De sprookjesprins en zijn antithese; Richard von Weizsäcker

De één een onsubtiele doener, een machtspoliticus zonder gelijken. De ander een Freiherr die het woord boven de daad lijkt te beminnen, die het dienen boven het leiden heeft gesteld. De kanselier en de president van Duitsland.

Tot Weizsäcker's aftreden in 1994 zijn ze tot elkaar veroordeeld. Naar populariteit en autoriteit is de president al met al het enige correctief op de zware dominantie van Helmut Kohl. Maar wat beweegt Richard von Weizsäcker in zijn afkeer van partijpolitiek en de man die dat voor hem belichaamt? Portret van een "goede' Duitser.

Duidelijker dan maandagavond jongstleden kon de Duitse televisiekijker het verschil tussen zijn president en zijn kanselier haast niet verbeeld krijgen. Op het strand van een ver en arm land, Jemen, liep president Richard Karl von Weizsäcker als weldoener onder een strooien hoed tussen vele duizenden uitgehongerde en zieke Somalische vluchtelingen in schamele tenten. Na vele weken dobberen hadden de overlevenden hun schepen en scheepjes tenslotte maar bij Aden aan land laten lopen. De evangelische ethicus, Richie voor zeer veel bewonderende Duitsers, had zijn officiële programma direct laten wijzigen voor een bezoek aan het Rode-Zeestrand. Voor een decor van ingevallen donkere ribbenkasten beloofde hij hulp. Als altijd beheerst, maar ook zichtbaar met meedogen.

Het Duitse journaal vervolgde met beelden van Kohls kanselarij, waar de zo uit de volksgunst geraakte politici van de regeringscoalitie moeizaam probeerden om met thema's als de Pflegeversicherung, de Jäger '90, de investeringspremie-regeling voor Oost-Duitsland en de begroting voor 1993 nog iets voor elkaar te krijgen dat, voor het zomerreces, tussen Hamburg, Dresden en München niet al te kwaad zou vallen.

Strijdende partijpolitici, ja beroepspolitici, zaten daar bijeen. Types over wie Staatsmann Silberlocke, want zo heet de president hier en daar wel in de Bondsdag, twee weken geleden, vlak voor zijn vertrek naar een reeks verre arme landen, weer eens stevig de staf had gebroken. Dit keer in een gesprek met het weekblad Die Zeit, dat zichzelf trouwens ook wel eens op een iets hoger niveau dan de Bondsdag beleeft.

Dat interview is al in het nieuws geweest, ""Duitse president wast de regering de oren', stond in deze krant boven het bericht (17 juni). Machtsbesessen zijn de partijen en hun politici als het om verkiezingen gaat, Machtsvergessen als zij inhoudelijk-conceptueel leiding moeten geven, was zijn klacht met een onmiskenbare verwijzing naar wat de nieuwe kanselier Helmut Kohl tien jaar geleden beloofde in zijn eerste regeringsverklaring. Namelijk: leiding geven. Vooral op Kohl, die net als andere politieke chefs grote belangstelling voor opiniepeilingen heeft en het "uitzitten' van politieke problemen soms tot systeem verheft, was ook een andere opmerking van de president gemunt: ""We leven in een democratie van opiniepeilingen. Dat verleidt partijen ertoe om slechts wensen te volgen uit de samenleving, waarvoor zij als dank dan weer een nieuw mandaat oogsten'.

Waarbij het de vraag mag heten of dat nu in een democratie werkelijk zo erg is. En waarbij het bovendien de vraag is of Kohl, de man die eind '83 ondanks een woedende vredesbeweging de plaatsing van raketten doordrukte (waar Richard von Weizsäcker tegen was), echt steeds het prototype van de "demoskopische' politicus is. Dat de Europese Duitser Kohl op de EG-top in Maastricht, december 1991, positie heeft gekozen aan de hand van nationale opiniepeilingen is ook niet zó aannemelijk. ""De president wil meer politieke leiding, dat willen Schönhuber (de chef van de rechtsradicale Republikaner, red.) en de Stammtisch ook', zei een CDU-Bondsdaglid dat graag ongenoemd blijft. Dat oordeel was unfair, maar wel geschikt om grote verbittering te illustreren. Weizsäcker had de vroegere SPD-kanselier Helmut Schmidt met recht genoemd als voorbeeld van een politicus die wèl leiding gaf. Dezelfde CDU'er: ""Ja, alleen liep Schmidts partij van hem weg'.

Weber en Hegel

Buiten kijf staat dat politieke partijen en politici er in de Bondsrepubliek wel eens een stevig potje van maken. Ze hebben zich zolangzamerhand in elke maatschappelijke nis binnengedrongen, zodat Duitsland intussen van de publieke media tot het buurthuis wordt overdekt door een net van "politiek goedgekeurde' functionarissen die nijver zorgen voor een proportionele politieke belangen-behartiging. Waar is óók dat de Duitse politicus in het algemeen nogal goed voor zichzelf probeert te zorgen, vooral in de sfeer van salaris en pensioen.

Het Zeit-gesprek verliep als het ware tussen de polen Weber en Hegel, want de "pruissisch-elitaire' Hegeliaan Weizsäcker, de woordkunstenaar die zichzelf in bijna elke bijzin van zijn eigen antithese voorziet, en daardoor per saldo, per synthese, soms minder zegt dan het lijkt, had de zo gewraakte politieke partijen in één adem ook onmisbaar genoemd: ""Er bestaat geen alternatief, ik ken het althans niet, voor politieke partijen in grote moderne samenlevingen'. Wat de Frankfurter Allgemeine Zeitung tot een ironische vraag bracht: ""Hebben wij Duitsers een sprookjesprins nodig, moralistisch en toch politiek, vastberaden en toch reflectief, die zich met alles bemoeit maar toch onbevlekt blijft, en zich uit de voeten maakt zodra men hem wil vastpakken?'

Mag men zo schrijven over de zo hoogstaande Duitser die Richard von Weizsäcker is? Deze president die als geen ander, of het zou oud-kanselier Willy Brandt moeten zijn, zo uitnemend het "goede' Duitsland personifieert? Zozeer dat Duitsers reuze hun best moeten doen om in hun bewondering niet achter te blijven bij, zeg, de Nederlanders of de Denen? Wedervraag: goede Duitsers zijn prachtig, maar hoe staat de lezer tegenover een kopje thee met zes klontjes suiker? Wijlen de CSU-ster Franz-Josef Strauss, die het per saldo best met hem kon vinden, noemde hem ooit kritisch-bewonderend ""de lieveling van de media en de meester van het woord'. (1) Nog een wedervraag: moest Weizsäcker, lid van de CDU sinds 1954 en staatshoofd sinds 1984, nu echt in een situatie waarin "gewone' politici in hun laagland tobben onder een golf van publiek egoïsme, indifferentie, antiparlementarisme en Politikverdrossenheit zijn grote afstand tot de "partijpolitiek' en de "partijpolitici' nog eens zó uitdrukkelijk uitmeten? Moest hij in dat Zeit-interview jegens de onsubtiele, intuïtieve en intellectueel mindere politieke Macher Helmut Kohl werkelijk nog eens de rol vervullen van schone scherprechter? Juist nu, terwijl hij weet, of kan weten, dat diens huidige onpopulariteit óók veel te maken heeft met de "Europese' concessies (het "verkwanselen' van de D-mark bijvoorbeeld) die hij een half jaar geleden op de EG-top in Maastricht deed? Zelfs Der Spiegel, toch anti-Kohl-postille bij uitstek, zette vorige week de president groot en de kanselier klein op zijn omslag naast de veelzeggende titel Der Ab-Kanzler (Geht Weizsäcker zu weit?). Ernst Benda, de gewezen president van het Constitutionele Hof, noemde het interview voorzichtig maar trefzeker: ""een breuk met de traditie'.

Sceptici

Voor de Duitse Politikfrust en voor het kelderen van Kohl en zijn coalitie in de publieke gunst is "Maastricht' van groot belang geweest. Midden december 1991 bijvoorbeeld bleek uit de maandelijkse Politbarometer nog dat de Duitse regeringscoalitie over een meerderheid beschikte en Kohl voor zijn doen zelfs ongewoon populair was (Bron: Süddeutsche Zeitung, 14-12-'91).

De buitenlandse luisteraar, zeg: de Nederlandse, vergisse zich niet. Hij moet het in Europa vooral hebben van de "gewone' Duitse politici. Van politici als Kohl dus die, als het moet, in eigen land een prijs willen betalen voor de Europese integratie en de "inbedding' van hun sterke maar potentieel labiele Land der Mitte, dat sinds zijn eenwording ook zijn oude Bismarckse geografie terugheeft. En dat in het westen oude nationale tegenstellingen ziet en in het oosten niet meer een machtige vijand maar een gevaarlijk hulpbehoevend vacuüm waarneemt. Wie er ook sceptisch over de Europese integratie wil wezen, niemand zou blij zijn als de Duitsers dadelijk oprukten naar de eerste plaats in het klassement der sceptici. Want dan krijgt Europa een ander, veel groter, dilemma dan de op zichzelf relevante vraag hoeveel federatiefs kan, mag of moet. Of hoe de EMU straks precies wordt ingericht en waar de Europese centrale bank moet komen te staan.

Dat weet Weizsäcker, ooit vriend en buitenland-adviseur van zijn politieke Gönner Helmut Kohl, allemaal ook wel. Er moet dus nog een andere verklaring voor zijn dat hij op zijn verheven, maar in de kern enigszins populistische, manier plaats neemt op de heersende anti-Kohlgolf. Zoals er eigenlijk ook een andere dan rechtstreeks-inhoudelijke verklaring moet zijn voor de "goede' maar constitutioneel soms ook vergaande politieke uitspraken die de president doet en deed. En die hij, anders dan de "gewone' politici, niet in de Bondsdag moet verdedigen of toelichten. Ook niet als zulke uitspraken actuele, politiek-omstreden kwesties raken of zelfs ingaan tegen de opvattingen van wèl verantwoordelijke politici.

Bijvoorbeeld: over de Oder-Neisselijn als Poolse westgrens (voor de Duitse eenwording een feit was en een bindend verdrag kon worden getekend), Berlijn als politieke hoofdstad (voor de verdeelde Bondsdag daarover had gesproken), Duitsland als immigratieland (een beladen thema voor de politici in Bonn). Of - zoals onlangs - over de noodzaak van een Lastenausgleich voor de opbouw van Oost-Duitsland (in feite een belastingverhoging in West-Duitsland, die Kohl en minister Waigel van financiën uitdrukkelijk afwijzen als economisch gevaarlijk en contraproduktief).

Bevriezing

Voor de rol die de van partijpolitiek zo afkerige 72-jarige Freiherr Richard von Weizsäcker sinds 1984 speelt als grote tegenpool van de 62-jarige rooms-katholieke kanselier Helmut Kohl is - paradoxaal genoeg - best een politieke verklaring te vinden. De machtspoliticus Kohl, CDU-voorzitter sinds 1973 en kanselier sinds 1982, heeft in zijn coalitie noch in de oppositie tegenspelers van gelijk formaat (meer). Daarin, het laat zich raden dat Weizsäcker dat zo ziet, ligt een oorzaak voor de verstarring binnen de Duitse binnenlandse politiek in het algemeen en binnen de CDU/CSU in het bijzonder. Deze ""interne bevriezing' is des te sterker omdat Kohl, die na 1994 verder wil als kanselier, de macht van de grote partijpoliticus heeft, maar zijn grootste belangstelling inmiddels richt op een volgend hoofdstuk in zijn eigen geschiedenis: het buitenlandse (Europese) beleid en het economisch en psychologisch "afmaken' van de Duitse eenheid.

Wie in gedachten Franz-Josef Strauss, de in 1988 gestorven chef van de Beierse CSU, zet naast Theo Waigel, de huidige CSU-voorzitter, weet dat de kanselier ondanks een enkele plaagstoot uit Beieren weinig te vrezen heeft. Bovendien: alle opstandigen en/of andersdenkenden in de CDU heeft Kohl de afgelopen jaren onzacht in de berm geschoven. Namen als Biedenkopf, Geissler, Rita Süssmuth, Späth en De Maizière documenteren het verschijnsel.

De snel opkomende ster Volker Rühe, die na drie maanden ministerschap op Defensie en het afbestellen van de Jäger '90 al vlak achter Kohl een hoofdrol vervult, mag wel oppassen. De kanselier intervenieerde vorige week in dat hevige vliegtuig-debat om Rühe naar een lichtere en goedkopere Europese vervolg-optie te dirigeren. Dat was nodig om Europese partners, Beierse vliegtuigbouwers en dus ook de CSU enigszins te apaiseren, maar had ook wel iets van een waarschuwend tikje op Rühe's vingers. Kohl hoort nu eenmaal niet graag dat FDP'ers en SPD'ers hartelijk voor een CDU-minister klappen.

Ex-minister Hans-Dietrich Genscher (FDP, buitenlandse zaken), die Kohl in '82 aan de macht hielp, heeft de vroegere internationale brokkenmaker in de loop van het Duitse eenwordingsproces niet alleen langszij zien komen, maar zelfs in het beste gezelschap - Bush, Gorbatsjov, Mitterrand, Thatcher, Gonzales, Delors e.t.q. - voorbij zien trekken. De SPD moet het na de kanseliers Brandt en Schmidt nu alweer jaren hebben van Brandts politieke kleinkinderen, die wel regionale successen boeken maar qua statuur en ervaring niet tegen Kohl opwegen. Weizsäcker is naar populariteit en autoriteit al met al het enige correctief op de zware dominantie van Helmut Kohl, de altijd argwanende kanselier met een olifantengeheugen. Dat de president de constitutionele grenzen van zijn ambt soms zeer oprekt, heeft óók te maken met deze correctief-functie.

Maar er is meer. Weizsäcker is een telg uit een oud en beroemd geslacht van wetenschappers, bestuurders, officieren, theologen dat - in lijn met pruissisch-evangelische tradities - niet de politieke of maatschappelijke confrontatie maar "het dienen' van de samenleving voorop stelt. Dat hij onafhankelijke, maar presidentiële, "deskundigen-commissies' graag grote maatschappelijke problemen zou laten onderzoeken, zoals hij de Zeit-redacteuren toevertrouwde, heeft een overeenkomstige, apolitieke bijsmaak. Zijn ook familiair bepaalde afkeer van het genus partijman-generalist dat Kohl is, blijkt uit nog een citaat uit het Zeit-interview: ""Hiertelande is een beroepspoliticus in het algemeen specialist noch dilettant maar een generalist met speciale kennis aangaande het bestrijden van politieke tegenstanders'.

Revanche

De familiegeschiedenis en Richards biografie kunnen helpen ter verklaring van de rol die hij als president wil spelen. Want dat gevierde presidentschap lijkt, hoe kan het anders, vaak ook op een reactie op de jongste geschiedenis en dus ook enigszins op een revanche op de familiegeschiedenis.

Zijn nu 80-jarige vermaarde broer Carl Friedrich, fysicus en filosoof, werkte voor en tijdens de oorlog mee aan het Duitse atoombom-project, naar hij later verklaarde om invloed te kunnen hebben op Hitler. Franz-Josef Strauss, dronken tijdens een jagersuitstapje met Kohl, Richard von Weizsäcker en een hele serie andere CDU-prominenten, zou Carl Friedrich en diens vader in december '74 nog eens nazi's noemen. (1)

Richard gaat, naar hij aanneemt voor even, in 1938 in dienst bij een regiment in Potsdam met een elitaire pruissisch-antihitleriaanse sfeer, waar zijn broer Heinrich Viktor - die in '39 in Polen sneuvelt - officier is. In 1944 zal een flinke groep officieren van dit regiment na de mislukte aanslag op Hitler worden gefusilleerd. Het zijn officieren die, emotioneel of feitelijk, behoren tot de zogenoemde Kreissauer Kreis (met beroemde namen als Moltke en Staufenberg).

Weizsäckers diensttijd zal zeven jaar duren, hij neemt deel aan de aanvallen op Polen en de Sovjet-Unie. In gesprekken thuis klaagt hij, dan 21, erover dat zijn regiment najaar '41 op 39 km afstand van Moskou niet verder mag. (2) Overigens doden jonge officieren soms de tijd met een gevaarlijk spel: prijsschieten op een portret van A. Hitler, die in deze omgeving ook wel "Das Schwein' heet. Tot tweemaal toe, bij Moskou en, in '43, bij Leningrad, maakt Weizsäcker mee dat 90 procent van zijn regiment sneuvelt. Hij raakt gewond, wordt herhaaldelijk wegens moedig gedrag onderscheiden en is in 1945 kapitein. Tussentijds is hij heel kort gestationeerd in het plaatsje Bitburg, dat later nog eens - dankzij Helmut Kohl en Ronald Reagan - in zijn leven zal opduiken.

Benarde burgemeester

Vader Ernst Heinrich (1882-1951) was diplomaat en, onder Hitlers minister van buitenlandse zaken Ribbentrop, staatssecretaris ('38-'43). Geen nazi, eerder een benarde burgemeester in bezettingstijd. Een leven tussen medewerking en verzet, zegt verdediger en familievriend Hellmut Becker. Frieden und Nation über alles zet Martin Wein in zijn boek Die Weizsäckers veelzeggend boven het hoofdstuk over deze Ernst Heinrich. Van november 1947 tot juli 1949 staat hij in Neurenberg als oorlogsmisdadiger terecht. Churchill spreekt van ""een dodelijke Amerikaanse vergissing'. Niettemin: het vonnis luidt zeven jaar, al wordt dat nader gecorrigeerd tot vijf. Op last van de Amerikaanse hoge commissaris McCloy wordt Ernst Heinrich al een jaar later, kort voor zijn dood, vrijgelaten.

Richard von Weizsäcker, student rechten in Göttingen, was bij het proces aanwezig als hulpverdediger van zijn vader. De proces-dosssiers geven hem, eerder dan welke generatiegenoot ook, het volle gruwelijke zicht op wat Hitler-Duitsland in Europa ""achter de fronten' heeft aangericht. Van zijn zeven oorlogsjaren en, meer nog, van dat Neurenbergse proces loopt een rechte lijn naar de toespraak die hij als bondspresident 8 mei 1985, precies 40 jaar na het einde van de oorlog, in de Bondsdag hield.

Dat was de beroemde toespraak waarin met het Wir haben es nicht gewusst werd afgerekend in kernzinnen als: ""De volkerenmoord op de joden is zonder weerga in de geschiedenis. (...) Wie kon argeloos blijven na de branden in de synagoges, de plunderingen, de stigmatisering met de jodenster, de rechteloosheid en de onophoudelijke schending van de menselijke waardigheid? Wie zijn oren en ogen opendeed, wie zich op de hoogte wilde stellen, kon niet ontgaan dat de deportatietreinen reden. (...) In werkelijkheid was er naast deze misdaden zelf de poging van veel te velen, ook van mijn generatie, (...) om geen kennis te nemen van wat er gebeurde. (...) Wij allen moeten, schuldig of niet, oud of jong, dat verleden aanvaarden. We worden geraakt door zijn gevolgen en daarop aangesproken'.

Ook dit keer functioneerde Weizsäcker als correctief op de tien jaar jongere kanselier Helmut Kohl, die dan met president Reagan net zijn wandeling heeft gemaakt over dat soldatenkerkhof in Bitburg waar ook SS'ers begraven liggen en die zich kort daarvoor in Israel(!) van dat Duitse verleden had afgeschermd door, zelf jaargang 1930, te spreken over ""de genade van de late geboorte'.

Het is de tijd waarin de Bondsrepubliek een onafgebroken economische groei beleeft en Kohl als kanselier de onder Helmut Schmidt uit de hand gelopen overheidsfinanciën saneert. Maar het is ook de tijd van "Bitburg' en van Kohls vergelijking, in een interview met Newsweek, van zijn latere vriend Gorbatsjov met Hitlers propagandaminister Goebbels. Dan staat voor Richard von Weizsäcker allang vast dat naast het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog ook de persoon en het optreden van deze kanselier mee-bepalend zullen zijn voor het referentiekader van zijn presidentschap, dat hij mei '94 moet neerleggen.

De vriendschap, of tenminste: de waardering die Weizsäcker en Kohl lange tijd voor elkaar voelden, is dan allang verleden tijd.

(1) Friedbert Pflüger: Richard von Weizsäcker, ein Porträit aus der Nähe. DVA, Stuttgart 1990. ISBN 3 421 06555 1

(2) Martin Wein: Die Weizsäckers. Geschichte einer Deutschen Familie. Droehmer Verlag, München 1991. ISBN 3 426 02417 9

(3) Werner Filmer/Heribert Schwan: Richard von Weizsäcker. DTV, München 1991. ISBN 3 423 11400 2