Een papieren museum van levende geschiedenis

In de serie over handschrift vandaag de autograaf: een brief, een document, een manuscript of een handtekening van een beroemdheid. Serieuze verzamelaars zijn bereid er grote bedragen voor neer te tellen, maar steeds meer waardevolle autografen verdwijnen in collecties van musea of vorstenhuizen. “Autografen zijn levende geschiedenis: deze mensen hebben echt bestaan.”

Het is maar een stukje papier van 17 bij 21 centimeter, dun papier, met een een vogel en profil als watermerk, en zeven regels tekst. De inhoud - een compliment aan de hertog van Bar met de "uitschakeling' van ene Jehan Lucas - is niet zo relevant. Wel relevant zijn de plaats waar de brief is geschreven (Genua), de datum (4 september 1494) en de ondertekening: Vre bon cousin Loys.

Deze brief is mijn eigendom sinds een jaar of tien. De Loys in kwestie was Louis d'Orleans, die koning van Frankrijk werd toen in 1498 Karel VIII in de toiletten van zijn kasteel zijn hoofd stootte en stierf. In Italië leidde Louis in 1494 met Karel VIII een veldtocht die uiteindelijk van vooral culturele betekenis zou blijken: de Fransen maakten voor het eerst van nabij kennis met de Italiaanse renaissance. Dat vandaag de Mona Lisa in Parijs hangt en niet in Florence, is - heel in de verte - mede aan deze veldtocht te danken.

Autografen - brieven, documenten, manuscripten etc. van beroemdheden - zijn stukjes tastbare geschiedenis van levende mensen. De wilde hanepoot van Isabella van Castilië onder het bevel een geborduurd kleed cadeau te doen aan haar kamermeisje, gedateerd 15 december 1500. Twee dagen eerder had ze opdracht gegeven Columbus, in ketenen van zijn derde Amerika-reis teruggekeerd, vrij te laten; twee dagen later ontving ze hem in audiëntie. Dat snelle Np onder een brief van Napoleon uit 1810 aan zijn geadopteerde zoon Eugène de Beauharnais. De majesteitelijke ondertekening Yo el Rey van Karel V onder een document uit 1529. Het eenvoudige Charles boven de opdracht (1675) van de Britse koning Karel II over te gaan tot ratificatie van een akkoord “for the preventing of any difference that may happen to arise between the English and the Dutch East India Companies”. Het kriebelige Mathias Kor waarmee in 1464 de Hongaarse koning Mathias Corvinus, de grootste vorst van zijn tijd, een ruzie beslecht tussen twee veldheren in, jawel, Bosnië. Levende geschiedenis: ze hebben echt bestaan.

Autografen worden verzameld sinds mensen kunnen schrijven: al in de Romeinse tijd gebeurde dat. Zelf heb ik in de loop van ruim dertig jaar verzamelen drie collecties opgebouwd die nu in totaal 2275 autografen bevatten: brieven en documenten van 143 van de 238 Europese koningen en keizers die tussen 1450 en 1900 regeerden; brieven van driehonderd componisten; 1500 autografen van twintigste-eeuwse staats- en regeringsleiders - van de laatste keizer van China tot Churchill en Hitler en Beatrix - van na 1900. Koninklijke autografen van vóór 1450 bestaan er bijna niet, althans niet in de handel.

Het begin van die collecties ligt in een ver verleden. Toen ik, een krantenverslindende puber, anno 1960 een opmerking van de toenmalige Israelische premier David Ben-Gurion las die ik niet begreep, besloot ik hem opheldering te vragen. Tot mijn niet geringe verbazing gaf hij antwoord. Dat deden indertijd veel staatshoofden en regeringsleiders, een gewoonte die inmiddels niet meer bestaat. Mijn oudste autograaf is een document uit 1383 over privileges voor een nonnenklooster, getekend door de latere koning Juan I van Aragon.

Perkament hoeft niet speciaal te worden beschermd: perkament is zeer sterk, ook na eeuwen. Papier is kwetsbaar: de oude autografen worden daarom bewaard op speciaal zuurvrij karton dat door een Duitse fabriek speciaal wordt gefabriceerd voor archieven, musea en bibliotheken.

Er zijn nu rond de vijfduizend serieuze privé-verzamelaars, die terecht kunnen bij veertig serieuze handelaren en veilinghuizen. Somigen van hen zijn zeer vermogend, bijvoorbeeld de Zwitserse eigenaar van acht papierfabrieken die elk jaar bij de veiling van de Berlijnse autografenfirma Stargardt een half miljoen mark uitgeeft. Lakoniek stopt hij zijn kostbaarheden in een plastic tas en neemt de bus naar het vliegveld. Hij is eigenaar van één van de veertien brieven van Händel die in privé-bezit zijn; de meeste zitten, onbereikbaar, in de collectie van de Britse koningin. Van de 250 brieven die van Chopin bestaan bevinden zich 200 in musea en archieven.

Van alle kwaliteitsautografen die worden aangeboden verdwijnt meer dan de helft in archieven of bibliotheken. Het aanbod wordt dus beperkter en de prijzen gaan omhoog. Een brief van Beethoven kostte in de jaren vijftig tweehonderd mark, nu twee- tot vijfhonderd maal zo veel. Toch hoef je geen miljonair te zijn om een leuke collectie op te bouwen. Veel van mijn autografen hebben zelfs niets gekost, want autografen kunnen ook op verzoek ontstaan. Menige componist - onder anderen Penderecki, Copland, Bernstein, Messiaen - is bereid gebleken een stuk handgeschreven partituur te sturen. Peter Schat echter niet.

Zelfs de verzamelaar die met succes toeslaat kan op de valreep worden gedwarsboomd, door de post bijvoorbeeld, die mij ooit de stuipen op het lijf joeg door een in Amerika besteld document uit 1383 twee maanden lang kwijt te raken. Een verschrikking voor de verzamelaar is dr. Brigitte Fassbinder van het Oostenrijkse Bundesdenkmalamt, die bij belangrijke autografen toestemming voor export uit Oostenrijk moet geven. Soms weigert ze die.

Die nagelaten geschriften brengen befaamde mensen dichtbij. 'Das Blatt wo seine Hand geruht', schreef Goethe, die zelf een groot verzamelaar was, net als Brahms en Mörike en Victoria en Stefan Zweig. Autografen kunnen ontroeren. Lalo bijvoorbeeld schrijft vol paniek over de pleurésie die zojuist bij zijn vrouw is geconstateerd. Mozarts leerling Johann Nepomuk Hummel vraagt hulp omdat zijn finale hem zoveel moeite kost. Wagner smeekt een zangeres in prachtige volzinnen naar Bayreuth te komen. Gounod klaagt dat hij zo hard moet werken. Of dat toegangsbiljet tot een Londens concert van Carl Maria von Weber op 26 mei 1826, door de componist gesigneerd: zijn laatste concert, op de laatste dag waarop hij muziek schreef. Na afloop zakte hij in elkaar en tien dagen later was hij dood. Elke autograaf is uit der aard uniek en heeft een verhaal, hoe banaal soms ook.

Oude keizers en componisten, schilders en beeldhouwers, Nobelprijswinnaars en presidenten, veldheren, tsaren, heiligen, schurken. “Menschen, durch ihre Handschrift auf eine magische Weise vergegenwärtigt”, zoals Goethe het uitdrukte. Een eigen papieren museum. Over zijn verzameling autografen, waaraan zelfs die Zwitserse miljonair op geen stukken na kan tippen, schreef Stefan Zweig: “Vanzelfsprekend beschouwde ik mijzelf niet als bezitter van deze dingen, slechts als hun bewaarder in de tijd.”