Diva d'Ancona op de sofa bij Peter Brusse: pluk de dag!

"De Orangerie', Ned.1, 22.40-23.24u.

“Geen idee, geen idee”, zegt Hedy d'Ancona op de vraag wat ze gaat doen als ze minister van WVC af is. Ze weet natuurlijk niet wanneer dat gebeurt en bovendien is ze niet “zo planologisch ingesteld”. Terwijl een klassiek strijkje de Merlina Mercouri van het Nederlandse politieke theater naar het eind van het tv-programma speelt, zegt ze: “Ik vind het zéér avontuurlijk.”

Interviewer Peter Brusse vindt het een mooie uitsmijter en sluit de eerste van vier luchtige gesprekken met bekende Nederlanders in zijn geprolongeerde zomerpraatprogramma "Orangerie" met een wijds gebaar af. “Dan wens ik u heel veel succes met dit avontuur.” Vanachter het raam van de "Orangerie Elswout' zien we Brusse en de minister opstaan en het vertrek verlaten.

De diva van het kabinet op de sofa bij Peter Brusse. Het gaat er vriendelijk aan toe. De aimabele Brusse staat geen moment een confronterend interview voor ogen. Het gaat immers om de mens-d'Ancona en niet om de minister die af en toe aan flinke kritiek blootstaat.

Het feit dat ze absluut geen idee heeft van wat het post-ministertijdperk haar zal brengen, blijkt te verklaren uit haar opvatting dat je zoveel mogelijk moet genieten van de dingen die er nu zijn. Carpe diem. En dat komt voor een deel voort uit de ellende die ze vroeger heeft gekend. Zo kwam haar vader veertien dagen voor de Bevrijding in een Duits kamp om het leven. Haar met enig pessimisme vervlochten levenslust houdt verband met de wetenschap dat het noodlot elk moment kan toeslaan. Mensen van wie je houdt gaan dood, of ze verlaten je. Pak wat je pakken kunt, adviseert ze tv-kijkend Nederland. “Want er valt nog genoeg te huilen als het moment daar is.”

Hedy d'Ancona blijkt ook nog een flinke scheut Russisch bloed in zich te hebben. Na de Eerste Wereldoorlog ontvluchtte de vader van haar moeder een kamp in Rusland. In Nederland verdiende hij zijn brood als schoen- en laarzenmaker. Hedy bracht een groot deel van haar jongste jeugd bij hem door. Opa had de gewoonte door hem gemaakte schoenen die hij naar een klant moest brengen de avond daaraan voorafgaand te bekijken. Het was iets dierbaars, waarvan hij op zijn manier afscheid nam. Aan opa's vakmanschap hield Hedy grote waardering over voor mensen die iets met hun handen maken. Kunstenaars moeten overigens oppassen als de minister in de buurt van hun werken komt, want, zo zegt de minister van mooie dingen, “Ik raak dingen ook graag aan.”