 1974, houdt bij Wassenaar op. En dat is het dan.

Het jongste deel in de onvolprezen Kleine Monumentenreeks valt dus in een gat in menige bibliotheek. Er is niet gekozen voor een stuksgewijze aanpak (dan zou ook blijken dat er nogal wat huizen worden overgeslagen), maar voor een lopend verhaal met diverse kapstokken: waar lagen ze, wie woonden er, wat spookten die uit, hoe zagen ze eruit, wat voor tuinen lagen er om heen, en hoe staat het er vandaag de dag mee. Daardoor komen de gemeenschappelijke kenmerken van de landhuizen naar voren, al onderscheiden de Haagse buitens zich niet wezenlijk van andere. Het enige Haagse is de ligging, vroeger allemaal buiten, maar sinds de groei ook binnen de residentie.

Vier Haagse huizen zijn ontwikkeld uit oudere kastelen: Binckhorst, Duivenvoorde, Zuidwijk en De Werve, veel andere zijn uitgebreide boerenhofsteden en de rest is sinds de zeventiende eeuw nieuw gesticht. De grootste impuls tot het bouwen van buitens, zeg maar gerust paleizen, kwam van Frederik Hendrik, niet alleen stededwinger maar ook een geletterd kunstminnaar met vorstelijke allures en aspiraties. Het is hoogstbedroevend dat zijn Huizen te Rijswijk en te Honselaarsdijk gesloopt zijn: ze zouden nu meer bezoekers hebben getrokken dan het Loo en de kastelen van Ludwig II bij elkaar.

De meeste huizen van de hofcôterie is het overigens niet veel beter vergaan. Het pseudo-kasteel Duinrell werd pas in 1986 gesloopt, de meeste andere vielen al eerder onder de slopershamer, werden als ondraaglijke last in de fik gestoken of zwaar verminkt voor een nieuwe functie. Het geween van Kloos om bloemen in de knop gebroken, is aanstellerij als je beseft wat er in en om Den Haag naar de knoppen is geholpen.

De beschrijving van de architectuur van de huizen en de aanleg van de tuinen geeft een goed beeld van de modegevoeligheid van zulke ondernemingen, maar illustreert ook hoe snel men hier op de hoogte was van ontwikkelingen in het buitenland. Zeer veel heeft menige buitenplaatsbezitter te danken gehad aan Daniël Marot, een gevluchte hugenoot, die hier de Franse smaak in een monsterproduktie vliegensvlug heeft verspreid. Dit genie stond garant voor huizen, inrichtingen, tuinen, versieringen, en maakte er nog zelf prenten van ook. De man heeft naast Willem III half Nederland bediend.

Kastelen en buitens zijn om zovele redenen aantrekkelijk: om de architectuur, om de bewoningsgeschiedenis, om de kunstwerken in huis, om de tuinen er om heen, om hun historie. Korter soms dan de auteurs wellicht hadden gewild, komen deze aspecten voor het voetlicht. Een index op kasteel of huis was, gezien de verspreide behandeling handig geweest, en een kaartje met bestaande en verdwenen huizen was evenmin een overbodige luxe geweest. En hoe kan men, met een Orangist als Van der Klooster als adviseur, "Acte van Afzwering' schrijven, waar dat Acte van Verlatinge moet zijn, en het lijkt me ook onmogelijk dat prins Maurits (overleden in 1625) nog in 1680 aanwijzingen gaf. De afbeeldingen zijn in orde: ook het recent door het Mauritshuis verworven dubbelportret van Constantijn Huygens en zijn vrouw Suzanne van Baerle prijkt al in dit boek. In kleur.