Amerikanen: Nederlanders leven boycot Haïti niet na

WASHINGTON, 4 JULI. Functionarissen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken hebben afgelopen dinsdag onder anderen de Nederlandse ambassadeur in de VS, mr. J.H. Meesman, op het matje geroepen over de slecht nageleefde boycot van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) tegen Haïti.

Nederland maakte op dat moment nog deel uit van het EG-troika-bestuur en Meesman moest met de Portugese en de Britse ambassadeur klachten in ontvangst nemen over de slechte naleving van het embargo door EG-landen.

Vorig jaar heeft de Algemene Vergadering van de OAS een boycot tegen Haïti uitgeroepen nadat de gekozen president, Jean-Bertrand Aristide, door een militair aan de kant was gezet. De EG voelt zich niet gebonden aan de boycot wegens bepalingen van de Gatt en van het Lomé-verdrag tussen de EG en ontwikkelingslanden, waaronder Haïti. Toch geldt het embargo wel als een soort erecode. Overtredende bedrijven verliezen hun goede naam en zullen weinig bereidwillige klanten vinden in Latijns Amerika.

Tijdens een bijeenkomst in Trinidad, begin deze week zei de Secretaris Generaal van de OAS dat met name Nederlandse en Franse bedrijven het embargo schenden. Hij noemde geen namen.

Volgens een vorige maand uitgekomen rapport van de Amerikaanse rekenkamer is Haïti herhaaldelijk door schepen uit Amsterdam, Rotterdam en de Nederlandse Antillen bevoorraad. Met name de schepen “Neerlandia”, “Advisor” en de “Luna Charskiv” zouden Haïti hebben aangedaan met produkten als olie, auto's, machinerie en cosmetica. Alleen de levering van humanitaire goederen aan Haïti is toegestaan. De woordvoerder van Nedlloyd zegt dat de rederij normaal eens in de tien dagen op Hati vaart, maar dat deze dienst sinds de boycot gestaakt is.

Het Amerikaanse Rekenkamerrapport over boycotschendingen is onvolledig, omdat er vele tussenschakels zijn. Ladingen worden van de ene handelaar naar de andere doorverkocht. Er zijn ook Amerikaanse en Latijnsamerikaanse schakels in de leveranties aan Haïti. Er zijn weinig sancties op schending van het embargo. Vandaar dat de afgezette president Aristide voorstelde om de VN een embargo te laten instellen. Deze wens is niet uitvoerbaar. Door druk uit te oefenen op de EG willen de VS hun goede wil tonen tegenover Aristide, die ook weinig voelt voor de door Amerika voorgestelde besprekingen met leden van de Haïtiaanse militaire regering. Maar uiteindelijk heeft de VS noch de OAS weinig wettelijke middelen om de EG tot naleving te dwingen.