Viewfinder T/m 19 juni in Stichting De Appel, ...

Viewfinder T/m 19 juni in Stichting De Appel, Prinseneiland Amsterdam, di t/m za 13-17u. Werken niet te koop.

Paul Blanca T/m 25 juli in galerie Lumen Travo, Paulus Potterstr. 38 Amsterdam, di t/m za 13-18u. Prijzen: ƒ 1.500,- (oplage 4) en ƒ 7.500,- (oplage 2).

Lichteffect T/m 25 juli in Warmoesstr. 139 Amsterdam, di t/m zo 12-18u. Prijzen: ƒ 250,- tot ƒ 2.000,-

Viewfinder

De viewmaster staat me nog scherp voor de geest. Het was zo'n kijker waarin een cirkelvormig kartonnetje met kleine dia's moest worden geschoven. Een druk op de knop en het volgende plaatje doemde op: zo ver als je kon kijken werd alles gevuld door dat ene beeld. Later was ik een verwoed kijkdoos-bouwer. Zo schiep ik een wereld met werkelijke diepte die daardoor des te hallucinerender was.

In De Appel in Amsterdam is nu een expositie gaande met de titel "Through the viewfinder', ontleend aan een gedicht van Raymond Roussel. De 21 kunstenaars die de opdracht aannamen en op grond van dit citaat speciaal een kunstwerk maakten, gebruiken veel diakijkers, lenzen en loepen om de "blik van de beschouwer' te thematiseren. Het onderwerp noodt klaarblijkelijk tot zelfreflectie en bespiegelingen over de (on)betrouwbaarheid van onze ogen. Sylvie Blocher liet een viewmaster in de muur verzinken. Wie erin tuurt, kijkt recht in de onderzoekende ogen van de kunstenares. De kijker bekeken: het is nogal voordehandliggend, net als Annemarie Nibberings bolle spiegel die het turende gezicht verkleind weerkaatst: de kijker door zichzelf bekeken.

De Amerikaan Vincent Shine exposeert fragiele plantjes zoals papyrus en waterkers. Niets bijzonders, behalve dat ze kopieën in kunststof zijn, tot in het kleinste detail "natuurgetrouw'. Af en toe zit er een bruin plekje of dor blad aan: de suggestie van bederf is dé manier om een certificaat van echtheid aan het valse te verlenen. Andere kunstenaars concentreerden zich op het onzichtbare: de minuscule fantasie-foetus die Rose Finn-Kelcey in een perspex boekblok liet gieten en die je met een loep kunt bekijken (overigens symboliseert hij Jungs "animus') en de onooglijke larven die Hubert Duprat in bronwater tentoonstelt. Zij maken hun cocon van stukjes aarde, maar omdat de kunstenaar ze voorzag van korreltjes goud en stukjes edelgesteente steken ze nu in een fonkelend jasje, een vorst waardig.

Het best geslaagd in haar opdracht vind ik de jonge Japanse Suchan Kinoshita. Zij vulde veertig diakijkers met veelal driedimensionale voorwerpen: een knikker die een wonder van dooreengevlochten kleuren blijkt, een hoopje zand, zodat je je ogen in een reflex dichtknijpt als het naar je toe blijkt te schuiven, een bosje gele veren dat je het gevoel geeft onder een wuivende palm te liggen. Het zijn gewaarwordingen die de viewmaster en kijkdoos van vroeger in herinnering roepen.

T/m 19 juni in Stichting De Appel, Prinseneiland Amsterdam, di t/m za 13-17u. Werken niet te koop.

Paul Blanca

Kun je een geitekop op een stok een stilleven noemen? Of een kip die in de laatste stuiptrekking na haar onthoofding nog eenmaal de vleugels spreidt? Fotograaf Paul Blanca (1954) noemde zijn tentoonstelling in galerie Lumen Travo "natural morte', een variant op de Franse term voor "stilleven'. Dieren keren telkens terug in veel van het nu getoonde uit 1989 en 1992, de neerslag van respectievelijk een verblijf in Spanje en in Egypte. In alle gevallen vervullen ze een rituele functie. De ondertitel van de expositie, "insjallah', duidt dit aan: "zoals god het wil'. De afgehouwen geitekoppen moeten naar voorschrift van de islam kwaad afwenden terwijl de stierekop in Spaans-katholieke processies wordt meegevoerd.

Blanca drukt al zijn opnamen af in een sepiatint op cibachroom. Daardoor krijgen zijn foto's het bruine patina van negentiende-eeuwse platen. Door de combinatie hiervan met die dieren in door god verlaten oorden moest ik denken aan de opnamen van ontdekkingsreizigers en antropologen uit die tijd. Blanca's foto's zien er ook technisch goed uit, maar ze missen iets waardoor we ze in het geheugen opslaan. Dat gebeurt wel als ze een surreële inslag hebben. Christianity bijvoorbeeld toont twee varkenspootjes die boven het zand uitsteken. Het is een verwijzing naar de christenen in Egypte die daar als enige bevolkingsgroep varkensvlees eten. De pootjes, hoe tragisch ook, zijn merkwaardig elegant, met prachtige, kokette hoefjes. Ze steken af tegen de lucht en gaan zo een eigen leven leiden, los van het verhaaltje erachter.

De foto's met het menselijk lichaam als onderwerp waren en blijven Blanca's beste werken. De beschilderde vrouwevoet die over de rug van de liggende kunstenaar loopt is een klassiek beeld, een intrigerend déjà-vu (misschien door de analogie met de voet als hiëroglief?) De islam schrijft de aanstaande bruid voor haar voeten en handen te bedekken onder tatoeageachtige versierselen. Die wetenschap geeft dit beeld een extra erotisch effect.

Ontroerend is de blanke, wat mollige vrouw op wier heup een beschilderde hand rust, in een voorzichtige streling. Gezien de draaiing van de pols moet het de hand van de poserende vrouw zelf zijn - de bruid droomt van het bed. Zulke intieme beelden vind ik in hun verstilling mooier dan alle "stillevens' bij elkaar.

T/m 25 juli in galerie Lumen Travo, Paulus Potterstr. 38 Amsterdam, di t/m za 13-18u. Prijzen: ƒ 1.500,- (oplage 4) en ƒ 7.500,- (oplage 2).

Lichteffect

Naar lichtreclames kijk je zelden bewust, maar je herkent ze meteen. Zeker als het om een beeldmerk gaat dat het produkt in samengebalde vorm uitdrukt. Het kunstenaarsinitiatief W139 heeft het lumineuze idee gekregen deze gevelreclames van bedrijven te lenen als verlichting in hun loodsachtige expositieruimte. Daar worden nu tekeningen en grafiekbladen getoond, per kunstenaar opgehangen tussen twee van die dubbelzijdig lichtgevende uithangborden. Zo is telkens een stemmig verlicht "kabinet' gemaakt: de reclames zijn afscheiding en lichtbron tegelijk.

De gepresenteerde werkjes doen het verwonderlijk goed tussen het tl-licht. Hoe opdringerig sommige van de beeldmerken ook zijn - vooral de kleuren zijn vaak schreeuwerig - bij het schijnsel van dit gefilterde licht ontstaat de juiste intimiteit om de portretten van Emo Verkerk (naast de Bovag), de vlinderstrikjes van René Daniëls (tussen Coca-Cola en Audi) en Frans Fransiscus' surrealistische figuren (naast het Michelin-mannetje) te bekijken. Juist doordat de rest van de grote en hoge ruimte in schaduw is gehuld, word je als een mot naar het licht getrokken. De stijl waarin de deelnemende kunstenaars werken, maakt vreemd genoeg geen verschil. Zowel de nostalgische houtskooltekeningen van Rinke Nijburg als de portretten met een magisch-realistische inslag van Patrick van den Eijnde doen het hier goed. Het geheel oogt (ondanks de kleur) als een film noir, waarin een straat bestaat uit louter lichtpoelen op het glimmende asfalt en waar alles contour wordt of schaduw. De kunst gaat schuil in plassen licht.

T/m 25 juli in Warmoesstr. 139 Amsterdam, di t/m zo 12-18u. Prijzen: ƒ 250,- tot ƒ 2.000,-