Verandering

Als waarnemer, en niet als dichter, was ik aanwezig bij Poetry International in Rotterdam.

Drie jaren zijn voorbijgegaan. In de vertrouwde omgeving van De Doelen werd het vertrouwde programma afgewerkt en ontmoette ik op vertrouwde wijze oude vrienden en bekenden. Gegeten in hetzelfde restaurant, geslapen in hetzelfde hotel en net als altijd weer gebeten door de muggen. Dit alles riep weer dezelfde herinneringen en gevoelens bij me op. Maar één ding was anders, namelijk de intonatie waarmee men mij dezelfde vragen als drie jaar geleden stelde: “Hou je van Nederland? Wanneer kun je weer terug naar China?”

Toevallig liep ik ook deze keer weer de Zuidafrikaanse schrijver Breyten Breytenbach tegen het lijf. Drie jaar geleden, bij onze eerste ontmoeting, had hij me gewaarschuwd: “Pas op voor de persmuskieten. Voor je het weet zuigen ze het bloed uit je lijf!” Nu, na drie jaar, verlangde ik ernaar om hem te vertellen dat ik zelf al bijna in een muskiet veranderd ben.

In de blikken van heel wat bekenden stond iets te lezen wat aan beide kanten een soort schaamte opriep. De gesprekken verliepen stroever dan drie jaar geleden, toen ik nog geen Engels kende. Wat betreft het grote aantal Chinese dichters dat deze keer Nederland bezocht: ik heb ze af en toe met wat dingen geholpen en we hebben samen een workshop bijgewoond, maar ik had amper zin om met ze naar de kroeg te gaan en over koetjes en kalfjes te praten. Ik sloot me liever op in mijn kamer met een Engels boek van Raymond Carver. Daardoor las ik uit de blikken van de Chinese dichters iets anders - wat is die Duoduo veranderd!

Het is voor mij onmogelijk om anderen in een gesprek te vertellen wat er de afgelopen drie jaar met me gebeurd is. Tijdens Poetry International had een aantal Chinese dichters een discussiebijeenkomst met dichters uit het Westen. Bij die gelegenheid hebben we ons verdiept in het begrip "metafoor'. Het liefst zou ik het volgende nieuwsbericht aangrijpen als "metafoor' voor mijn persoonlijke verandering: onlangs heeft men op een kerkhof in Amerika een aantal lijken opgegraven die al tien jaar in de grond lagen en ontdekt dat ze nog steeds in ongeschonden staat verkeerden, zonder enige sporen van ontbinding.

Tussen half april en half juni heb ik vijf verschillende landen bezocht en aan vijftien voorleesavonden en discussiebijeenkomsten, de een grootschaliger dan de ander, deelgenomen. In al die landen stelden de journalisten dezelfde vraag: “Is je poëzie veranderd sinds je uit China weg bent?” Mijn antwoord luidde dat er misschien sprake was van ontwikkeling, maar niet van verandering. Ik heb echter het gevoel dat de wereld verandert, dat China verandert en dat mijn herinneringen aan China geen gelijke tred hebben gehouden met de veranderingen. Drie jaar geleden verliet ik China temidden van geweersalvo's. Drie jaar later klinken de geweren nog steeds in Joegoslavië en in Azerbeidjan. Maar in China, waar de salvo's vrijwel verstomd zijn, zit een enkeling in de gevangenis als gijzelaar voor de democratie, raken flink wat mensen in de problemen omdat ze de mensenrechten verdedigen en voelen velen zich onvrij en gedeprimeerd, terwijl de meerderheid zoveel mogelijk geld probeert te verdienen om te eten, te drinken en te feesten. Toen ik met de trein van Leiden naar Parijs ging, veranderde de zespersoonscoupé al snel in een soort bibliotheek. Iedereen zat over een boek gebogen, ik durfde amper een sandwich te eten. Maar in Shanghai, in de grootste bibliotheek van heel China, zitten elke dag maar twee of drie mensen in de leeszaal. In een theater aldaar kwamen in totaal elf mensen, inclusief de regisseur, kijken naar een toneelstuk dat werd opgevoerd door meer dan twintig acteurs. Het aantal abonnees van het tijdschrift Fujian Literatuur, uitgegeven in een provincie met enkele tientallen miljoenen inwoners, bedraagt slechts vijfenveertig.

Receptie

“Wat zou jij dan, als Chinees, voor China kunnen doen?”, vraagt de journalist, en ik antwoord: “Als individu zou ik misschien iets voor de mensheid kunnen doen. Als Chinees heb ik er in ieder geval al voor gezorgd dat er in China een kind minder geboren is en in de toekomst zal ik er voor zorgen dat China een werkelijk individu rijker is.” Op een receptie tijdens het onlangs gehouden poëziefestival in Londen zei een Taiwanese dichter in zijn dankwoord: “Vandaag zijn dichters uit het vasteland en van Taiwan samen onder één dak. Per slot van rekening zijn we allemaal Chinezen!” In mijn eigen dankwoord zei ik: “We zijn allemaal mensen, levend in een wereld waarin de mensheid nauwer dan ooit voorheen onderling verbonden is.”

Als je denkt aan die tien Amerikaanse lijken die door overmatige consumptie van conserveringsmiddelen "vers' waren gebleven, is het duidelijk dat er nog een ander soort geweren is, waarvan de salvo's onhoorbaar zijn. Toen ik in Duitsland was, gaf de vrouw van een professor me een goede raad: “Duoduo, in West-Europa krijg je te weinig zonlicht. Daarom moet je veel melk drinken om extra calcium binnen te krijgen. Maar alleen melk drinken is niet genoeg. De calcium moet worden omgezet en daarom moet je veel in de zon gaan zitten.” Ik kwam er niet aan toe om te vragen hoe je bij zo weinig zonlicht veel in de zon moest gaan zitten, want ze voegde er meteen aan toe: “Maar je mag ook weer niet al te veel in de zon komen, want er zit een gat in de hemel boven Duitsland (ze doelde op de aantasting van de ozonlaag door luchtvervuiling) en als je teveel in de zon komt, krijg je huidkanker.” Na terugkeer in Holland hoorde ik weer dat dat gat in de hemel zich naar Nieuw-Zeeland verplaatst had. Ik kreeg het gevoel dat de wereld echt een dorp is. En dus hebben we het er maar niet over dat de Chinese regering onlangs weer een gigantische kernproef heeft verricht, maar praten we over haar "constructieve' zijde. Het op stapel staande Sanxia-project, het grootste waterbouwproject in de geschiedenis van de mensheid, zal alleen al zoveel ecologische schade aanrichten dat het klimaat van de hele planeet erdoor wordt beïnvloed. Deze onwetenschappelijke en ondemocratische waanzin is aanhangig gemaakt bij het Internationaal Gerechtshof te Den Haag, dat China te verstaan heeft gegeven dat het project opgeschort moet worden. De Chinese regering zal zich hieraan natuurlijk niets gelegen laten liggen, maar in ieder geval is zij door de krachten der rechtvaardigheid te kijk gezet. Ik denk wel eens: Nederland is een klein land, maar het is een grootmacht op het gebied van rechtvaardigheid. Het open en internationale karakter van Nederland is gebaseerd op een vooruitziende blik en een helder inzicht in de huidige en toekomstige situatie van de mensheid. Menselijke waarden staan boven de belangen van afzonderlijke landen en volkeren. Daarom zou ik al die mensen die vragen of ik van Nederland houd wel eens een wedervraag willen stellen: "Wat dacht je?'

Droom

Drie jaar geleden werd ik in Londen een keer midden in de nacht wakker, nadat ik gedroomd had dat ik terug was in China en het land niet meer uit kon omdat ik geen terugreisvisum had. Tijdens Poetry International had ik in Hotel Central opnieuw een droom waarin ik terugkeerde naar China. Weer werd ik midden in de nacht angstig wakker, maar wat ik in mijn droom had gezien, verschilde volledig van de vorige keer: straten als doolhoven, torenhoge gebouwen en krioelende mensenmassa's, haastig doch vreedzaam voortbewegend. Ik ben niet in staat om de betekenis van die droom uit te leggen. Laat ik dus maar weer een nieuwsbericht als "metafoor' gebruiken. Sinds kort worden er in China valse buitenlandse paspoorten aan de man gebracht. Mensen die ze voor veel geld hadden gekocht, zijn bij het verlaten van China door de douane opgepakt, niet omdat werd ontdekt dat het paspoort vals was (de technische kwaliteit was uitstekend), maar omdat men er bij controle achter kwam dat het land Gamagalamada niet bestaat.

Ik wou dat iemand mij eens vroeg of ik terug wil naar zo'n niet-bestaand land.