Bij gebrek aan beter, geen crisis; Er is dan wel geen kabinetscrisis, maar wel een permanente vertrouwenscrisis; Op een gegeven ogenblik is louter de vraag: winnen we bij een breuk of niet?

Op het Haagse Binnenhof is rond de ingang van de Trêveszaal weer het vertrouwde zomerse beeld ontstaan van af en aan rijdende regeringsauto's. De ene keer brengen zij een minister, de andere keer een staatssecretaris en weer een andere keer slechts een tas die uitpuilt van de stukken. Al bijna een week zitten de bewindslieden van het kabinet Lubbers-Kok bij elkaar om te praten over de begroting, over geld dus, maar het woord crisis is nog niet één keer gevallen. Ook het begrip crisissfeer is in nog geen enkel verslag aangetroffen. Natuurlijk, de besprekingen verlopen "moeizaam', de "problematiek' is dan ook "fors', maar spanning? Nee. Kortom, zal het kabinet dan toch ...

De volgende Tweede Kamerverkiezingen zijn gewoon in maart 1994, zegt de immer optimistische premier Lubbers tegen iedereen die het maar wil horen. Zonder strijd geen beleid, lijkt zijn credo te zijn geworden. Voor hem geldt dat het kabinet na elke slag is versterkt. Hij zei dat vorig voorjaar, hij zei het vorig jaar zomer en hij zei het ook weer het afgelopen voorjaar toen het kabinet voor de laatste keer langs de rand van het ravijn liep. Oppositieleider Bolkestein, die drie maanden geleden nog constateerde dat het kabinet was uitgeregeerd, houdt ook al rekening met de mogelijkheid dat de volgende verkiezingen pas in 1994 zullen worden gehouden. Maar de veelzeggendste nuancering is echter toch weer te vernemen bij de CDA-Tweede Kamerfractie: uiterlijk 1994 zullen de volgende verkiezingen worden gehouden.

Het is betrekkelijk stil rond het kabinet. Vergeleken bij eind april toen even de hel losbrak, is er zelfs sprake van een oase van rust. De irritaties beperken zich vooralsnog tot ministers onderling. Elke claim van de één betekent nu eenmaal een mogelijke bezuiniging voor de ander. Niets doet echter herinneren aan de ontbindingsverschijnselen die nog slechts een paar maanden geleden werden gesignaleerd. De krantekoppen van toen wezen stuk voor stuk op de aanstaande val van het kabinet: "PvdA dreigt met breuk', "Conflict in kabinet verder verscherpt', "Bom onder coalitie'. De oorlogsverslaggeving heeft inmddels plaats gemaakt voor de vertrouwde verwarde berichtenstoom van meevallers en tegenvallers. Elke zichzelf respecterende minister eist meer geld, en op zijn beurt wijst minister Kok van financiën alles af. Ook dat hoort bij het spel.

Maar hoe staat het nu met die door de complete vaderlandse pers voorziene voortijdige val van het kabinet? Was er enkele maanden geleden sprake van collectieve bewustzijnsvernauwing, of is er een klein wonder in de coalitie gebeurd? Vast staat dat het kabinet in het laatste weekeinde van april heel dicht tegen een crisis heeft aangezeten. Het broze akkoord over de contouren van de begroting voor volgend jaar, en met name de inkomensverdeling, hield nog geen paar uur stand. Voor het eerst nam vice-premier Kok, politiek leider van de PvdA, in het openbaar afstand van premier Lubbers, politiek leider van het CDA. Twee volle dagen hadden zij vervolgens nodig om een brief te concipiëren waarin stond waartoe het kabinet eerder had besloten. Zij redden zich er mee in de Tweede Kamer, omdat de meerderheid in die Kamer bestaande uit beide regeringspartijen op dat moment geen behoefte had aan een crisis.

Of nòg geen behoefte? Veelzeggend is toch dat de meest gehoorde verklaring bij zowel CDA als PvdA is dat men niet bij elkaar blijft zitten omdat men toch zo graag met elkaar regeert, maar omdat niemand zich op dit moment een crisis kan permitteren. Er is dan wel geen kabinetscrisis, maar wel een permanente vertrouwenscrisis. En die crisis kan omslaan in een echte breuk als één van de twee partijen dat opportuun acht.

Vaste scenario's zijn er niet, hoewel de ene partij ze wel telkens bij de ander vermoedt. Maar zonder paranoia geen politiek, ook dat is een oude wet. Op een gegeven ogenblik is louter de vraag: winnen we bij een breuk of niet? Het antwoord daarop is nu nog het meest relevant voor de Partij van de Arbeid. Het is vooral deze partij die de klappen moet incasseren. Even leek ook het CDA in het electorale moeras te worden meegesleurd, maar de laatste peilingen wijzen toch weer op een nog maar een zeer beperkt verlies voor de christen-democraten. De PvdA blijft daarentegen aankijken tegen een halvering van de kiezersaanhang. PvdA-leider Kok en fractievoorzitter Wöltgens wisten lange tijd ongeruste partijgenoten gerust te stellen met de mededeling dat het terugwinnen van het vertrouwen slechts en kwestie van tijd is. Financieel beleid, milieubeleid, sociaal beleid, langzaam maar zeker zou duidelijk worden dat er een kabinet met de PvdA aan het regeren was.

Die bezweringsformule gaat steeds minder werken. Wim Kok toont zich al bijna drie jaar een solide boekhouder, maar de complimenten voor zijn beleid ontvangt hij van de verkeerde mensen. De zorg voor het milieu wordt eerder gezien als een belasting dan als een verworvenheid, terwijl het sociaal beleid als een soort boemerang werkt. Door elk jaar de koppeling opnieuw te bevechten, is tot nu toe ook elk jaar op dit punt een nederlaag geleden. Hetzelfde dreigt de partij nu te overkomen met de WAO. Er waren vele, vaak emotionele bijeenkomsten in het land plus nog twee partijcongressen voor nodig om de partij te verzoenen met de gedachte dat een ingreep in de arbeidsongeschiktheidsverzekering echt onvermijdelijk was. Buiten medeweten van de direct betrokken partijgenoten in het kabinet nam de fractietop op 1 mei plotseling afstand van het kabinetsbesluit, daarmee opnieuw verwachtingen wekkend bij de net tot rust gekomen achterban. Verwachtingen die direct al weer de kop in werden gedrukt door de zeer koele, zoniet afwijzende reacties van de 'eigen' bewindslieden.

Vandaar dat er nog geen spoor van verbetering zit in de desastreuze peilingen voor de PvdA. Naarmate de verkiezingen dichterbij komen neemt het gemor toe onder de fractieleden, van wie straks een groot deel genoegen zal moeten nemen met wachtgeld, toe. Het is in de fractie een “zooitje” klaagde het Kamerlid Van der Vaart twee weken geleden in het blad HP/De Tijd, “er is geen coördinatie, de prioriteiten van de politieke onderwerpen wisselen voortdurend, de meeste parlementariers rommelen als gevolg daarvan maar wat aan. Zo kan ik niet meer werken”. Hij was ook één van de weinigen die zich in het openbaar uitliet over fractievoorzitter Wöltgens: “Het is een goeie vent, zeker, maar een aansprekende leidinggevende figuur is hij niet. Thijs is niet krachtdadig genoeg.”

Het is het zoveelste voorbeeld van de malaise-stemming waarin de PvdA verkeert. Niets wijst er op dat die stemming spoedig zal omslaan. Tussen nu en de reguliere verkiezingen van 1994 is geen onderwerp voorzien waarop de PvdA zich kan profileren. De nieuwe lente die de nieuwe voorzitter in de persoon van Felix 'netwerken' Rottenberg moest brengen is vooralsnog uitgebleven. “Ik heb tijd nodig”, zegt hij, maar wanneer er onrust is, is de leiders weinig tijd gegund. De PvdA is nog steeds een stuurloos geheel. Waar de partij behoefte aan heeft is een momentum waarmee eenheid geforceerd kan worden. Het forceren van een kabinetscrisis kan een momentum zijn.

Het CDA kan intussen in zijn comfortabele, afwachtende positie blijven zitten. Verhalen over de vermeende strijd tussen Lubbers en Brinkman zijn de kop ingedrukt nu Lubbers zijn protégé definitief als opvolger heeft aangewezen, en - nog belangrijker - daarmee voor eens en altijd duidelijk heeft gemaakt echt niet meer beschikbaar te zijn. Sindsdien zijn er weinig "Texelse' geluiden meer van Brinkman vernomen en dat zou er op kunnen wijzen dat hij het kabinet even rust wil gunnen. Dat is althans de uitleg die aan PvdA-zijde valt te beluisteren. Het is niet nodig, wordt er van de kant van het CDA opgemerkt. In zijn beruchte Texelse rede waarschuwde Brinkman voor het overhaast invoeren van het Plan Simons en voor het alleen in Nederland hanteren van milieuheffingen. Op beide punten heeft hij zijn zin gekregen. Van het Plan Simons bestaat zo langzamerhand alleen nog maar de naamgever en de milieuheffingen zijn op de lange baan geschoven.

Het kabinet van de grote kilte bestaat nog steeds. De bekende crisistaferelen die het omringen, worden op zijn vroegst in de tweede helft van augustus verwacht. Dan zal het weer gaan om de inkomensverdeling. De "onevenwichtige' verdeling tussen laagste inkomens en hogere inkomens die in het voorjaar tot zoveel commotie bij de PvdA leidde, is in de tussentijd alleen maar meer uit het lood geraakt. Het herstellen van het beeld waartoe het kabinet zich heeft verplicht (zonder overigens aan te geven in welke mate, wat dan ook door PvdA en CDA verschillend wordt uitgelegd) zal zodoende nog meer maatregelen vergen en dito irritaties bij het CDA.

Het is voor de coalitiepartners niet eens meer een kwestie van eruit willen komen. Het gaat erom dat ze er moeten uitkomen, omdat een crisis simpelweg nog niet gewenst is. Maar zodra een crisis uit partijpolitieke overwegingen van belang is, komt die er. Want dat het kabinet Lubbers/Kok in stand moet worden gehouden om het beleid dat het voert, daar gelooft echt niemand meer in.