Kabinet beleeft rustige eerste week budgetbesprekingen

DEN HAAG, 4 JULI. De effecten van het "2 mei-beraad' worden zichtbaar, aldus een prominent PvdA-fractielid schertsend. De CDA-top besloot toen dat het kabinet Lubbers-Kok tot en met 1994 moet blijven zitten: de schouders eronder.

De eerste week in de ministerraad over de begroting 1993 leidde niet tot grote politieke spanningen. Maar het is “niet eenvoudig”, zei minister-president Lubbers gisteren na afloop van de ministerraad. “Een kwestie van inschikken”. Het opstellen van een begroting is “een proces waarop je je mentaal moet voorbereiden”, aldus de regeringsleider.

Minister Kok (financiën) deed met de zogenoemde Hangpuntenbrief de openingszet. Volgend jaar hoeft het kabinet niet extra te bezuinigen om de overheidsboekhouding op orde de krijgen. Maar, zo laat de minister van financiën er dreigend op volgen: er is geen geld voor nieuw beleid en tegenvallers moeten binnen de begroting worden opgevangen. Minister-president Lubbers zei dat met name de "dossiers' onderwijs, sociale zekerheid en volksgezondheid afgelopen week de agenda hebben bepaald.

In de Hangpuntenbrief heeft minister Kok staatssecretaris Simons (volksgezondheid) voorgerekend dat hij in zijn sector een overschrijding van 700 miljoen heeft. De hogere uitgaven voor specialistische hulp en ziekenhuisrekeningen zijn hiervoor verantwoordelijk. Bij Sociale Zaken worden verwachte besparingen niet gerealiseerd omdat er vertraging is bij de invoering van bijvoorbeeld de wet terugdringing ziekteverzuim. Het budgettaire probleem van De Vries en Ter Veld (sociale zaken) bedraagt ruim 400 miljoen gulden.

Deze overschrijdingen - niet gerealiseerde besparingen - nopen tot extra bezuinigingen, vindt Kok. Onderdeel van de rituele begrotingsdans is dat de bewindslieden daarentegen pleiten voor meer geld. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft het kabinet laten weten dat hij ongeveer 120 miljoen gulden extra wil hebben voor de bouw van cellen en bestrijding van de zware criminaliteit. De CDA-minister weet zich niet alleen gesteund door de regeringspartijen maar ook door de oppositie in de Tweede Kamer.

De bewindslieden van onderwijs Ritzen en Wallage willen nog altijd extra geld voor de aanvangssalarissen van leraren. In het voorjaar had hun dreigement om op te stappen succes. Bij de algemene bezuinigingsronde werd toen hun begroting voor een bedrag van 100 miljoen gulden ontzien; daarnaast werd 100 miljoen gulden vrij gemaakt voor taalcurcussen aan allochtonen.

In de huidige begrotingsronde hield A. Melkert, de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie, een pleidooi om het geld dat Onderwijs minder uitgeeft dan in de begroting is opgenomen, te gebruiken voor de salarissen van leraren. Kok wees het voorstel toen niet van de hand. Structureel zou het volgens Melkert gaan om een bedrag van 100 à 300 miljoen. Maar de andere bewindslieden zien de bui al hangen. Als Ritzen hiervoor het fiat krijgt, moeten zij meebetalen aan tegenvallers op de onderwijsbegroting - door bijvoorbeeld grotere deelname aan basis- en beroepsonderwijs. Ritzens collega's willen dus dat hij zijn structurele meevaller reserveert voor incidentele tegenvallers en niet voor de salarissen.

Deze week hebben Lubbers, Kok en De Vries en de fractievoorzitters Brinkman (CDA) en Wöltgens (PvdA) verkennende gesprekken gevoerd over de inkomensontwikkeling voor 1993. In augustus neemt het kabinet hierover een beslissing, voor volgende week zondag wil het kabinet de uitgavenkant op orde hebben.

In april werd de hoogoplopende discussie over de koopkracht gesust met de "27-april brief'. Het kabinet deed de toezegging dat het “zich ten uiterste wil inspannen om de koopkrachtachteruitgang geringer, respectievelijk zo gering mogelijk te doen zijn”. In de Hangpuntenbrief van begin deze week schrijft Kok dat de inkomensontwikkeling voor 1993 “een nog onevenwichtiger beeld” laat zien dan eind april: “Het verschil tussen het sociaal minimum en twee keer modaal bedraagt thans 2,8 procent” in plaats van de 1,8 procent die eind april al zoveel spanning gaf. Om de koopkracht van de minima volgend jaar in stand te houden is een bedrag van 1 à 2 miljard gulden nodig. Voor de PvdA-fractie is een denivellering van bijna 3 procent onaanvaardbaar. Maar ook binnen de CDA-fractie klinkt gemor. Alle ogen zijn daarom gericht op de printer van de personal computer van minister De Vries.