Boodschappenjongen

Is het de wet van de remmende voorsprong? In ieder geval is het een van de meest tragische wetten waaraan we gehoorzamen.

Het bekendste voorbeeld is dat van de Londense straatverlichting. In de vorige eeuw, toen Londen de modernste stad ter wereld was, besloot het gemeentebestuur in een ogenblik van groter eerzucht dan inzicht dat er gaslantarens moesten komen. Verlichting door middel van een "gaskousje' was het laatste snufje. Nadat in de hele stad nieuwe lantarenpalen waren neergezet, alle straten waren opengebroken en weer dichtgemaakt en het legioen der lantarenopstekers een herscholing had ontvangen, werd de elektrische straatlantaren in massaproduktie genomen. Terwijl de andere wereldsteden baadden in een zee van elektrisch licht, zochten de Londenaren hun weg bij het ongezonde schijnsel van de gloeiende gaskousjes. Dankzij Ingrid Bergmans rol in de film Gaslight wordt er nog een enkele keer over de geavanceerde Londense straatverlichting nagepraat.

Volgens de hierboven genoemde wet is het ook gegaan met het grote turbopropvliegtuig de Lockheed Electra, dat binnen een jaar door de Boeing 707 was ingehaald. Zo zullen er nog wel meer uitvindingen zijn die de mensen kortstondig met stomheid hebben geslagen, waarna er iets revolutionairders kwam wat ze nog stommer heeft geslagen.

Wat is daaraan tragisch? De verschrompeling van schitterende illusies, en alsof dat nog niet genoeg is, de medelijdende, de schampere, de pesterige blik, het leedvermaak van al degenen die waarschijnlijk helemaal niet zo verstandig waren maar juist te bang of te dom om te doen wat op zeker ogenblik het stoutmoedigst was. De illusie als een vlinder in het schijnsel van een kaarsvlam: door te verbranden dooft de vlinder de vlam.

Met de boodschappenjongen is het enigszins anders gesteld. De stad New York, in het bijzonder Manhattan, wordt o.a. gekenmerkt door voortdurende opstoppingen. Een deel daarvan wordt veroorzaakt door auto's met vracht die zo snel mogelijk van A naar B moet worden gebracht. Je hebt de auto's van de Federal Express die als symbool van snelheid soms met een adelaar zijn versierd; de sombere olijfgroene vrachtwagens van de United Parcel Service; de ambulances met zwaai- en knipperlichten en speciale janksirenes; nog allerlei andere pakjesdiensten. Als het verkeer op de avenues vier tot vijf rijen dik vaststaat, bederft de lading. Het gebeurt je vaak dat je te voet al die spoedbestellingen ver achter je laat.

Nu zijn er boodschappen die geen uitstel kunnen verdragen. Daardoor heeft de verkeerscongestie het aanzien gegeven aan de boodschappenjongen. Om te beginnen geef ik zijn signalement. De boodschappenjongen zit op een racefiets met een derailleur. Hij draagt kleren van de geringste luchtweerstand en hij heeft een leren valhelm zoals bij wielrenners gebruikelijk is. In zijn rugzakje zitten de boodschappen. Geen hindernis kan hem beletten die af te leveren. Van rood en groen heeft hij nooit gehoord; zwaartekracht speelt bij hem geen rol. Soms vindt hij een lange open sleuf in het samengedrongen blik, als Amundsen in het pakijs. Hij gaat op de trappers staan, accelereert, kromt zich en vliegt vier, vijf blokken verder. Dan treft hij twee opstoppingen onontwarbaar gekruist. Hij remt, zwenkt, schakelt terug, slingert zich langs een paar verlamde bakbeesten, en voort gaat het weer, in de volgende rechte baan. Zo verslaat de boodschappenjongen al die tienduizenden paardekrachten die daar vruchteloos opgehoopt onder duizend motorkappen liggen. Zonder een moment het doel uit het oog te verliezen kan hij zwenken als een zwaluw; hij is de virtuoos van de snelste improvisatie. Je moet hem gezien hebben om het te kunnen geloven. Gelukkig bestaat er een film over hem, gemaakt door de Nederlandse, in New York wonende cineast Ton Vriens. Een documentaire die eens in Nederland zou moeten worden vertoond.

Het is zelfs een onderwerp voor meer dan een documentaire: een drama, verwant aan The Duel, de film van Spielberg over de achtervolging van een handelsreiziger door een enorme vrachtauto. Met een beetje symbolieke wil kon je daarin de eeuwige dreiging van het gigantisch Kwaad verbeeld zien. Zo zou je je een film kunnen voorstellen over een boodschappenjongen die obstakels moet overwinnen waaraan nog geen ander heeft gedacht. Het toeval, de natuur, de andere boodschappenjongens, zo gek kun je het niet verzinnen of het zit hem dwars. Iedereen denkt al: dat lukt hem nooit. Maar in zijn rugzakje brandt de absolute boodschap en als dan tenslotte toch het ogenblik van aflevering is gekomen, veegt de hele zaal een traan weg.

Wat heeft dat met de wet van de remmende voorsprong te maken? Is de boodschappenjongen dan niet onverslaanbaar? Zeker, zolang de stagnatie verder stolt kan niemand hem overwinnen. Maar een paar jaar geleden is de conjunctuur van de fax begonnen. Datgene waarvoor men vroeger de boodschappenjongen belde, legt men nu op de fax. De ene boodschappenjongen na de andere zag zich gedwongen zijn racefiets te verkopen. De opstoppingen zijn gebleven maar die lichte boodschappen worden nu via de fax afgeleverd. Het is stil geworden tussen de auto's.

Er zijn nog een paar boodschappenjongens over: de besten, de ware artiesten onder de straatmuzikanten van deze gracieuze snelheid. Er zou een fonds tot behoud van de laatste boodschappenjongens moeten worden gesticht, iets als het World Wildlife Fund, maar dat grenst al aan Madame Tussaud. Dat is een innerlijke tegenspraak. Ga liever zelf kijken voor het te laat is.