Speeltje

DE RECENTE verrassende benoeming van Kohls vertrouweling Volker Rühe tot minister van defensie als opvolger van de in het ongerede geraakte Stoltenberg leverde binnen de kortste keren een voor de Duitse en Europese politiek even adembenemend besluit op.

De bewindsman kwam, zag en besliste dat hij op zijn begroting onvoldoende ruimte had voor het markenverslindende project van de Jäger 90, te ontwikkelen in samenwerking met Groot-Brittannië, Spanje en Italië. De Jäger 90 (geschat op 200 miljoen mark per stuk) moest worden geschrapt, tegen het verzet in van de buitenlandse partners en van de Beierse zuster van Rühes eigen CDU.

De beslissing werd deze week gewaarmerkt door de coalitie-fracties in de Bondsdag. Rühes statuur en de steun van de kanselier hadden het verzet daar gesmoord. Het schermen met plaatsvervangende bouw van een eenvoudig uitgevoerde "Volksjäger' moet vooral worden gezien als pasmunt voor de dwarsliggers in de eigen rijen en als zoethouder voor de teleurgestelde duopassagiers in Londen, Madrid en Rome. Wie tegenwoordig over luchtverdediging denkt en spreekt, en daar was Jäger 90 voor bedoeld, denkt nauwelijks meer in termen van bemande vliegtuigen. En als het daarvan om militair-folkloristische redenen toch nog moet komen, hebben de Amerikaanse en ex-Sovjet-mottenballenluchtvloten voldoende in de aanbieding.

HET JÄGER-90-besluit is een dubbel signaal. Het toont dat althans de Duitse regering bezig is uit de revolutionair veranderde strategische toestand in Europa echte consequenties te trekken en niet van zins is zichzelf door werkgelegenheidsplaatjes van de wijs te laten brengen. Het toont ook dat de Duitsers hun koudwatervrees beginnen te overwinnen wanneer het om confrontaties met bondgenoten gaat. Dat Parijs zich bij voorbaat aan het Jäger-90-project had onttrokken, maakte het Bonn overigens wel eenvoudiger tot deze "Alleingang' over te gaan. Ten slotte beantwoordt het aan een nationale emotie, die om minder bewapening vraagt.

Wenselijk zou zijn dat Rühes besluit als een voorbeeld zou worden begrepen voor andere Europese landen. Na de landbouw en de verzorgingsstaat is de defensie toe aan een kritische en creatieve beoordeling. Tientallen jaren lang was het uitgangspunt dat geld uitgegeven voor defensie welbesteed was. Dat is dus niet meer zo. Openheid over noodzaak en originaliteit over doelstelling zullen moeten worden aangemoedigd. De tijd voor speeltjes is voorbij.