Lieuwe Visser steelt de show bij barokorkest

In de serie Robeco Zomerconcerten: The Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman. Solist: Lieuwe Visser (bas). Programma: Händel, Suite I en II uit Watermusic; Cimarosa, Il maestro di cappella; Haydn, Abschiedssymphonie no. 45 in fis. Gehoord: 3/7 Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam.

Een ruime touringcar wachtte gisteravond het Amsterdam Baroque Orchestra op om onmiddellijk na afloop van het concert te vertrekken richting Perpignan, waar het orkest zal optreden in een festival voor oude muziek. Dat Ton Koopman met zijn succesrijke barokorkest alom met open armen wordt ontvangen, is begrijpelijk, aangezien deze musici van wanten weten wat betreft de historische uitvoeringspraktijk. Bovendien gaat er enthousiasme uit van hun spel en oogt het orkest uiterst fleurig. De verantwoorde speelwijze, de kleurige outfit van de musici en de beweeglijkheid van hun dirigent scheppen weliswaar de sfeer van een aangenaam muziekfeest, maar echt opwindend is hun musiceren niet. Het aantal uitstekende barokensembles is in de laatste tien jaar zo toegenomen, dat wij gewend zijn geraakt aan de sound van de oude instrumenten en hun heldere articulatie. Wij zijn vertrouwd met de klank van de taal en verlangen nu naar inhoud.

Wat dat betreft werden wij gisteravond met een kluitje in het riet gestuurd. Waar de Suites uit Händels Watermusic het moeten hebben van een contrastrijke karakterisering van de delen, werden wij afgescheept met een correcte afwikkeling waarbij noch het verschil in maat en ritme, noch de differentiatie in timbre de fantasie van de uitvoerenden prikkelden.

Ook Haydns Abschiedssymphonie was vooral optisch een succes. Het werkt nu eenmaal altijd komisch wanneer de musici één voor één voortijdig het podium verlaten. Dat deze symfonie meer behelst dan fijnzinnig vermaak was niet te horen. De authenticiteit van het verhaal over de opstandige musici die het verblijf in het zomerpaleis van vorst Esterhàzy zat waren en verlangden naar hun familie in Eisenstadt, is dan wel niet volledig bewezen, maar ook zonder dit verhaal spreekt uit Haydns noten een opstandige sfeer. Met een dalende drieklank in fis kleine terts, een snauwerig staccato en een onrustig syncopisch motief in de tweede violen legt de componist meteen bij de inzet de zweep erover. Er kan geen twijfel over bestaan: papa Haydn was boos! Zo niet Ton Koopman. Opgewekt streek hij alle stekels glad en verzwakte de extremen in de dynamiek zodat slechts aangename welluidendheid overbleef.

Dank zij de perfecte act van Lieuwe Visser, die in Cimarosa's miniatuuroperaatje Il maestro di cappella de show stal, kwam er toch nog reliëf in deze avond. Zijn typering van de onprofessionele dirigent die zich probeert te handhaven door veel gebabbel en feilloos verkeerd geplaatste aanwijzingen was zeer professioneel en onweerstaanbaar.