Toevlucht tot de rechter

ER IS GEEN politieke kwestie van betekenis in de Verenigde Staten die niet vroeg of laat terechtkomt bij de rechter.

Zo signaleerde Tocqueville al in de vorige eeuw. Het vraagstuk van de abortus waarover het federale Hooggerechtshof deze week uitspraak deed, valt ongetwijfeld in deze categorie. Het behoort samen met kwesties als de “oorlog tegen drugs” en seksuele intimidatie tot de met grote heftigheid uitgevochten morele strijdpunten die Amerika in hun ban houden.

Toch leveren opiniepeilingen en stemgedrag aanwijzingen op dat substantiële aantallen Amerikanen de voorkeur geven aan een verstandige middenweg. Beperkingen op abortus worden aanvaard zolang deze ingreep maar legaal mogelijk blijft. Wat dit betreft ontlopen moderne samenlevingen elkaar minder dan soms lijkt. Nederland - ook een moralistisch land - sloot tien jaar geleden een godsvrede over de zwangerschapsafbreking, en juist de vorige week kwam de Duitse Bondsdag na een hevige worsteling tot een wellicht niet ideaal maar toch alleszins verdraagzaam resultaat.

Waarom moet er met een draagvlak voor een politieke oplossing in Amerika dan toch de rechter aan te pas komen? Een praktisch antwoord is dat het abortusrecht in de VS al rechtersrecht is. Bijna twintig jaar geleden verklaarde het Hooggerechtshof in de baanbrekende uitspraak Roe versus Wade dat de grondwet het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw in beginsel erkent. Dit werd deze week, zij het met krappe meerderheid, bevestigd door het Hof: de persoonlijke vrijheid “hoeft niet zijn toevlucht te zoeken tot de stembus”. Een minderheid onder aanvoering van Opperrechter Rehnquist stelt daar tegenover dat de rechter juist terughoudendheid past tegenover het democratisch oordeel in het belang van de constitutionele zuiverheid.

DE TOEVLUCHT tot de rechter heeft in elk geval zijn prijs. Zeker in de VS staat de procesvoering in het teken van partijstrijd, het zogeheten “adversary model”. Zo kon de minderheid in het Hof schamperen dat het Roe-arrest de verdeeldheid “alleen maar op een nationaal niveau heeft getild”. Deze opmerking heeft in het geval van abortus een extra reliëf doordat de meerderheidsbeslissing deze week slechts een kwestie was van zoals dat heet “een hartslag”: de aanwezigheid van de 83-jarige rechter Blackmun, de grote man van Roe. In een ongebruikelijk persoonlijk terzijde merkte deze hoogbejaarde rechter op dat zijn ophanden zijnde opvolging wel eens “de keuze tussen licht en duisternis” zou kunnen betekenen. Dat was een bittere toespeling op de politisering van rechterbenoemingen, met als recentste voorbeeld het spektakel rondom rechter Clarence Thomas.

Toch had de benoeming van rechter Sandra Day O'Connor, die deze week het centrum was van de meerderheid in het Hof die het principe van het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw overeindhield, tien jaar geleden reeds in het teken gestaan van haar rechtzinnigheid op dit gevoelige punt. Haar oordeel nu krijgt daardoor een speciale betekenis. Daaruit blijkt dat onderscheid dient te worden gemaakt tussen de strijd in het land en in de zittingszaal en de hogere taak waarvoor het Hof zelf is gesteld: “de nationale verdeeldheid ondergeschikt te maken aan het gemeenschappelijk mandaat van de constitutie”.

TERECHT STELDE rechter O'Connor in dit verband dat het Hooggerechtshof niet onder politieke druk voorbij kan gaan aan het feit dat een hele generatie in de VS nu al de inrichting van hun persoonlijke leven heeft afgestemd op het beginsel van persoonlijke vrijheid. Roe had trouwens belangrijke precedenten, met name op het gebied van de geboorteregeling. Het gemak waarmee Opperrechter Rehnquist en zijn medestanders aan gewekte verwachtingen en fundamentele vrijheden voorbij willen gaan door het Roe-precedent compleet af te schaffen stelt in een schril daglicht dat eerder zij dan de verstandige meerderheid de radicalen zijn en polarisatie aanwakkeren in plaats van indammen.