Lotti van der Gaag in het Institut Néerlandais in Parijs; Gracieus en onverzettelijk

Institut Néerlandais, 121, rue de Lille, 75007 Paris. Expositie 13-19u, dag. beh. ma. Catalogus FF 40.

PARIJS, 4 JULI. Het Institut Néerlandais in Parijs heeft de Visserneerlandia-prijs gekregen voor de 'voorbeeldige wijze' waarop het Institut 36 jaar lang de Nederlandse cultuur en die van de 'Lage landen' in het algemeen heeft verbreid. Deze prijs van elfduizend gulden van het Algemeen Nederlands Verbond, een bijna honderdjarige vereniging ter bevordering van de Nederlandse taal- en cultuurgemeenschap, zal, zo hoopt het Verbond, verder bijdragen aan de bevordering van het onderling begrip tussen Nederlands- en Franssprekenden in Europa.

Op dit moment is in het Institut Néerlandais een retrospectieve tentoonstelling van beelden, schilderijen en tekeningen van Lotti van der Gaag te zien die met grenzen al lang niets meer te maken heeft. De zestigjarige kunstenares is vooral bekend geworden als de 'beeldhouwer van Cobra', maar de tekeningen en schilderijen die zijn tentoongesteld, zijn zeker zo interessant als de beeldhouwwerken.

Met Karel Appel en Corneille kwam Lotti van der Gaag in het begin van de jaren vijftig naar Parijs, waar ze met de anderen werkte en woonde in de bekende, al lang geleden afgebroken voormalige leer-en huidenfabriek in de rue Santeuil. Lotti van der Gaag bleef de Franse hoofdstad trouw: ze werkt er nog steeds in haar grote atelier, op drie wintermaanden na die ze in Den Haag doorbrengt.

Op de expositie is een groot aantal tekeningen op bruin papier te zien uit die historische beginperiode. De signatuur van Cobra is onmiskenbaar in deze werken die ze aan het Museum Boymans- van Beuningen heeft geschonken. Er zijn ook tekeningen uit de jaren zeventig en tachtig die "vrijer' en persoonlijker zijn. Maar de onderwerpen zijn niet veranderd: men treedt binnen in een poëtische fantasiewereld, die soms een gracieuze, maar vaker een nieuwe, onverzettelijke realiteit vormt.

In de beeldhouwwerken zijn de "leegten', evenals in haar tekeningen uit de jaren vijftig, belangrijk. “Ook het wit moet gelezen worden. Het wit, de leegte, houdt de vorm heel”, schrijft haar vriend, de dichter Bert Schierbeek in de catalogus, die verfrissend eenvoudig is.