Vonk leeft zich uit in subtiele expressie

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk m.m.v. Matt Haimovitz, cello. Programma: A. Dvorák: Celloconcert en Symfonie r 9. Gehoord: 2/7 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 25/10 Radio 4 Veronica.

Een aantrekkelijker concertprogramma dan het Celloconcert en de symfonie Uit de nieuwe wereld van Anton Dvorák is nauwelijks denkbaar. Een uitvoering voor een volle Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw verplicht dan ook tot technische perfectie en grote muzikale bezieling. Uiteindelijk waren gisteravond bij het optreden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de serie Zomerconcerten beide elementen wel ruimschoots aanwezig in de twee stukken, maar het was jammer dat het dirigent Hans Vonk twee keer niet lukte vanaf de eerste maat de goede balans en de juiste sfeer te realiseren.

De jonge cellist Matt Haimovitz, twee jaar geleden in een Zomerconcert de opzienbarende solist in het Celloconcert van Schumann, kreeg van Vonk nauwelijks de gelegenheid het eerste thema hoorbaar te presenteren, zó luidruchtig en overdonderend begon het orkest. De toon van Haimovitz is nu eenmaal niet zo groot als die van Rostropowitsj. In verstilde lyrische passages ging het later wel beter, maar ook hier werden gevoelige delen van de melodielijn vaak afgedekt door al te uitbundige houtblazers.

In het Adagio en het finale Allegro was het grote talent van Haimovitz op zijn best te horen, vooral in de met fraaie zangerige toon gebrachte langzame en gevoelige pianissimo-delen. Hier had ook de begeleiding door Vonk een veel fijnzinniger karakter: prachtig bij voorbeeld in die paar maten voor de koperblazers als een "Fernorchester'.

Ook de Nieuwe wereld-symfonie moest groeien. Die kan vanaf het begin zinderender klinken, maar het uiteindelijk bevredigende resultaat mocht er gelukkig bij vlagen al snel zijn. De altijd zo afstandelijke Vonk leek er nu gaandeweg ook zelf eens echt plezier in te krijgen. Hij bracht in het eerste deel al veel dynamische gradaties aan en leefde zich verder uit in een onderhoudende variëteit aan subtiele en stevige expressie, al gaat die bij Vonk niet zover dat hij in de romantisch languissante passages de sentimentaliteit benadert.

Het Largo klonk bezield, met een bijzonder innige uitvoering van de maten voor het warmklinkende strijkersoctet om Vonk heen. Het enerverende en stuiterende ritmiek van het Scherzo werd bijzonder exact uitgevoerd, het monumentale slot-Allegro was beheerst en zorgvuldig gedetailleerd.