Desnoods tegen de ober

Nog goed herinner ik me de opgewondenheid die ik voelde, als ik in de jaren voor Tals wereldkampioenschap zijn partijen in de kranten zag.

Max Euwe zei op de radio dat hij het schaken niet meer goed volgde. Alleen de partijen van Tal speelde hij na, allemaal. Het waren partijen die je het gevoel gaven dat je je ideeën over wat schaken was, moest herzien. In de leerboekjes werd geschreven over moeizame strategische manoeuvres en kleine voordeeltjes. Bij Tal zag je steeds een heksenketel. Intuïtieve, onberekenbare stukoffers, we wisten natuurlijk dat het kon, maar niet dat het zo vaak kon, en dat de beste spelers van de wereld er schijnbaar moeiteloos mee konden worden weggeblazen.

In 1959 was Tal in de Amsterdamse Effectenbeurs voor een simultaanséance. Hij had nog niet het kandidatentoernooi gespeeld. Weinigen geloofden dat hij dat zou kunnen winnen. Maar iedereen had het gevoel een tovenaar te zien. Zo briljant, zo snel, zo geestig, zo vrolijk. Een godenkind. Op den duur zal Tal zijn stijl moeten veranderen, werd er toen gezegd. Het is niet mogelijk om altijd maar het ene vuurwerk na het andere af te steken. De nuchteren, die niet in het mirakel wilden geloven, kregen gelijk. Niet zo snel als ze verwachtten, maar op den duur wel. In de jaren na 1961, toen hij zijn kortstondig wereldkampioenschap weer aan Botwinnik was kwijtgeraakt, moest ook Tal zijn stijl ombuigen in de richting van het gemiddelde. Er is wel gezegd dat Tal in de jaren zeventig nog sterker was dan in de tijd van zijn wereldkampioenschap. Maar in zijn jonge jaren had hij het schaken veranderd en "spelen als Tal' werd, zoals vroeger "spelen als Morphy', een synoniem voor schitterend avontuur.

De verrukkelijke verbijstering die Tal opriep, vonden we later terug door de partijen van de jonge Kasparov. Maar bij Kasparov waren de stuitmoedige ondernemingen altijd gebaseerd op minutieuze openingsvoorbereiding. Hij is de man van computerdatabanken en groepsarbeid. Natuurlijk kon Tal ook niet zonder openingsvoorbereiding, het was zelfs een heel sterk punt van hem. Maar meer dan Kasparov zocht hij het avontuur om het avontuur zelf. Hij was een speler en hij wilde altijd spelen. Lang geleden was hij een keer een paar dagen in Amsterdam voor een simultaantoernee en verbaasde hij me door tegen me te zeggen: als je wilt vluggeren, bel me maar op in het hotel. Als in een jongensboek. U, oud-wereldkampioen, met mij, een kleine jonge meester? Ik wist nog niet dat hij altijd schaken wilde, als het niet anders kon desnoods met de ober.

Een paar jaar geleden had hij weer eens een ernstige operatie gehad. Wie hem daarna zag, schrok. Zo mager en uitgeteerd was hij geworden. In het eerste toernooi dat hij daarna speelde, werden er een paar snelle remises tegen hem gemaakt, alsof hij niet meer aangeraakt mocht worden. Dat was maar even. Natuurlijk bleef hij in de jaren daarna spelen zonder pardon te geven of te krijgen, toernooien, competitiewedstrijden in de Duitse Bundesliga; zo goed als het kon met zijn gezondheidstoestand, en met de oude hartstocht.

In 1969 stond in Joegoslavische kranten het bericht dat Tal gestorven was. Het was na de operatie waarin een nier bij hem werd weggehaald, iets wat volgens hemzelf jaren eerder had moeten gebeuren. Een maand later bracht hij tegen Soeëtin een mooi dameoffer en hij had veel plezier om het commentaar van een van de toeschouwers: ""Helemaal niet slecht voor een dode.''

Wat kan je laten zien uit een loopbaan als die van Tal? Er zijn zovele honderden schitterende partijen van hem, iedere keuze is van een droevig stemmende willekeurigheid. Hier is een jeugdpartij. Het spel van de zestienjarige Tal is nog lang niet vlekkeloos. In zijn boek The Life and Games of Mikhail Tal (RHM Press 1976) oefent hij er scherpe kritiek op uit. Het is wel een partij waarin de latere Tal al duidelijk herkend kan worden. Dat boek is overigens een van de allermooiste schaakboeken.

Wit Birbrager-zwart Tal. (Jeugdteamkampioenschap van de Sovjet-Unie, Charkov 1953)

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 c7-c5 3. d4-d5 e7-e6 4. Pb1-c3 e6xd5 5. c4xd5 d7-d6 Deze Moderne Benoni, die lange tijd een lievelingsopening van Tal zou zijn, was toen nog niet uitvoerig onderzocht. Beide spelers spelen de opening in het vervolg niet in overeenstemming met de inzichten die later zijn verworven, maar daar gaat het nu niet om. 6. e2-e4 g7-g6 7. Pg1-f3 Lf8-g7 8. Lf1-d3 0-0 9. 0-0 Pb8-a6 10. Pf3-d2 Pa6-b4 11. Ld3-e2 Tf8-e8 12. a2-a3 Pb4-a6 13. Tf1-e1 Pa6-c7 14. Dd1-c2 Ta8-b8 15. a3-a4 b7-b6 16. Pc3-b5 a7-a6 17. Pb5xc7 Dd8xc7 18. Ta1-a2 Dc7-e7 19. f2-f3 Een sluwe valstrik, schrijft Tal. 19...Pxd5 20. exd5 Ld4+ 22. Kh1 Lf2 lijkt goed voor zwart, maar dan komt 22. Pe4! Lxe1 23. Lg5. 19...Pf6-h5 20. Pd2-f1 f7-f5 21. Le2-d3 f5-f4 22. g2-g4 Lg7-d4+ 23. Kg1-h1 Dd8-h4 24. Te1-e2 Dh4-h3 Volgens de aantekeningen van Tal zou hier het stukoffer 24...Lxg4 25. fxg4 Dxg4 het beste zijn geweest. Ook later kan zwart nog een paar keer een kansrijk stukoffer brengen, maar de jonge Tal heeft wilder plannen. Hij bereidt een dameoffer voor. 25. Te2-g2 Dh3xf3 26. Pf1-d2 Df3-e3 27. Pd2-f1 De3-f3 28. Pf1-d2

Zie diagram 1.

28...Lc8xg4 De rijpe oud-wereldkampioen geeft deze zet een vraagteken. Goed is de zet misschien niet, maar wel in de geest van de Tal die de wereld later leerde kennen en liefhebben. 29. Pd2xf3 Lg4xf3 Slechts een paard heeft zwart voor de dame. Zijn bedoeling is 30...Te5 gevolgd door 31...Pg3+ en 32...Th5 mat. 30. h2-h4 En zoals het later zo vaak zou gaan, wit vindt in de plotseling verscherpte situatie niet de beste verdediging. Juist was 30. Ld2 Te5 31. h4, waarna zwart het met 31...Tf8 32. Lc3 Lxg2+ 33. Dxg2 f3 zou moeten proberen. 30...Te8-f8 31. Ld3-e2 Wit is in paniek geraakt, hij had 31. Kh2 moeten doen. 31...Ph5-g3+ 32. Kh1-h2 Lf3xg2 33. Kh2xg2 Pg3xe2 34. Dc2xe2 Wanhoop. Dit verliest kansloos, maar na het betere 34. Ta3 f3+ 35. Txf3 Txf3 36. Kxf3 Tf8+ zou zwart een winnende aanval hebben. 34...f4-f3+ 35. De2xf3 Tf8xf3 36. Kg2xf3 Tb8-f8+ 37. Kf3-g3 Ld4-e5+ 38. Kg3-g2 Le5-f4 Wit gaf op.

En een fantastisch, absurd fragment uit het interzonale toernooi van Amsterdam 1964. Wie het voorrecht had om hiervan ooggetuige te zijn, zal het nooit vergeten en het keer op keer vertellen aan de jongeren.

Zie diagram 2.

Wit Portisch-zwart Tal. De opening is mislukt, het middenspel was nog erger, Tal staat een toren achter. ""Als ik meer tijd gehad had, zou ik hebben opgegeven'', zei hij later. Gelukkig dat hij zo weinig tijd had. Nu zien we een verbluffende zettenreeks, waarbij het lijkt of materiaal volstrekt niet telt. 25...h7-h5 26. Ld4xg7 h5xg4 27. Pc2-d4 De6-d5 28. f3xe4 Dd5xe4 Tussenstand: wit staat een toren en twee stukken voor. 29. Pd4-f3 De4-e3+30. Kg1-h1 Ld7-c6 31. Te1-f1 Tc3xa3 32. Dd1-c1 g4xf3 33. Dc1xc6 De3xe2 34. Tf1-g1 Kg8xg7 35. Ta1-e1 De2-d2 36. Te1-d1 Dd2-e2 37. Td1-e1 De2-d2 Remise. Zwart heeft alweer bijna materiëel evenwicht bereikt. Hoe de kansen nu objectief gezien verdeeld zijn, daar zal Portisch zich nauwelijks om bekommerd hebben. Portisch, de man van de rechte lijn, die verrassingen haat en er altijd snel door uit het evenwicht gebracht was. Na twaalf zetten lang in een krankzinnige cake-walk door elkaar te zijn geschud, moet hij blij zijn geweest dat hij remise door herhaling van zetten kon afdwingen.