Varkensliedje

Hoort naar het varken Adriaan,

Die wilde wat eten, die wilde wat eten

Die wilde wat eten: wat bied je me aan?

Toen zei ik tegen Adriaan:

Ik zou het niet weten, ik zou het niet weten,

Ik zou het niet weten: probeer een banaan.

Daar riep het varken Adriaan:

Ik heb hem gegeten, ik heb hem gegeten,

Ik heb hem gegeten: er was niet veel aan.

Het opmerkelijke is dat deze tekst, oorspronkelijk gepubliceerd in het door Goenawan opgerichte tijdschrift Tempo², al in de kern het gegeven bevat dat in de Leidse toespraak het hoofdthema zou worden, namelijk dat de Indonesische poëzie vooral berust op bedekte toespelingen, op wat tussen de regels door wordt gezegd, door Goenawan aangeduid met het Javaanse woord pasemon, dat zoiets als "zinspeling' betekent. “Als we kijken naar een gedicht in het Indonesisch,” schrijft hij, “kijken we niet in "de dicht overbevolkte wereld van literaire taal'. De taal die wij zien vormt een steriel landschap bijna zonder vegetatie, met hier en daar een eenzaam bosje armetierige bamboe, een landschap waarin alleen de armste landverhuizers onderdak zouden kunnen vinden. Maar voor de Indonesische dichter is dat de enige taal die voor hem beschikbaar is.

Al die tonnen rijstebrij,