Wankel Macedonië leidt tot gevaar van grote Balkan-oorlog

Als er een prijsvraag bestond voor de onnozelste politieke verklaring van 1992, dan zou de volgende alinea, afgedrukt in de Financial Times van maandag, een grote kans maken op de hoofdprijs. “Onder druk van Griekenland hebben de EG-leiders gezegd dat zij bereid zijn de onafhankelijkheid van Macedonië te erkennen, mits het land een naam kiest waarin het woord Macedonië niet voor komt.”

Met deze kwestie heeft de absurditeit van het nationalisme haar hoogtepunt bereikt. Dat wil niet zeggen dat de absurditeit slechts aan één partij is toe te schrijven. Van een Griekse vriend kreeg ik een Macedonisch pamflet waarin Macedonië zich niet alleen uitstrekt tot de Aegeïsche Zee, met de zuidelijke helft “sinds 1913 onder de terreur van de Griekse bezetting”, maar waarin ook wordt beweerd dat Alexander de Grote en Aristoteles niet Grieks waren, en dat de tegenwoordige Macedoniërs niet "Slavisch' zijn.

U en ik kunnen denken dat het Macedonisch een Slavische taal is die nauw verbonden is met het Bulgaars, en in iets mindere mate met het Servo-Kroatisch, het Russisch, het Pools. Maar blijkbaar is het andersom. Volgens het pamflet zijn de Macedoniërs niet door de Slaven beïnvloed, maar zijn de Slaven juist door de Macedoniërs “linguïstisch "gemacedoniseerd': zij accepteerden het oude Macedonisch als hun eigen taal, en in de loop van de eeuwen veranderde dat in wat wij kennen als Russisch, Oekraïens, Pools, Slowaaks, Servisch etc.”.

Het Byzantijnse Rijk schijnt hier veel schuld aan te hebben omdat “Macedonië en ook alle andere naties in die tijd onderworpen waren aan een enorme denationalisering ... Een Australiër mag dit absurd vinden”, vervolgt het pamflet, “maar het is niet ongewoon dat een Atheense regering territoriale aspiraties heeft ten opzichte van haar buren.”

De vermelding van dergelijke oude onrechtvaardigheden ter ondersteuning van een hedendaags standpunt, maakt het pamflet tot een klassiek nationalistisch document, dat zó in een leerboek politicologie kan worden opgenomen.

Maar het gaat hier slechts om een pamflet dat gepubliceerd is door de Macedonische gemeenschap in Australië. Door zulke documenten te gebruiken als bewijs dat het gebruik van de naam Macedonië op zichzelf al een bedreiging vormt voor de Griekse territoriale integriteit, verlaagt de Griekse regering zich tot het niveau van de schrijvers van het pamflet.

De Macedonische regering heeft verzekerd dat zij dergelijke territoriale ambities niet koestert, zij heeft dat zelfs in haar grondwet vastgelegd. Griekenland weigert de oprechtheid van deze uitspraken te aanvaarden, gezien de geschiedenis en de ideologie van het Macedonisch nationalisme. Maar wie zegt dat een verandering van naam oprechter is, of wèl permanent?

Het is een oude fout te denken dat met wetgeving de ideologie van andermans nationalisme is te bestrijden. Men kan afspraken maken met mensen over wat zij mogen doen of niet doen, en maatregelen treffen als zij zich niet aan hun beloftes houden. Maar overtuigingen en verlangens van mensen kunnen alleen veranderen door ervaring, en niet door van hen te eisen dat ze loyaliteitsverklaringen of vriendschapsverdragen tekenen, en nog minder door hen te vragen hun naam te veranderen.

Als het Griekse standpunt overal in de EG aanvaard zou worden, had België allang de erkenning van het groothertogdom "Luxemburg' moeten intrekken. Door zichzelf zo te noemen maakt Luxemburg immers aanspraak op de aangrenzende Belgische provincie met dezelfde naam. En Frankrijk zou een buurland met de naam "la Grande Bretagne' eigenlijk niet meer kunnen erkennen zonder het verlies te moeten vrezen van een kleiner Bretagne aan haar eigen kant van het Kanaal.

Het zou allemaal onweerstaanbaar komisch zijn, als het niet zo waarschijnlijk was dat het op nòg een Balkan-tragedie uitloopt. Afgezien van Slovenië, kwalificeert Macedonië zich van alle voormalige Joegoslavische republieken het best voor internationale erkenning. Haar regering heeft het grondgebied onder controle en heeft de steun verworven van de etnische Albanese minderheid. Maar als Macedonië niet snel geholpen wordt zijn positie te verstevigen, dan dreigt een destabilisatie en zelfs een scheiding, vooral wanneer gevechten uitbreken tussen Serviërs en Albanezen in het naburige Kosovo.

Albanezen in Macedonië zouden hun familie en kennissen willen helpen. Wanneer Servië vermoedt dat dit gebeurt, zou het maar al te graag actie ondernemen tegen Macedonië. Bulgarije en zelfs Turkije zouden zich vervolgens genoodzaakt kunnen voelen Macedonië te hulp snellen, terwijl Griekenland in de verleiding zou komen zich aan de Servische zijde te scharen.

Zo zou het scenario kunnen luiden voor een volwassen Balkan-oorlog, stijl 1913. De beste manier om dit te voorkomen zou zijn Macedonië nu te erkennen en het toe te laten tot de VN, zodat alle VN-lidstaten verplicht zijn de integriteit van Macedonië te respecteren. Als de EG hiervan weerhouden wordt door een gebrek aan unanimiteit (hoewel dat François Mitterrand niet weerhouden heeft van zijn bezoek aan Sarajevo), laat dan de "enige overgebleven supermacht' het voortouw nemen.

© Financial Times/ NRC Handelsblad