Het wankele bestaan van een verslaafde in Rotterdam; “Ik ben te laf om er in één keer een eind aan te maken.”

Het is vroeg in de middag en in de verduisterde kamer staat de zwart-wit televisie op Télékids.

Vandaag komt de dealer langs met twee bolletjes heroïne. Frans zit op de sofa en wacht. Als de drugs zijn bezorgd, lijkt het of hij in trance raakt. Onmiddellijk begint hij met een roestig aardappelmesje het bruine poeder fijn te snijden en op een zilverpapiertje te verhitten. Begerig inhaleert hij de opstijgende dampen door een kokertje dat hij heeft gerold van een bladzijde uit de statenbijbel. De rook diep in zijn longen vasthoudend praat hij verder, waardoor zijn stemgeluid vervormt. Terwijl Frans voor de tweede keer chineest, dansen op de tv konijntjes.

""Ik ben net wakker weet je'', zegt hij. ""Het gaat nu al beter, ik voel de warmte in me stromen.'' Frans ziet er vandaag niet uit. Hij heeft een verwilderde blik in zijn ogen, draagt vuile sokken en een dito broek die half open staat. ""Ja, ik ben vannacht tot half zes doorgegaan met spuiten. Er kwam een kennis met poen'', expliceert hij. Samen hebben ze er in no time 600 à 700 gulden doorheen gejaagd, vijf gram coke en twee gram hero. ""We zijn wel zes keer naar De Kaap geweest, steeds om even een grammetje te scoren.''

De nachtelijke spuitmaat is nu in België. ""Pillen halen. Een doosje van dertig maal twee milligram Rohypnol koop je daar voor een tientje. Valium, anabolen, mandrax, je kunt er alles zo krijgen.'' Frans neemt nog een chineesje. ""Normaal doen ze dat met mespuntjes, maar ik pleur er altijd gewoon een half pakje op.'' Hij duwt zijn herdershond Tanet weg. ""Anders hangt-ie met zijn kop boven de dampen. Ook zo'n hond is gauw hooked hoor.'' Tanet - genoemd naar de beschermgod van Ibiza - is alles voor Frans. ""Zonder hem zou ik vereenzamen. Nu heb ik thuis aanspraak en ben ik gedwongen af en toe naar buiten te gaan. Ontmoet ik andere hondebezitters. Toen mijn vorige hond stierf, heb ik mijn hele huishouden naar buiten gegooid en ben ik zwaar teruggevallen.''

Je mag Frans in geen geval een junk noemen. ""Junk betekent afval en dat ben ik niet. Ik ben gebruiker.'' Lachend beaamt hij dat die omschrijving in zijn geval wel wat eufemistisch is. Hij schrikt als ik opsom wat hij gemiddeld in één week tot zich neemt. ""Dat komt omdat ik het van dag tot dag bekijk. Zo leef ik tenslotte ook.''

Frans drinkt dagelijks twee liter frambozen/bessen-vruchtenwijn, een mierzoet brouwsel van ƒ 3,95 per fles. De eerste slok neemt hij direct na het wakker worden. Op straat loopt hij meestal met een blikje bier in zijn hand. ""Het gebruik van alcohol geeft me zelfvertrouwen'', zegt hij. ""Ik word er rustig van. Ik kan goed communiceren en na twintig jaar drinken ken ik onderhand mijn limiet.'' Mocht hij toch dronken worden, dan trekt hij zich bij voorkeur terug in zijn huis.

Zijn leven kent een opmerkelijke regelmaat. Iedere werkdag om negen uur exact meldt hij zich bij de methadonpost, twee straten verderop. Zijn dosis bedraagt 40 cc per dag. ""Methadon haalt mijn ziekteverschijnselen weg en het zorgt ervoor dat ik niet elke dag heroïne hoef te spuiten, zoals vroeger.'' Toch gebruikt hij bij. Op donderdag, wanneer hij zijn uitkering ontvangt, en op zaterdag chineest hij heroïne, meestal twee bolletjes van ieder een halve gram per keer. Heroïne brengt hem in een aangename roes. ""Het maakt me vrolijk en brutaler. Als je rekeningen hebt, smijt je ze weg.''

Van tijd tot tijd, afhankelijk van de hoeveelheid geld die hij ter beschikking heeft, spuit hij cocaïne. ""Daar word ik heel speedy van. Op coke hoor ik ook stemmen die zeggen: Meer, meer, meer. Geef ik daar aan toe, dan slaap ik niet meer. En als je daarmee vier dagen doorgaat, ga je hallucineren.''

Op doktersrecept ontvangt Frans drie maal daags tien milligram valium. Die neemt hij in met alcohol, soms vijf tegelijk. ""Word je rustig en loom van. Lekker voor de tv hangen en relaxen.'' Via de huisarts beschikt Frans ook over het slaapmiddel Loromet, één maal daags twee milligram. Een deel van de valium en de Loromet verkoopt hij door. Van de opbrengst koopt hij weer andere drugs, waaronder af en toe het levensgevaarlijke slaapmiddel Rohypnol. ""Dat gooi je op een lepel, beetje water erbij en wat citroensap. Even verwarmen totdat het opgelost is en dan kun je het zo inspuiten. Toch zit ik liever op de Loromet. Daar word je minder vergeetachtig van.'' Soms slikt hij nog andere pillen. Al deze middelen bij elkaar vormen de minimale dosis voor een week. ""Vaak is het nog drie keer zo veel. Ja, een ander zou er acuut een hartaanval van krijgen.''

Frans is nu 32 jaar en het mag een wonder heten dat hij nog leeft. Eten doet hij nauwelijks. ""Als ik vier keer per week eet, is het veel'', zegt hij. Vandaag heeft hij nog niets genuttigd. En gisteren ook niet. ""Nee, echt niets. Zelfs geen stuk brood. Ik word er niet magerder of dikker van, dat maakt allemaal niets meer uit. Het is de coke die alle eetlust weghaalt.''

Frans heeft een goed figuur en mooie, levendige ogen. “Mijn oudste zus was ooit miss Holland.” Maar wie goed kijkt, ziet de sporen van zijn jarenlange verslaving. Zijn gezicht is licht gehavend, zijn handen zijn ontsierd door zweren. ""Dat zijn werkhanden man, daar moet je respect voor hebben”, meent hij. ""Want in deze handen is nog nooit een spuit geweest. Dat doe ik altijd in mijn armen.” Daarop zijn, tussen de tatouages, littekens zichtbaar. De tatouages omschrijft hij als “een adelaar, een cobra, een mislukte roos en een soort vogel”.

Op de tv is Bushfire Moon, een Australische serie over een arm jongetje dat in de Kerstman gelooft. ""Eergisteren was je hier ook al langs gekomen, hè? Ja, ik was wel thuis hoor, maar ik had even een handje slaapmiddelen genomen, tegen de kiespijn.” Aan het bovengebit kan het niet liggen. Jarenlang verborg Frans zijn tanden. “Ik heb mezelf toen geleerd met mijn lip voor mijn tanden te praten. Zo verrot waren ze.” Nu draagt hij een kunstgebit. Veel van zijn kiezen zijn verdwenen, maar de wortels staan nog overeind.

Frans pakt een alcoholtampon en drukt die tegen de pijnlijke plek. Hij neemt nog een slok Festivo-vruchtenwijn. ""Ik moet eigenlijk naar de tandarts, maar daar ben ik doodsbang voor. Want hij zal met een beitel het bot moeten weghakken.” Frans is met name beducht voor de pijn tijdens de behandeling, want een simpel verdovingsspuitje helpt hem niet. Zijn laatste bezoek aan een tandarts liep fors uit de hand. “Ik gaf die man op een gegeven moment een klap en sloeg het gereedschap uit zijn handen. Ik rende weg en zei dat ik wel even mijn eigen verdoving ging regelen.” Frans ging naar het Centraal Station. ""Midden in de stationshal heb ik toen een shot genomen. Daarna ben ik gelijk doorgegaan naar het ziekenhuis.”

Op een bankje in een grasveld vertelt Frans zijn levensverhaal. Hij spreekt redelijk coherent, al zijn de jaartallen hem enigszins ontvallen. Hij groeide op in Overschie en Rotterdam. Toen hij elf was, verhuisde het gezin naar Lelystad. Het huwelijk van zijn ouders was problematisch. ""Ik zie nog zo voor me hoe mijn vader mijn moeder door de kamer sloeg. Of hij dronk? Hij zoop! En nog beweren dat hij geen alcoholist is. Na twintig jaar zijn ze eindelijk gescheiden. In feite is hij door ons kinderen het huis uitgezet.''

Van zijn vroege jeugd herinnert hij zich vooral zijn verlegenheid. ""Ik was moeders papkindje. Toen ik zes was, kleedde ze me nòg aan. Ik heb het idee dat ze de liefde die ze van mijn vader niet kreeg, bij mij zocht.''

Op zijn veertiende begon Frans te drinken. ""Soms was ik wekenlang straalbezopen. Maar als je jong bent, kun je veel hebben. De drank beviel me uitstekend.'' Vanaf zijn zestiende ging het snel bergafwaarts. Eerst blowen. ""Voor honderd gulden per dag. Ik stond op met de waterpijp, ging knetterstoned naar school.'' Snel daarna schakelde hij over op speed. ""Ik begon met snuiven, maar dat deed te veel pijn. Dus ging ik het spuiten.'' Daarna gooide hij alle remmen los. Hij dronk twee liter jenever per dag en spoot dagelijks speed en cocaïne of heroïne. Zijn technische opleiding brak hij af en hij begon te werken als barkeeper in het jongerencentrum van Lelystad. Zijn speedgebruik werd zo excessief dat hij nachtenlang niet meer sliep. Frans begon te hallucineren. Die beelden ziet hij nog steeds voor zich. ""Het idee alleen al om daar over te moeten praten maakt me panisch.''

Af en toe pleegde hij kleine diefstallen. Alle naar schatting 150 verslaafden in Lelystad kenden hem. Frans fungeerde vaak als heler. ""Inbreken zag ik niet zo zitten.'' Vooral tijdens dronkenschappen raakte hij verzeild in vechtpartijen of sloeg hij uit woede winkelruiten in. In die periode van zijn leven ondernam Frans een aantal pogingen tot zelfdoding. Hij sprong uit het raam of probeerde zich kapot te spuiten. Op een dag nam hij ""een stuk of dertig shotjes coke''. In totale verwarring pleegde hij een inbraak in de flat van zijn tweelingzuster. Diverse keren sloeg hij zijn eigen woning kort en klein.

Toen hij achttien was ontmoette hij zijn grote liefde. ""Ik was verschrikkelijk verliefd op haar.'' Wijzend op zijn oorbel: ""Die heeft zij er in gedaan. En haar naam, Ida, heb ik op mijn vingers getatoueerd.'' Frans bleef dagelijks spuiten. ""Vier jaar lang accepteerde ze dat. Daarna niet meer. Toen ze het uitmaakte heb ik mijn hele huis vernield, dressoirs met een bijl in stukken gehakt.'' Frans viel terug naar een gebruik van vier gram heroïne per dag. Op Kerstnacht stal hij met een vriend 900 videobanden uit een videotheek en hij pleegde inbraken in zes huizen in de straat waarin hij woonde. ""Ik was doodziek, kon niet meer lopen en nam dus gewoon de huizen van de buren.'' Bij zijn arrestatie woog hij nog 34 kilo. ""Ik kon niet meer op mijn benen staan. Op het bureau donderde ik zo alle trappen af.''

Hij kreeg drie weken, met aftrek van voorarrest. Na zijn vrijlating bleef hij een week clean en daarna begon zijn verslaving weer van voren af aan. Hij kocht een tweedehands caravan en nam zijn intrek in een woonwagenkamp. Tot hij vanwege zijn druggebruik ook daar werd weggestuurd. Hij werkte enige tijd als zelfstandig automonteur en later als lasser. ""Gingen de anderen schaften, dan nam ik even snel een handje valium en librium plus een cocktailtje bruin en wit.'' In de bidon van zijn racefiets zat jenever. ""Maar ik werkte wel keihard. Dat kwam natuurlijk door de coke.''

Wàt Frans ook deed, zijn familie liet hem niet vallen. Zijn moeder probeerde hem, waar mogelijk, uit de nesten te helpen. Soms woonde hij op zichzelf, maar op gezette tijden trok hij weer bij haar in. Zijn oudste zuster nodigde hem een aantal keren uit naar Ibiza te komen om daar te werken in het restaurant dat ze er met haar vriend dreef. Maar ook die wist van wanten. ""Die strooide de coke zo uit een pepermolen op een spiegel.'' Nu wijdt de zwager zich aan de meditatie, zonder drugs maar met een plastic neus. Op Ibiza verruilde Frans de drugs voor de drank. ""Drie flessen Bacardi-rum per dag'', vertelt hij met een zweem van trots in zijn stem. Steeds wanneer hij naar Nederland terugkeerde, verviel hij weer in zijn oude druggebruik.

Ten slotte was de maat vol. Zijn moeder en de rest van het gezin trokken hun handen van hem af. ""Mijn moeder zei: ik help je toch maar je graf in. Dat heeft me ontzettend geholpen. Want zo lang mijn omgeving mijn gedrag goedkeurde, dacht ik dat het allemaal wel mee zou vallen.'' Hij besloot af te kicken. Eerst bij De Keet in Rotterdam. ""De discipline daar was niets voor mij. Stof op de richel: tien kilometer lopen; een kreukel in je lakens: dertig kilometer. Na drie weken had ik zo driehonderd kilometer gelopen en haakte ik af.'' Terug naar Lelystad, waar hij bij een bevriende dealer een "baantje' vond als uitsmijter. ""Kreeg ik een grammetje per dag voor. Maar ik zag dat ik mijn familie ging verliezen en dat was het laatste wat ik wilde.''

Via de Detox in Utrecht belandde hij in het Rotterdamse afkickcentrum Rivotorto, genoemd naar een Italiaans melaatsendorp uit de middeleeuwen. Hij zou daar twee jaar intern blijven. Groepsgesprekken, werkprojecten, bodybuilden, fotograferen, meubels maken...'', somt hij op. Met behulp van een kleine dosis methadon was hij na een maand geheel clean. Althans, wat de drugs betreft. Want hij raakte al snel verslaafd aan spiritus, waarvan hij uiteindelijk zo'n drie liter per dag consumeerde. ""Dat ik er nu toch nog redelijk uitzie, is te danken aan een beschermengel. Dat kan niet anders.''

Na twee jaar kreeg Frans een woning en kon hij het afkickproject thuis voortzetten. ""Maar toen had ik het slechter dan nu'', zegt hij. ""Terwijl ik nu pijn lijd. Het was toen zo erg omdat de verlegenheid weer naar boven kwam. Ik voelde me slap en zweterig. Ik kwam mijn huis bijna niet meer uit en durfde zelfs geen boodschappen meer te doen.'' Totdat hij Sandy ontmoette, 18 jaar en "bloedmooi'. Ze slaagde erin om hem binnen een week van zijn spiritusverslaving af te brengen. ""Maar ja, toen begonnen we allebei drugs te gebruiken. Ze speelde de hoer in een club. Er was veel geld. Ik had telefoon en een kleurenbak. Maar we kochten natuurlijk vooral veel dope, soms voor drieduizend in de week.''

Hun relatie was aanvankelijk niet slecht, ook seksueel niet. ""Vaak zei ik: blijf toch van me af, laat mij maar lekker chinezen. Maar door haar werk kende ze veel trucjes. Kreeg ik hem toch nog omhoog.'' Uiteindelijk besloot Sandy om Frans te verlaten, omdat ze hem ""steeds verder de grond in zag zakken''. Ze verdween met achterlating van al haar bezittingen. ""Allemaal door mij bij de vuilnis gezet. Ik heb haar nooit meer gezien.''

Het is donderdagochtend, de gordijnen zijn dicht en op de tv is de herhaling van Rad van Fortuin. Frans heeft zijn eerste fles Festivo-wijn bijna op en draait met trillende handen een shaggie. ""Gister heb ik meteen na de ochtendmethadon geld geleend, wat flessen drank gekocht en een shotje rohypnol genomen. Ik heb de hele dag liggen slapen'', vertelt hij. Frans vindt het heerlijk om veel thuis te zijn. ""Dit is mijn paradijsje'', stelt hij. ""Ik voel me hier zo ongelofelijk thuis, dat is niet normaal meer.''

Frans slaapt op een sofa, in een slaapzak. ""Ik heb tenslotte geen vriendin. Mocht er toch eentje komen, dan maken we die wip toch gewoon op de bank?'' In zijn huurhuis beschikt hij niet over een telefoon of deurbel. Hij heeft geen stofzuiger, de verlichting bestaat uit twee peertjes. Er is geen prullenbak, dus de lege flessen drank belanden achter de sofa. Zijn koelkast is gevuld met theezakjes (""tegen de muizen''), een pakje margarine en een stapeltje schone injectienaalden.

Hij bezit een pick-up en een tuner, beide op straat gevonden. De tv heeft hij gekocht ""voor een strip valium''. De keuken-uitrusting bestaat uit een lekkend gasfornuis, twee bij de vuilnis gevonden pannen, een vork, een mes en een kromgebogen lepel, ""maar die is voor het heroïnegebruik''. Frans kookt niet vaak. Soms maakt hij een omelet of zijn favoriete diner, een prak van ketchup, vissticks en rijst. ""Dat eet ik meestal zo uit de koekepan.'' Het aanrechtblad heeft hij ""verkocht'', op het keukenkastje zitten aangekoekte kotsresten.

Aan de muur hangt een krant van 13 april 1967. ""Die zat in een broodtrommel die ik van de week heb gevonden.'' De inventaris bestaat uit een bonte verzameling voorwerpen, waaronder een lege vogelkooi, een verscheurde wereldkaart, een plastic beer, een mijnwerkershelm, een blik schokbrekersolie met een plastic roos erin, een poster van een Zeeuws meisje, een op de muur geprikt kranteknipsel met als kop "Alles mag in Limburg: zelfs sex met de kapelaan', een koffiezetapparaat zonder kan, drie paar schoenen met gaten, het boek "Houd uw kinderen bezig', drie defecte tv's en een reddingsboei.

Buiten doet het daglicht pijn aan onze ogen. Frans woont sinds drie jaar in deze straat in de Rotterdamse Afrikaanderbuurt. Aan de kant van Frans zijn de huizen verwaarloosd. Er wonen vooral allochtonen, hier en daar een blanke verslaafde. Frans heeft meer contact met de bewoners van de gerenoveerde woninkjes aan de overkant. Veel zwaar gebouwde mannen met tataouages en kaal geschoren hoofden. ""Hé Fransie, hoe is die?'', roept een man die zijn in een felgekleurd house-pak gehulde lijf als een last lijkt mee te zeulen. Frans is trots op zijn straat. ""Iedereen kent me hier en ze accepteren me zoals ik ben'', zegt hij. ""Tenminste, als ik gebruik. Want in de tijd dat ik clean was, negeerden ze me. Logisch, want toen kon ik niet meer normaal functioneren.''

We lopen naar de OHVA (Opvang Heroïneverslaafden Afrikaanderbuurt). Met zijn huurwoning en zijn "vaste plaats' bij de methadonpost om de hoek heeft Frans zijn zaakjes "mooi geregeld'. Van het beruchte Perron 0, bedoeld als centrale noodopvang voor verslaafden uit de hele stad, is hij niet afhankelijk. Wie daar rondhangt, is volgens hem "ver heen'.

Bij de OHVA komen dagelijks een stuk of dertig verslaafden uit de buurt. Ze kunnen er een kop koffie krijgen, gebruikte spuiten omruilen of hun problemen voorleggen aan een van de medewerkers. Ook mogen ze er gratis telefoneren; Frans belt ""minstens één keer per week'' naar zijn moeder in Lelystad. Binnen zijn veel tatouages en trillende handen zichtbaar. Aan de muur hangt een lijstje met door de OHVA georganiseerde uitstapjes: Efteling, vissen, Floriade, dierentuin. Frans klokt zijn portie methadon naar binnen en loopt meteen weer naar buiten.

""Ik wilde snel weg'', zegt hij later. ""Van de week heb ik daar een Suri total loss geslagen. Tenminste, dat is mij verteld, want zelf wist ik van niks meer. Die ging daar naar Suriname staan bellen. Dat mag niet van de leiding. Dus heb ik even ingegrepen. Hij schijnt nu een gebroken neus te hebben.'' Op straat komt Frans een vriend tegen die er opvallend verzorgd uiziet. ""Die is nog maar pas teruggevallen. Nu heeft hij zelfs nog een wasmachine. Maar je zou hem eens over een jaar moeten zien.''

Donderdag is een belangrijke dag voor Frans, want dan ontvangt hij handje-contantje zijn "weekloon'. Momenteel krijgt hij 196 gulden per week, te weten de standaard-uitkering waarop de Sociale Dienst zijn huur en energierekening inhoudt. Maar daar staan schulden tegenover. Zo stond Frans voor 2600 gulden bij zijn dealer in het krijt. ""Hij wilde dat geld eerst ineens hebben. Hij douwde een steen in mijn gezicht en eiste het op. Toen was mijn vriendin net weg en ik zei: Henk, sla me maar dood.'' Henk hield zich in; sindsdien lost Frans wekelijks 25 gulden af. Wegens zwartrijden in de metro heeft hij een boete uitstaan van duizend gulden. Herhaaldelijk vallen deurwaarders-exploiten in zijn bus, maar die verscheurt Frans onmiddellijk.

Om in zijn druggebruik te kunnen voorzien, steelt hij koper en zink uit slooppanden en "oude rommel' uit kelders. Met berovingen of echte inbraken houdt hij zich niet bezig. ""Ik wil de mensen geen overlast bezorgen'', zegt hij. ""Bovendien: hoe meer geld, hoe meer ik gebruik.'' In twee weken tijd is hij tien keer opgepakt tijdens het ontvreemden van ""in totaal twee tientjes'' zink. Daarvoor is hij veroordeeld tot twee weken cel, die hij binnenkort moet uitzitten.

Een paspoort heeft hij niet. ""Verkocht voor twee geeltjes. Niet veel, maar ik was ziek.'' Om zich te kunnen legitimeren moet Frans iedere week eerst een legalisatie afhalen. De Centrale Kas van de gemeente Rotterdam bevindt zich recht tegenover het stadhuis. Een vijftigtal mensen staat tussen dranghekken in de rij, sommigen met een strook aluminiumfolie in de hand. Tientallen anderen, onder wie enkele dealers, hangen rond. Overal wordt open en bloot heroïne versneden, gechineesd, geblowd en alcohol gedronken. De grond ligt bezaaid met versnipperde kranten. De uitkeringsgerechtigden worden één voor één binnen gelaten door twee bewakers in uniform.

Af en toe passeert een bode of een haastige ambtenaar met aktentas. ""We zijn vandaag ook open voor de uitgifte van parkeerkaarten'', zegt de bewaker. ""Vroeger mochten die cliënten er zo langs, maar tegenwoordig moeten ze gewoon in de rij gaan staan.'' Frans propt de 196 gulden in zijn zak. Hij koopt terstond een broodje haring, waarvan hij de helft in een vuilnisbak gooit. Linea recta gaat hij naar een dealer. Hij betaalt hem vijftig gulden af en bestelt ""een geeltje bruin en een geeltje wit''.

Thuis gekomen is op de tv de Braziliaanse serie De draagmoeder. Dit keer ruik ik niet alleen afval en hond, maar ook gas. Frans inspecteert het fornuis en draait de gaskraan dicht. ""Moet sinds gisteren open hebben gestaan. Rohypnol weet je.'' Begerig prepareert hij zijn donderdagse shotje coke. Daarvoor heeft hij water nodig. Hij loopt naar de hal waar hij onder een luik in de kruipruimte verdwijnt. Tamelijk zwart komt hij er weer uit te voorschijn, een jerrycan in de hand. Frans beschikt niet meer over stromend water. Een jaar geleden verkocht hij zijn "vakantieportie' methadon, 24 potjes à 40 cc. Van de opbrengst kocht hij dope. Toen die op was werd hij "ziek'. ""Dan lijkt het alsof je een gat in je maag hebt waar het zuur uitloopt.'' In een vlaag van wanhoop rukte hij alle koperen leidingen en de geiser van de muur. ""Verkocht voor een geeltje.'' Sindsdien tapt hij zijn water rechtstreeks uit de hoofdkraan. Zijn behoefte doet hij "buiten'.

Hij gooit de cocaïne op de lepel en mengt het poeder met het water dat hij uit de jerrycan giet. Hij pakt een injectienaald uit de ijskast en spuit zich behendig in de bovenarm. Onmiddellijk krijgt hij een energie-aanval. Met zijn blote handen veegt hij afval bij elkaar en stopt het in een plastic zak. ""Donderdag schoonmaakdag.'' Tanet jankt van de luizen en de vlooien. Frans geeft hem te eten. Hij veegt de spuit af aan een bos bloemen en gooit hem achteloos op tafel, naast een leeg geknepen tube mayonaise, een portefeuille en een haarborstel. Na twee shotjes coke schakelt Frans over op heroïne. ""Het lekkere van zo'n cocktail is dat je de energie van het wit hebt en de rust van het bruin.'' Met coke moet je oppassen, stelt Frans. ""De vorige keer heb ik er drie dagen van plat gelegen en raakte ik bijna verlamd. Er zijn hier in Rotterdam dit jaar al vier doden gevallen door foute coke.''

William komt binnen. Ze kennen elkaar nog uit het afkickcentrum. ""In deze wereld heb je geen vrienden'', had Frans gezegd. ""Alleen tijdelijke kennissen.'' Toch gaat het tweetal al jaren met elkaar om, maar zodra een van beiden weet af te kicken, zien ze elkaar niet meer. William was drieëneenhalf jaar clean. Nu is hij weer teruggevallen. Hij ziet er doodsbleek uit maar spreekt met heldere stem. ""Net lag ik nog op straat te rollen van de pijn'', vertelt hij. ""Ik kan nauwelijks meer lopen, mijn huis is verslonsd.'' Frans: ""Moet je een chineessie?'' Onder het snuiven vertelt William dat hij ""uit het methadonprogramma'' is ""gegooid'' en nu nergens meer terecht kan. ""Overal is een opnamestop.''

William is 31, op zijn veertiende begon hij te shotten. ""De groep waarmee ik begon te gebruiken bestond uit een man of dertig. Daarvan is er één afgekickt en één helemaal gek geworden. De rest is dood. Sommigen al na twee jaar.'' Frans vertelt over zijn beste jeugdvriend. ""Die heeft mij leren spuiten. Tien jaar lang trokken we met elkaar op. Tot ik hem dood aantrof. Overdosis.'' William kijkt intussen naar The bold and the beautiful. ""Dat ene wijf is helemaal niet zwanger man!''

Op maandag reizen we naar Lelystad. Frans is gespannen. Hij komt nog maar zelden bij zijn familie. Druk pratend belt hij aan, flesje bier in de hand. In de fleurige tuin wachten moeder, zuster Sigrid, tweelingzuster Birgit en drie kleine nichtjes met thee en koek. ""Ik ben altijd heel nerveus als ik hem zie'', zegt zijn 62-jarige moeder. ""Dan komt alles weer boven. Ik vertrouw hem aan de ene kant wel maar aan de andere kant toch ook weer niet.''

Vijf kinderen heeft ze grootgebracht. ""Allemaal hebben ze wel van drugs geproefd'', zegt mevrouw V. ""Maar waarom komen er vier goed terecht en gaat het met eentje helemaal mis? Ik weet het niet. Het is zijn karakter misschien. En ja: een gebroken gezin, maar dat is typische hulpverlenerstaal.'' Ooit kreeg ze een brief van haar huisarts, die stelde dat ze hem te veel beschermde. Ze voelde zich beledigd en trok zich er niets van aan. ""Nu denk ik: misschien had ik doortastender moeten zijn en een psycholoog moeten inschakelen.''

Mevrouw V. werkte zelf in het jongerencentrum waar Frans altijd kwam. ""Die hele groep begon te gebruiken. Het gebeurde onder mijn eigen ogen, maar ik kon ze niet tegenhouden.'' Al snel zorgde Frans voor een reeks familiedrama's. Sigrid: ""Hij logeerde eens op mijn flatje. Kwam ik thuis, was alles kapot. Zelfs de ramen en de stopcontacten lagen eruit; er lag torenhoge rotzooi op het balkon. Maar ik haat hem niet, al is het goed om te weten dat hij niet meer in de buurt woont.''

Regelmatig werd Frans agressief. Mevrouw V: ""Als hij gebruikt had en veel gedronken, sloeg hij de hele boel kort en klein.'' Birgit: ""En mij heb je een keer van drie hoog de trap af geschopt.'' Terwijl zijn familieleden aan het woord zijn, nipt Frans aan zijn bier. Hij ontkent niets, kruipt slechts af en toe in de verdediging. Zijn moeder bleef altijd achter hem staan. ""Ik haalde zijn bier, gaf hem te eten en deed zijn was.'' Dat ging zo tien jaar door. Totdat Frans het Albert-Heijn-spaarboekje van zijn moeder stal. ""Ik was altijd een beetje bang voor hem en durfde nooit wat te zeggen. Maar toen was opeens de maat vol. Vanaf dat moment heb ik het idee losgelaten dat hij mijn zoon is. Ik dacht: zoek het dan verder zelf maar uit. Nee, ik heb nu ook geen schuldgevoelens meer. Vroeger wel.''

Birgit houdt nog altijd van haar tweelingbroer. ""Hij blijft toch een stukje van mezelf. Maar ik heb wel bewust afstand van hem genomen. Want ik heb al zo vaak gehoord: Frans is door het raam gesprongen, Frans ligt in het ziekenhuis. Eens komt het moment dat ze me zeggen: Frans is dood.''

Maandag. Op de tv is Mash. Frans voelt zich ontspannen, want hij heeft zojuist na één dag onthouding zijn dosis methadon weer binnengekregen. Zeker, hij krijgt op vrijdag zijn weekendportie mee naar huis, maar die verkoopt hij altijd. ""Op twee bolletjes bruin'' komt hij de zaterdag door. ""Gezellig in mijn eentje tv kijken en relaxen.'' Op zondag staat hij meestal droog. ""Dan voel ik me goed ziek.'' Doorgaans gaat hij op die dag naar zijn broer Sven die zijn was voor hem doet en bij wie hij een douche kan nemen.

Sven (36) werkt als hulpverlener in een opvangcentrum voor verslaafde aids-patiënten en sero-positieven. Onlangs zat Frans daar zelf drie weken, nadat het HIV-virus bij hem was aangetroffen. Een tweede test gaf echter een ander resultaat: Frans is niet besmet. Maar sinds kort heeft hij ter hoogte van zijn borst een groot gezwel. Er zijn weken overheen gegaan, maar het begint nu zó pijnlijk te worden dat Frans besloten heeft opnieuw zijn bloed te laten onderzoeken. In zijn puberteit liep hij ""natte pleuritis en een dubbele longontsteking'' op, later trombose in zijn been. ""Had ik wat vuil water ingespoten'', luidt de verklaring.

""Voor mij is het belangrijkste dat Frans zijn hoofd boven water kan houden'', zegt Sven in zijn appartement. ""Of hij nu gebruikt of niet.'' De illusie om hem van zijn verslaving af te kunnen helpen, heeft hij opgegeven. ""Hulpverlening is natuurlijk maar één procent. De rest moeten ze zelf doen. Soms kom ik in mijn werk iemand tegen van wie ik denk: daar valt nog wat van te maken. Bij Frans zie ik dat niet zo. Die gebruikt daarvoor al veel te lang. Hij is tot het gaatje gegaan, maar nu is hij gelukkig vrij stabiel.''

Een week later. In de woning van Frans is het nodige veranderd. Van een bevriende, aan cocaïne verslaafde handelaar in ongeregeld goed heeft Frans vele honderden boeken gekregen die overal staan opgestapeld. William en zijn herdershond zijn bij Frans ingetrokken. William krijgt nu weer methadon en heeft zich opgegeven voor een afkickprogramma. Hij slaapt op drie kussens op de grond, waardoor Frans op zijn sofa met één kussen minder genoegen moet nemen. De komst van zijn vriend heeft Frans goed gedaan. De stapels sloophout uit de voorkamer zijn verdwenen, de ijskast is weer gevuld met levensmiddelen. Frans en William delen broederlijk hun geld, de dope en het hondenvoer. Op zaterdag gebruiken ze samen het bruin van Frans, op zondag de methadon van William. ""Mooi geregeld zo'', zegt Frans. ""Hoeven we niet één dag meer ziek te zijn.''

Een paar dagen geleden nog was William ""bijna door het lint'' gegaan. Na een ruzie met zijn vriendin had hij ""veertig valium en tien rohypnol'' geslikt. Frans kwam net op dat moment op bezoek. ""Ik schrok me te pletter. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen. Want wat ik zag was dat grauwe. Het is de kleur van de dood, als die niet meer weggaat dan hang je.'' Frans had zich snel uit de voeten gemaakt. Maar zelf was hij zich ook aan het gebruik van pillen te buiten gegaan. Hij had de ""chemische dwangbuis'' nozinan geslikt. ""Dat tast je motoriek aan. Viel ik zo met mijn kop in de koekepan met gebakken eieren.''

We praten urenlang door over het gebruiken. Hoe moeilijk het is om na verloop van tijd nog je aderen te vinden, hoe sommige verslaafden in hun nek gaan spuiten of zelfs achter hun oog. ""Daar loopt een adertje en dan komt het zo whááf in je kop, weet je.'' Over de hardheid van het junkenbestaan, de doden, de angsten. En dan, plotseling, begint Frans te vertellen over de hallucinaties die hem nog altijd parten spelen. Hij was een jaar of 19 en had een week lang dag en nacht speed gebruikt, niet meer geslapen. ""Ik zag opeens tanks'', ratelt hij. ""Ze schoten op me, ik voelde kogels en weerhaken mijn lichaam binnendringen. Ik zag allemaal loopgraven en tunnels met mannetjes. Als een gek sprong ik op en neer om ze te ontwijken. Ik pakte een bezem waarmee ik ze te lijf wilde gaan. Maar opeens komt er een vliegende schotel op me af en die bezem vliegt zo tegen het plafond.''

Frans begint te zweten. ""Ik was toen in het jongerencentrum. Er kwam een arts die niet wist wat te doen. Ik rukte mijn T-shirt en jeans uit en schreeuwde: doe iets, ze schieten op me! Eindelijk gaf hij me een spuitje. Alles werd wazig en ik sliep in. Twee dagen later zat ik weer aan de speed.'' Sinds die ervaring staat de tv permanent aan, 24 uur per dag. ""Dan kan ik de tv de schuld geven als ik weer stemmen hoor.''

Hij vertelt over het dagelijkse gevecht tegen zijn verslaving. Om bij de supermarkt te komen, moet hij eerst langs de cocaïne-coffeeshop. ""Begin ik helemaal te trillen. Ga ik naar de C 1000 of naar de coke-boer? Sta ik eenmaal achter mijn boodschappenkarretje, dan juich ik helemaal: ik heb het gehaald!''

Frans is er heel stellig over: niemand moet medelijden met hem hebben. ""Hulpverleners hebben het over moeilijke jeugd zus en verwaarlozing zo. Ach, pleur toch op'', zegt hij. ""Het laatste wat ik wil is mijn moeder de schuld geven. En zelfs mijn vader niet, al is het een kankerlijer. Ík neem toch dat shotje, k neem die drank. Dus het is mijn verantwoording.''

Hij is er van overtuigd dat hij ooit ""de rekening gepresenteerd'' zal krijgen. Toch ziet hij voor zichzelf nog een toekomst. Een ""leuk huis'' en een eigen bedrijfje ""waarmee je je zo gelukkig voelt dat je ook op zondag nog werkt, terwijl dat eigenlijk niet hoeft''. Dat lijkt hem wel wat. En een vriendin. ""Want eenzaamheid blijft toch mijn grootste vijand. Met een partner krijg je extra energie; er geeft iemand om je.'' Het "bijgebruik' kan hij misschien ooit laten rusten, maar methadon zal hij altijd blijven slikken. ""Zonder dat spul kan ik het leven niet aan.''

Voor zijn verslaving heeft hij een dubbele en tegelijkertijd tegenstrijdige verklaring. ""De bedoeling is zelfmoord'', zegt hij onomwonden. ""Maar ik ben te laf omer in één keer een eind aan te maken. Ik doe het dus stapje voor stapje. De tweede reden voor mijn gebruik is het overwinnen van mijn verlegenheid. Ik kan mijn leven meer kracht geven.''

Op de grond ligt een plas van Tanet. Frans is er al een paar keer overheen gestapt. Nu pakt hij een jasje van een stoel, laat het op de plas vallen en veegt die met zijn voet weg. ""Zo, dat is ook weer opgeruimd''. Hij neemt nog een slok wijn en gooit het jasje in de hoek. Op de tv begint de herhaling van het spelprogramma Liefde op het eerste gezicht.