GATT-conflict werpt schaduw over prestigieuze bijeenkomst in München; Hulp Jeltsin hoog op agenda G-7

ROTTERDAM, 4 JULI. De "Grote zeven' komen naar München voor een herhaling van een "heb-ik-al-gezien-show'. Vanaf maandag verzamelen de leiders van de zeven belangrijkste industrielanden (G-7), aangevuld met de voorzitter van de Europese Commissie, zich in de Beierse hoofdstad voor hun topberaad. Als bijzondere gast is Boris Jeltsin, de president van Rusland, uitgenodigd deel te nemen aan dit jaarlijks terugkerend spektakel van media en mooie woorden.

Van grootsheid en meeslependheid zal in München geen sprake zijn, ondanks de ongetwijfeld imposante entourage. De presidenten Bush (Verenigde Staten) en Mitterrand (Frankrijk), en de premiers Miyazawa (Japan), Mulroney (Canada), Major (Groot-Brittannië) en Amato (Italië), alsmede de gastheer, bondskanselier Kohl (Duitsland), hebben de nodige binnenlandse problemen. De meesten weten zich door bedroevend lage populariteitsscores nauwelijks gesteund in eigen land, sommigen hebben verkiezingen voor de boeg. Hun economieën stagneren, economische schokken als gevolg van de Duitse eenwording of de sanering van de Amerikaanse schulden blijken moeilijker te verwerken dan gehoopt. De val van het Sovjet-communisme heeft de Westerse wereld bovendien in verwarring gebracht. Zonder duidelijke ideologische vijand richt de maatschappelijke ergernis zich op buitenlandse immigranten, op de nationale of Brusselse bureaucratie en op zittende, ongeïnspireerde regeringen in het algemeen.

Financiële en economische hulp aan de voormalige Sovjet-Unie staat hoog op de agenda, want niemand heeft er belang bij dat de landen afglijden in economische en politieke chaos. Zeker voor bondskanselier Kohl telt het agendapunt punt zwaar. Duitsland kan de lasten immers onmogelijk alleen dragen.

Drie jaar geleden, bij de top in Parijs, zorgde president Gorbatsjov voor sensatie door een brief aan de G-7 te richten. Houston (1990) was nog een brug te ver voor hem, maar vorig jaar, in Londen, mocht hij na afloop van de bijeenkomst aanschuiven voor een kopje thee en een uiteenzetting over zijn hervormingsplannen. De Sovjet-president vertrok na een geslaagde "auditie' met toezeggingen die geen geld kostten. Een maand later vond de mislukte staatsgreeppoging plaats. Enkele maanden daarna viel de Sovjet-Unie uiteen en Boris Jeltsin werd president van Rusland.

President Bush heeft al laten weten dat wat hem betreft Rusland wordt opgenomen in de club van machtigste industrielanden. Zo'n lidmaatschap van de rijke landen-club zou paradoxaal zijn, want Rusland zit economisch aan de grond en staat juist bij de G-7 op de stoep om steun te vragen.

In Londen stuurde de G-7 de Sovjet-Unie terug met de aanbeveling snel lid te worden van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Dat hebben de afzonderlijke republieken inmiddels gedaan en daarom hopen ze nu op financiële steun.

De G-7 gaf in april het groene licht voor een hulppakket van in totaal 24 miljard dollar voor Rusland. Van dit pakket, bestaande uit IMF- en Werelbank-leningen, lopende Westerse toezeggingen voor handelskredieten en een stabilisatiefonds voor de roebel van 6 miljard dollar, is nog geen dollarcent overgemaakt.

Het IMF onderhandelt nog steeds in Moskou over een aanpassingsprogramma dat aan de door het Fonds gestelde voorwaarden voldoet. Volgens de regels, zoals die ook op ontwikkelingslanden worden toegepast, moet een land een geloofwaardig programma presenteren. De Russen zijn nog lang niet zover.

Niettemin hebben de G-7 landen onder leiding van de VS de druk op het IMF opgevoerd om in het geval van Rusland een "uitzondering' te maken en al tot betaling over te gaan. Vanuit Moskou wordt ook alles gedaan om de pressie op te voeren. De recente uitlatingen van de Russische minister van buitenlandse zaken over een mogelijke nieuwe coupdreiging waren zeker ook bedoeld om de leiders van de G-7 te imponeren.

Het nu reeds vrijgeven van de hulpfondsen zou een precedent zijn - en een gevaarlijk precedent: niet alleen zou het IMF aldus gedegradeerd worden tot een uitvoeringsloket van de G-7, maar de ontwikkelingslanden zullen ook versoepelde toegang tot de IMF-middelen eisen. De kans is bovendien groot dat een voortijdige lening aan Rusland weggegooid geld is.

Naar verwachting zal de G-7 in München besluiten tot een fasegewijze aanpak, waarbij een voorschot van één miljard dollar van het IMF-krediet (in totaal 4 miljard dollar) wordt overgemaakt in ruil voor de verzekering van Moskou dat het de hervormingen voortzet. Tegelijk zullen de rijke industrielanden Rusland verder uitstel van betaling geven over de buitenlandse schuld van de voormalige Sovjet-Unie. Dit jaar moet Rusland 11 miljard dollar aflossen op een schuld van 74 miljard dollar. Voor de rest van de 24 miljard dollar die Moskou in het vooruitzicht is gesteld zal de Russische regering nog een, enigszins verlicht, "IMF-examen' moeten afleggen.

In München komt zeker ook aan de orde de Westerse hulp die nodig is voor de beveiliging, renovatie en vervanging van de 63 Russische kernreactoren, waaronder ook die van het "Tsjernobyl-type', welke in Midden-Europa en de voormalige Sovjet-Unie staan opgesteld. Een werkgroep van de G-7 heeft aanbevelingen gedaan voor een noodfonds van 700 miljoen dollar. De leiders van de G-7 zullen niet in de stemming zijn om toezeggingen te doen voor een veel meer omvattend herstelplan dat eigenlijk nodig is, en 10 tot 20 miljard dollar zou kosten.

Bondskanselier Kohl had het liever vermeden, maar het lijkt onvermijdelijk dat in München de Uruguay-ronde over liberalisering van de wereldhandel aan de orde komt. Deze onderhandelingen in het kader van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) zijn voor de wereldleiders zo langzamerhand een running gag. Al in Houston beloofden ze plechtig dat de onderhandelingen snel met succes zouden worden afgerond. Sindsdien is, vooral door het Amerikaans-Europese landbouwconflict, nauwelijks vooruitgang geboekt. Kohl heeft de afgelopen maanden, en ook de laatste dagen nog, al zijn diplomatieke vernuft ingezet om vóór de top een doorbraak te forceren. Hij wenst immers niet dat het GATT-conflict de prestigieuze bijeenkomst in München overschaduwt.

Een succesvolle Uruguay-ronde zou natuurlijk de beste impuls zijn voor de economie van alle landen. Dat weten de wereldleiders ook. Bij gebrek aan beter zullen ze proberen afspraken te maken over stimulering van de wereldeconomie, een altijd weer terugkerend onderwerp. De Amerikanen zullen niet zo onwijs zijn als bij eerdere gelegenheden om de Duitsers te vragen de rente te verlagen. Dat zou slechts tot teleurstelling leiden, want Bonn is nu eenmaal streng in de monetaire leer. Kanselier Kohl zal wijzen op zijn deze week aanvaarde "spaarbudget', dat pas op termijn perspectief op renteverlaging biedt. En de Japanners dan? De Amerikaanse minister Brady (financiën) prees onlangs uitvoerig plannen vanuit de Japanse regeringspartij LDP om de economie een forse injectie te geven. Maar in Japan bestaat hierover verdeeldheid.

Een mooie verklaring zal er in München wel uitrollen, want het oog van de wereld wil ook wat. Volgens ex-bondskanselier Schmidt zouden de wereldleiders weer moeten terugkeren naar de gesprekken “in een middelgrote huiskamer” van de beginjaren na de eerste top van 1975. De politici praten volgens hem te veel via de televisie en te weinig met elkaar. En Schmidt kan het weten, want deze veteraan heeft verreweg de meeste "G-7 caps'.