Twee doden op eerste dag grote schoonmaak in Kabul

KABUL, 2 JULI. Zeker twee mensen zijn gisteren in Kabul gedood en twee gewond toen honderden regeringsmilitairen begonnen de Afghaanse hoofdstad te zuiveren van de gewapende groepen die Kabul al twee maanden terroriseren. Tanks en pantservoertuigen reden door de straten en van tijd tot tijd waren schotenwisselingen te horen.

Na een burgeroorlog van 14 jaar viel Kabul in april in handen van het Afghaanse verzet. Sindsdien heeft een netwerk van rivaliserende guerrillastrijders en leden van een voormalige regeringsmilitie, verdeeld door politieke, godsdienstige en etnische tegenstellingen, de stad geregeerd. Daarbij zijn straatgevechten, diefstal, ontvoeringen en moord gewoon geworden.

Afghanistans regerende raad, die nu door president Burhanudin Rabbani wordt voorgezeten, heeft de troepen van het ministerie van defensie en binnenlandse zaken deze week opgedragen een begin te maken met een grote schoonmaak van Kabul in een poging de macht van de centrale regering te herstellen. In dat kader arriveerden regeringstroepen, gedekt door pantserwagens, gisteren bij door ongeregelde gewapende groepen bezette openbare gebouwen en particuliere huizen en gaven de bezetters opdracht de stad te verlaten.

Regeringstroepen schoten op een centrum voor invaliden van de Verenigde Naties toen guerrillastrijders weigerden het gebouw te verlaten. De ongeveer 25 VN-employés, onder wie 3 buitenlanders, bleven ongedeerd, maar een van de bezetters kwam om het leven en een ander werd gewond.

Een vrouw, wier huis door de gevechten in het VN-centrum werd beschadigd, schreeuwde: “Hadden jullie niet eerst kunnen afspreken wie er weg moest en wie er mocht blijven?” “Als ze al die wapens niet gauw wegdoen, wordt het weer 14 jaar oorlog.”

Volgens legerofficieren waren ongeveer 1.500 man troepen, bestaande uit verschillende guerrillagroepen en militie-eenheden die vroeger vochten voor de communistische regering, bij de schoonmaak betrokken. Maar de enige guerrilla-eenheden die te zien waren, waren die van de huidige minister van defensie Ahmad Shah Masood. Masood zelf weet dat later aan de gebrekkige communicatie.

Het verbond tussen Masood en overgelopen generaals Rasheed Dostum, Abdul Monim en Sayed Mansur Nasiri, wier eenheden aan de opruiming deelnamen, is voor radicale guerrillaleiders als de moslim-fundamentalist Gulbuddin Hekmatyar een ernstige zaak. Gulbuddin heeft daarom tot nog toe geweigerd aan de nieuwe Afghaanse regering deel te nemen. Hij blijft buiten de stad, met het motief dat Kabul niet door Afghaanse guerrillastrijders maar door de voormalige communisten wordt bestuurd. Zijn houding zal zonder twijfel nog harder worden wanneer hij te horen krijgt dat Dr. Qasim Magsodi, een van zijn medestanders, tijdens de operatie bij een controlepost is doodgeschoten. Qasim was in het gezelschap van de Afghaanse minister van wederopbouw, en had geweigerd bij de post te stoppen. (Reuter)