Geld maakt de Russische Loeba niet gelukkig

MOSKOU, 4 JULI. Loeba heeft gisteren de hele nacht gehuild. Het is niet de eerste keer de afgelopen maanden. Loeba voelt zich namelijk het slachtoffer van haar voorspoed. Sinds ze enigszins serieus verdient - ze werkt bij een buitenlandse firma die haar in dollars uitbetaalt - zijn haar problemen alleen maar groter geworden. Het is vandaag de dag niet eenvoudig middenklasser te zijn. “Toen ik jong was, en nog maar zeventig roebel verdiende, was er niets aan de hand. In die tijd maakte je je kleren nog zelf.”

Nadat ze een auto had aangeschaft, heeft ze het voor het eerst voelen aankomen. De radio die ze toen in een "commerciële winkel' kocht, bleek niet meer te zijn dan een Japans voorfrontje dat een hoop Russisch roest moest verbergen. Nu ze met een datsja bezig is, is het helemaal evident geworden. Ze wordt uitgewrongen door iedereen die ze op haar weg naar het buitenhuisje vindt.

Het begon met de aankoop van het kleine lapje grond. Slechts tienduizend roebel (één maandsalaris) kostte dat een jaar geleden, tegen de toen geldende koers ongeveer 750 gulden (thans zou het 150 gulden zijn). De voorzitter van het plaatselijke gemeentebestuur nam het geld in ontvangst en in ruil kreeg Loeba een soort plattegrond waarop ze haar bouwtekeningen kon baseren.

Of de tienduizend roebel ook in de gemeentekas verdween, wist ze niet. Het interesseerde haar ook niet. Het werk kon nu immers een aanvang nemen. Eerst een fundament voor het huisje. Een stelletje bouwvakkers uit de buurt bleek bereid voor vijfduizend roebel een betonnen grondvlak te storten. “Dronken” als ze waren, zetten ze de bekisting echter fout op en begonnen ze daarop te storten. De deuropening van de datsja keek precies de verkeerde kant op. Na een heftige scheldkanonade waren de “zuiplappen” niettemin genegen om alles over te doen.

Enkele maanden lag het fundament er netjes bij. Totdat de bouwvakkers langskwamen die er voor honderdduizend roebel het huisje zouden gaan neerzetten. Hun oordeel over het fundament: gips! Zelfs een kippenren had het op dit zandgebak nog geen jaar op uitgehouden. Voor twintigduizend roebel vond Loeba een ander groepje bouwvakkers uit de buurt die wel wilden garanderen dat ze echt cement zouden gebruiken.

Het leek de goede kant op te gaan. Via vrienden uit Estland tikte Loeba vervolgens een partijtje Siberisch hout op ter waarde van vijftigduizend roebel. Ze nam een dag vrij van haar werk, zo'n dag die toch nooit gecompenseerd wordt, en begeleidde de vrachtwagen naar haar nieuwe stek. Maar helaas. De politiepost in de buurt hield het konvooi aan. De keurige koopakte, waaruit moest blijken dat Loeba het hout niet had gestolen, kon de agenten niet vermurwen. Waarom hout uit Tomsk? Dat was niet pluis! Voor duizend roebel bleek de zaak ineens wel pluis. Die avond huilde Loeba voor het eerst en begon ze haar echtgenoot, een brave dokter die weinig heeft te makken, te verwensen omdat die alles aan haar overlaat en zich dus niet als een “echte man” gedraagt.

Wat zou er nog meer tussen komen? Veel, zo zou snel blijken. Bij het storten van het fundament hadden de bouwvakkers een telefoonlijn van het leger beschadigd. Niemand had kunnen weten dat die kabel precies daar lag. Het was niet op de plattegrond aangegeven. Het betrof namelijk een “geheime” telefoonlijn. Een lokale commandant van het leger kwam niettemin verhaal halen. De bouw diende onverwijld gestopt te worden. Afgelopen week nam Loeba dus maar weer eens een dagje vrij om het ter plaatse te regelen. De conversatie met de majoor verliep niet aangenaam. “Rechtzaak”, “boetes” en “bouwstop” waren de woorden die ze aanvankelijk opving. Een Westerling zou haar geadviseerd hebben om het erop aan te laten komen en de bal door te spelen naar het gemeentebestuur dat haar een incorrecte akte had verkocht. Maar Loeba interpreteerde de signalen toch anders. Dit waren omtrekkende bewegingen terwille van iets anders. En inderdaad, de majoor wenste dertigduizend roebel. Dan zou hij nergens meer over praten. Op twintigduizend werd de deal afgemaakt. Loeba probeerde de majoor nog een beetje streng toe spreken over deze weinig verheffende voorstelling. Maar zijn antwoord was helder: “als zij daar” - hij wees in noordelijke richting naar boven, dat wil zeggen in de richting van het Kremlin - “geld mogen vragen, waarom zouden wij het dan niet mogen?” “Ik hou niet van conflicten”, dacht Loeba en betaalde.

Of het nog niet genoeg was, kwam daarop ook nog eens de voorman van de bouwvakkers klagen over een gebrek aan dakpannen. Voor 1.200 roebel wist Loeba een vrachtwagen te versieren die de noodzakelijke pannen diezelfde dag zou afleveren. Maar in haar zenuwen trok Loeba maar liefst tweeduizend roebel, in flapjes van tien, uit haar zak. Pas achteraf begreep ze waarom de chauffeur, net als de majoor eerder, het bundetje zo razendsnel in zijn zak gepropt had.

Die avond heeft Loeba thuis weer gehuild, om dezelfde twee redenen als die eerste keer. (Wordt vervolgd.)