Weer naar school

Jan is verhuisd naar het plaatsje Sprutol. Daar heeft hij een nieuw vriendje gevonden. Maar Jan moet nog steeds naar dezelfde school.

Jan moet weer naar school. Kom Jan, ik breng je naar school, zegt moeder. Morgen brengt vader je naar school.

Waarom jij niet, vraagt Jan.

Ik heb niet altijd zin, zegt moeder.

Gaan we nou, mama, vraagt Jan.

Ja, Jan we gaan.

Heb je leuke vriendjes op school, vraagt moeder.

Nou niet zo, zegt Jan.

Zo, ik dacht dat je Diederik had, zegt moeder.

Ja, dat is zo, zegt Jan. Hij is de enige!

Zo, zegt moeder, je hebt het dus niet zo naar je zin.

Nou, zegt Jan, ik heb het wel naar mijn zin.

O, dan is het goed, zegt moeder.

Maar wat staat er daar op de deur van de school?

Jullie mogen vrij spelen want de juffrouw is ziek.

Mam, zegt Jan, zullen we weer naar huis toe gaan?

Ja, dat zal wel moeten, zegt moeder.

Dus ze keren weer om.

Dit is een leuk dagje, zegt Jan.

(wordt vervolgd)