Wat de wereld denkt interesseert ons niet; Eindexamens op de academies voor beeldende kunsten

Ruim achthonderd studenten van de dertien kunstacademies die Nederland telt, studeerden de afgelopen weken af. Op de Academie voor Beeldende kunsten St. Joost in Breda worden vandaag de diploma's uitgereikt. Wat hebben de studenten geleerd? “Tijdens je studie leer je jezelf vragen stellen en wordt het duidelijker waarom je schildert zoals je doet,” meent een van hen. Ondanks de geringe beroepsperspectieven zien de eindexamenkandidaten de toekomst niet somber in.

Eindexamententoonstelling Academie voor Beeldende Kunst Sint Joost in de Sint Janstraat, de Bisonstraat en de Boschstraat, Breda. Vr 15-17u, za-zo 13-17u, ma-di 10-17u.

Al dagenlang is op de binnenplaats van museum De Beijerd in Breda een jongen een nis aan het bouwen en schilderen. Langslopende docenten van de Sint Joost Academie voor Beeldende Kunst en personeel van de Beijerd bekijken de koortsachtig werkende jongen meewarig. Die komt nooit op tijd klaar, zie je ze denken. De nis vormt alleen nog maar het decor. De kwetsbare geplamuurde boot die onder een zeil staat te wachten, is het kunstwerk waar het allemaal om draait. En juist daar heeft de jongen "cruciale inschattingsfouten' gemaakt. Ontworpen en gebouwd in een atelier op school, bleek de boot in zijn uiteindelijke vorm niet door de deur te passen. Het uit elkaar en in elkaar zetten kostte tijd die besteed had moeten worden aan opbouw en inrichting van de eindexamenexpositie. Zweet parelt op zijn voorhoofd, want over een paar uur gaan de deuren van museum De Beijerd dicht en worden de zalen het domein van docenten en rijksgecommitteerden.

Ruim zeventig studenten van de Academie voor Beeldende Kunst St. Joost in Breda krijgen vandaag hun einddiploma. Tegelijkertijd wordt de tentoonstelling met hun afstudeerwerk geopend. Daarmee is de Sint Joost "laat'. Ruim achthonderd studenten van de andere twaalf kunstacademies die Nederland telt, studeerden de afgelopen weken af. Het grootste deel daarvan heeft vijf jaar school achter de rug. Jaren waarin "het individuele talent van de toekomstige schilder, beeldhouwer, vormgever en media-kunstenaar maximaal tot ontwikkeling is gebracht'. Jaren ook waarin de student onderzoek heeft gedaan naar "authenticiteit en verbeeldingskracht'.

“Kunstacademies zijn geen leuke opleidingen,” zegt drs. M.J.M. Regouin, directeur van de Academie voor Beeldende Kunsten Sint Joost in Breda. “Wat studenten hier te wachten staat is een afbraak van zekerheden. Op een kunstacademie gaat het niet om het positief bekrachtigen van wat ouders, tantes en vrienden goed vinden. Het gaat om het onverwachte. Een kunstenaar die na zijn academietijd stipendia of subsidies in de wacht wil slepen, zal zich moeten profileren. Kunstwerken worden bekroond als er iets onverwachts in zit, als ze buiten de gebaande paden treden. En om dat naar voren te brengen, moeten studenten ontpeld worden en hun oude verwachtingspatronen verstoord.”

Ondanks de hoge eisen die een academie aan karakter en talent van de student stelt, is het aantal studenten dat zich sinds 1970 bij een beeldende kunst-opleiding heeft aangemeld, alleen maar gegroeid. “Wij mogen ons "verheugen' in een enorme belangstelling van het jonge volkje,” merkt Regouin cynisch op. De Sint Joost in Breda krijgt ieder jaar negenhonderd serieuze aanmeldingen te verwerken, waarvan er uiteindelijk honderdvijftig tot het basisjaar worden toegelaten. Hiervan vallen er na een jaar gemiddeld vijftig af. Volgens een onderzoek dat tussen 1985 en 1987 in opdracht van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen is verricht, groeiden in Nederland de "autonome' afstudeerrichtingen schilderkunst, plastische en monumentale vormgeving de laatste twintig jaar met bijna acht procent per jaar. Het totale aantal studenten dat staat ingeschreven aan de academies voor Beeldende Kunst bedraagt ruim elfduizend.

De Sint Joost in Breda hoort met zijn 530 studenten weliswaar tot de kleinere academies, maar heeft veel afstudeerrichtingen. Onlangs kreeg de academie twee tweede-faseopleidingen toegewezen voor fotografie en grafische vormgeving. De aanvraag voor de richting autonome beeldende kunst werd ondanks een positief advies van de Raad voor de Kunst afgewezen.

Koffiepauze

Vijf afstudeerkandidaten van de Sint Joost hebben de afgelopen maanden een voorproefje genomen op de beroepspraktijk. Jan Schaerlackens (1964), Walter van Broekhuizen (1968), Luuk de Greef (1968), Laurien van de Heijden (1959) en Marc Nagtzaam (1968) - van de afdelingen monumentale vormgeving/schilderkunst - toonden hun werk gezamenlijk op kleine exposities bij hen thuis. Ze wilden dat ook mensen van buiten school kennis namen van hun werk. Bovendien deden ze door de exposities ervaring op met het inrichten van tentoonstellingen. Ik spreek de vijf in de week dat zij hun afstudeerexpositie op school aan het opbouwen zijn. In hun lokalen geen chaotische taferelen van muurtjes optrekkende en woest wittende mensen. Er heerst kalmte en er is genoeg tijd voor koffiepauzes. Hoe kijken de vijf terug op hun academietijd? Wat hebben ze op de academie geleerd en hoe zien hun toekomstplannen er uit?

Een duidelijk omschreven beeld van wat zij op een kunstacademie zochten, hadden ze geen van vijven. “Ik wist wel dàt ik iets wilde, maar niet wàt,” zegt Jan. Hij studeert af op een serie abstracte schilderijen, tekeningen en papieren sjablonen die het schilderen zelf tot onderwerp hebben. “Tijdens je studie leer je jezelf vragen stellen en wordt het duidelijker waarom je schildert zoals je doet. Ik schilder vlakken, rondjes en blokjes op een plaats in het doek, zonder dat daar enige logica achter zit. Ik kan er wel honderd redenen voor verzinnen, maar daar gaat het niet om. Het gaat om het intuïtieve moment, als ik onderzoek hoe voorwerpen zich tot zichzelf en elkaar verhouden.”

Ook voor Laurien, Luuk en Walter was de academietijd een periode van bewustwording. Maar wat die bewustwording precies inhoudt vinden ze moeilijk te omschrijven. Walter koos aanvankelijk voor grafisch vormgeven. “Ik was 19 toen ik werd aangenomen en koos voor een concrete afstudeerrichting, voor houvast en veiligheid denk ik.” De toegepaste kunst ging hem al snel benauwen en hij stapte over naar een vrije studierichting, waar hij zich helemaal kon uitleven op waarnemingsexperimenten. Voor Laurien was de Sint Joost een noodzakelijke stap omdat ze anders "gemakkelijke dingen' was blijven doen. “Toen ik nog niet op de Sint Joost zat, verviel ik in vanzelfsprekendheden als ik voor mezelf tekende.” Laurien verzamelt tegenwoordig "moeilijke dingen' en brengt deze onder in grafieken en reeksen. De verzamelingen variëren van het registreren van schoonmaakmiddelen die zij gebruikt bij het huishouden, grafieken die de verhoudingen van hoofdrolspelers uit een soap-opera verbeelden, tot het architectonisch vastleggen van eigen "sporen' - huizen waar zij woonde en lijnen waarlangs zij in haar eigen huis liep. Luuk schildert vaardig en snel: kleurrijke metershoge doeken gevuld met cartoon-achtige figuren en dieren, die net niet van het doek af tuimelen. Soms "sopt' hij wel twee doeken op een dag "vol'. De overgang die hij begin dit jaar maakte van abstract naar figuratief schilderen, ervaart hij niet als een verschil. “Ik was het gewoon zat om vlekken te schilderen.”

Zolderkamer

Het gaat Luuk niet om de figuurtjes, noch om de esthetiek van het beeld. Maar wat hij met zijn schilderijen dan wel wil, weet hij evenmin. Lauriens verzameldrift levert soms beelden op die ook zonder uitleg geslaagd zijn. Toch blijft het onduidelijk waar ze met haar narcistische thematiek op aanstuurt, behalve dan het vage "tot uitdrukking brengen van haar eigen persoonlijkheid'. “De toeschouwer moet zelf maar zien hoe hij mijn werk duidt,” vindt ze.

Een kunstenaar draagt geen verantwoording voor de manier waarop toeschouwers zijn werk interpreteren. Maar hij stelt wel de voorwaarden en mogelijkheden voor interpretatie vast. Als kunst niet voor zichzelf spreekt, is het dan de taak van de kunstenaar om zijn werk "leesbaar' te maken? Welke kunstenaar vindt het aangenaam als zijn werk verkeerd begrepen of - nog erger - genegeerd wordt? Als ik de vijf voorleg dat ze zich na de academie zullen moeten presenteren en verantwoorden, omdat ze anders eindigen op een zolderkamertje, zeggen Jan, Laurien en Luuk dat dit hen niet kan deren.

Alle vijf willen ze graag dat hun werk "mooi' wordt gevonden. Alleen Marc en Walter komen er voor uit dat ze ook iets met hun kunst willen zeggen. “Ik geloof er niet in dat je dingen alleen voor jezelf maakt,” zegt Marc. Hij stuurt mail art naar kunstenaars en schrijvers over de hele wereld. Antwoorden worden gebundeld in keurige pakketjes en aan de muur gehangen. Respondenten krijgen een lok haar met een handtekening van "Linda Lovelace' (de hoofdrolspeelster uit Deep Throat) terug.

Het begrip voor kunst is klein, vindt Marc, die in zijn prille bestaan als kunstenaar "mensenhaat' heeft ontwikkeld. “Er zijn maar weinig personen die openstaan voor beeldende kunst. Meestal begrijpt men er niets van, men wl er ook niets van begrijpen, maar zit wel propvol vooroordelen. Mensen beschouwen je als een slampamper, die met een baret op zijn hoofd en verf aan zijn kleren wat staat aan te kliederen op kosten van de belastingbetaler. Ik vind het verschrikkelijk dat ik buiten school voortdurend moet verantwoorden waarom ik op de Sint Joost zit. Je kan bij wijze van spreken beter de HTS doen of een administratieve opleiding volgen, want dan ben je van alle vragen vrijgepleit. Er zijn maar weinig mensen die de elementaire principes van beeldende kunst begrijpen. Ga de pisbak van Duchamp maar eens uitleggen aan een C&A-publiek.”

Volgens Harry van Boxtel - studierichtingsleider van de afdelingen sculptuur, monumentale vormgeving, grafische kunsten en schilderen, en belast met het kunsttheoretische Studium Generale-programma op de Sint Joost - moeten studenten leren formuleren waarmee ze bezig zijn, juist omdat de kloof tussen moderne kunst en publiek zo groot is. “Die kloof is een immens probleem. Studenten die hier binnenkomen zijn niet primair op taal maar op beelden ingesteld,” zegt Van Boxtel. “Op de keper beschouwd is het natuurlijk een cliché, want als je ze bezig ziet op school, zitten ze wel de hele dag met elkaar te ouwehoeren over hun werk. Kunstenaars hoeven geen schrijvers te worden of analytici van hun eigen werk, maar ze moeten wel weten waarom ze iets maken.”

Toekomst

Daarom is op de Sint Joost een van de afstudeeronderdelen het schrijven van een scriptie over het eigen werk. “Dus geen scripties over Van Gogh meer,” zegt Van Boxtel. Dat komt van pas bij eventuele latere subsidie- en beursaanvragen. Op de Rijksuniversiteit van Leiden is onlangs door M.C. Boelman onderzoek gedaan naar de beroepspraktijk van vrije kunstenaars die de Sint Joost hebben doorlopen. Een van de uitkomsten was dat slechts 20% van de afgestudeerden na verloop van tijd van hun werk konden leven. Met dit cijfer scoort de Sint Joost landelijk nog hoog.

Ondanks de geringe beroepsperspectieven ziet geen van de vijf de toekomst somber in. Iedereen blijft aan het werk, ook al worden er geen subsidies verstrekt of beurzen gewonnen. Een doorbraak naar succes is niet hun ideaal. De ratrace laten ze liever over aan studenten uit de Randstad, die “begerig elke opening aflopen op zoek naar contacten”. Plannen voor vervolgopleidingen als de Rijksakademie in Amsterdam of Ateliers '63 in Haarlem hebben ze niet. Dan zouden ze immers voor veiligheid kiezen. En daar zijn ze juist niet op uit. Zoals Walter het omschrijft: “De horizon blijft horizon. Ongrijpbaar punt. Voor mij gegeven. De gek op weg.”