Wegtransport in Frankrijk: hard werken, weinig geld

PARIJS, 3 JULI. De blokkade-acties van de Franse vrachtauto-chauffeurs vestigen de aandacht op de sociale wantoestanden bij het wegvervoer.

Het wegtransport in Frankrijk is de laatste vijf jaar met 50 procent toegenomen. Driekwart van alle bevoorrading van winkels, markten, bedrijven en zelfs grote industrieën, zoals de autofabrieken van Renault en Peugeot, gaat over de weg. De keerzijde van deze ontwikkeling is nu door de actie van de "routiers' aan het licht gekomen: de keiharde concurrentie tussen vaak nauwelijks rendabale bedrijven en bedrijfjes gaat gepaard met sociale wantoestanden.

Er zijn in Frankrijk 36.000 transportondernemingen, die in totaal 230.000 mensen, van wie tweederde deel chauffeurs, in dienst hebben. Slechts 500 bedrijven hebben meer dan honderd mensen in dienst. Er zijn vijftienduizend bedrijven met vijf of minder employés, die vaak nauwelijks rendabel zijn. De concurrentie is hard: opdrachtgevers kunnen lage prijzen bedingen en kortingen toepassen als vracht niet tijdig wordt afgeleverd. Kleine ondernemers zijn genoodzaakt vaak onder de prijs te werken. Een rit Parijs-Milaan kost 8.000 francs, maar er zijn "eigen rijders' die met 6.000 francs genoegen nemen - een stilstaande truck kost 2.000 franc per dag.

Volgens de wet mogen chauffeurs niet meer dan 46 uur per week achter het stuur zitten. In werkelijkheid maken veel "routiers' weken van 60 of 70 uur. Chauffeurs in loondienst krijgen een minimumsalaris van ongeveer 2.000 gulden per maand. Om een redelijk inkomen te verwerven zijn ze afhankelijk van premies; voor tijdig afleveren van vracht, voor schadevrij rijden, extra uren etc. Het gevolg is dat chauffeurs het niet al te nauw kunnen nemen met de verkeersregels. Overschrijding van de maximumsnelheid is dan ook geen uitzondering maar eerder regel: sommige "patrons' calculeren eenvoudig 20 kilometer per uur boven de toegestane maximumsnelheid in als ze een offerte aan een potentiële opdrachtgever uitbrengen.

Een andere keerzijde is de afhankelijkheid van de grote industrieën, zoals de autoindustrie, van het wegtransport. In navolging van de Japanse autofabrikanten hebben Renault en Peugeot/Citroen hun voorraden onderdelen bij de produktie ("in time') tot een minimum teruggebracht. In verscheidene fabrieken, onder andere die van Renault in Douai en de Peugeot-fabriek in Sochaux, is de produktie nu onderbroken omdat de onderdelen die elders in Frankrijk worden geproduceerd, niet of onvoldoende worden aangeleverd.

Bij Peugeot-Sochaux werken 22.000 mensen, die dagelijks 1.700 auto's produceren. Dagelijks komen en gaan er 700 vrachtauto's bij deze fabriek. Als gevolg van de blokkades is de aanvoer van onderdelen onderbroken. Woensdag kregen 12.000 werknemers te horen dat ze gisteren niet hoefden te komen. Vandaag zou de produktie zijn hervat. De fabrieken van Peugeot en Renault zijn nu pijnlijk afhankelijk van vrachtautochauffeurs die via ingewikkelde omwegen over provinciale en kleine departementale wegen hun doel bereiken. Bij Renault in Douai werden gisteren helikopters gebruikt om bepaalde elektronische onderdelen binnen te vliegen.