Ritme is een rekbaar begrip; De programmering van Drum Rhythm en North Sea Jazz

Het programma van het zeventiende North Sea Jazz Festival, dat volgende week in Den Haag plaatsvindt, is bescheidener dan in voorgaande jaren; en ook op het Drum Rhythm festival in Amsterdam is dit weekeinde minder jazz dan ooit te horen. De oude publiekstrekkers zijn te duur, nieuwe sterren dienen zich nauwelijks aan, en behoudzucht viert hoogtij. “De dode Miles Davis schijnt voor North Sea 1992 meer waard te zijn dan de levende Wynton Marsalis.” Frans van Leeuwen becommentarieert de programmering van de twee grote zomerjazzfestivals, en bespreekt de laatste platen van enkele optredende musici.

Drum Rhythm Festival. T/m 4 juli in Amsterdam. Inl. 070-3542958. North Sea Jazz Festival. 10 t/m 12 juli in het Congresgebouw in Den Haag; gala-avond met onder anderen Lionel Hampton, Rachelle Ferrell en Tony Bennett op 9 juli. Inl. 070-3502034.

"Jazz is not dead, it just smells funny' zong Frank Zappa in zijn "Bebop-Tango' uit 1974. Men kan niet zeggen dat het komende North Sea Jazz Festival stinkt, wel dat het programma erg sterk naar gisteren ruikt. Naar Miles Davis vooral, vorige week nog in stemmig zwart-wit op het omslag van HP/De Tijd. Na negen successieve optredens op het festival is hij dit jaar de grote afwezige. De trompettist overleed vorig jaar, maar het North Sea zou zichzelf niet zijn als ze zijn geest niet nadrukkelijk zou laten rondwaren.

Allereerst is er op 11 juli het "Rebirth of the Cool'-project dat Davis' ingetogen opnamen uit de jaren 1949/1950 tot leven moet brengen. De gelouterde bugelspeler Art Farmer (63) speelt de rol van Davis. Leider, arrangeur en baritonsaxofonist Gerry Mulligan was er destijds ook bij, net als altist Lee Konitz. Pianist John Lewis en slagwerker Max Roach, die de komende week wel in Nederland optreden, waren voor deze wedergeboorte blijkbaar niet te porren.

Op 12 juli is er, ook in de Prins Willem Alexander-zaal in het Haagse Congresgebouw, een "Tribute to Miles Davis TM' waarvoor Davis' befaamde kwintet uit de jaren 1964-1968 is gereconstrueerd. De jonge trompettist Wallace Roney, die de grote meester vorig jaar ondersteunde bij het Gil Evans-project in Montreux, mag nu stand-in voor hem spelen. Ook na het Tribute blijven in de PWA-zaal Miles Davis associés de toon zetten: toetsenspeler Chick Corea en saxofonist Bob Berg.

Het eerste North Sea optreden van Wynton Marsalis sinds 1987 krijgt door dit alles iets pikants. Niet alleen omdat Marsalis en Davis "geen dikke vrienden' waren zoals de laatste in zijn autobiografie eufemistisch opmerkt, maar ook omdat Marsalis enkele keren voor impresario Hans Loonstijn opgetreden heeft. De vroegere concurrent van North Sea-organisator Paul Acket dus, want Loonstijn en zijn Jazz Inn Theater Productions waren in 1990 en 1991 verantwoordelijk voor de programmering van het Drum Jazz Festival Amsterdam: in de eerste week van juli (pal vóór North Sea), vijf dagen lang op vele locaties.

Wie er bij Loonstijn in kwam, die lag er uit bij Acket, zo eenvoudig was het in die dagen. De door kwade faxen en zure interviews vergrote animositeit tussen de twee jazz-impresario's bereikte een meer tragisch dan komisch hoogtepunt toen in juli 1990 beide festivals hun vocale boegbeeld verloren. Ella Fitzgerald moest wegens hartklachten afzien van haar optreden op North Sea de niet minder beroemde Sarah Vaughan overleed kort voor het Drum festival.

Monopolie

De vetes tussen Davis en Marsalis en tussen Acket en Loonstijn eindigden vrijwel tegelijk. Eind september 1990 overleed Miles Davis, het faillissement van Loonstijns Theaterbureau hing toen al in de lucht. De weg naar het North Sea Jazz Festival was voor Wynton Marsalis weer vrij. Acket Events B.V. nam de organisatie van het Drum Festival over en kreeg daardoor in Nederland vrijwel een monopoliepositie, ook al omdat andere festivals verdwenen of eens een jaartje oversloegen. Het enige grote festival dat er de laatste jaren bijgekomen is, is het Jazz Mecca in Maastricht. Georganiseerd door, men raadt het al, Acket Events B.V.

Acket beheerst dus de markt en ineens gebeuren er wonderlijke dingen. Het in de loop der jaren uitgedijde North Sea Jazz Festival gaat terug naar drie dagen, de omvang van vóór de Loonstijn-perikelen. Het festival in Amsterdam verandert zijn naam in "Drum Rhythm' en krimpt in tot drie dagen op vier locaties.

Wat is er aan de hand, waarom deze reductie van minstens een kwart? Wie de North Sea-programma's van vorige jaren bestudeert, kan maar één conclusie trekken: het aanbod schrompelt zo snel ineen dat er bijna geen alternatief is. Count Basie, Dexter Gordon, Sarah Vaughan, Miles Davis, Stan Getz en Art Blakey zijn allemaal dood. Andere paradepaardjes zoals Ella Fitzgerald, Lionel Hampton en Benny Carter zijn te oud of te ziek en met hen vele anderen. Weer anderen zijn gewoon te duur. James Brown vroeg dit jaar volgens Paul Acket 150.000 dollar, een bedrag waar hij niet op in wenste te gaan. De grote festivals, ook elders in Europa, hebben een zorgelijk gebrek aan erkende publiekstrekkers.

Het ruimhartig geprogrammeerde Amsterdamse festival heeft er minder last van dan North Sea: "rhythm' is een rekbaar begrip. Hans Dulfer heeft het evenzeer als de Malinese vocalist Salif Keita, en ook de groep Lois Lane houdt er wel van. En wie eigenlijk niet? Madonna, Michael Jackson en de Rolling Stones zijn te duur, anders stonden ze er ook.

Wie met een echt "jazz'-programma veel publiek wil trekken, krijgt het steeds moeilijker. Nemen we Dizzy Gillespie voor de zeventiende keer? Natuurlijk, die traditie mag nooit kapot. Weer Chick Corea, die vier maanden geleden nog in het Congresgebouw stond? Het moet maar. Maar er is natuurlijk een grens, niet iedere artiest kan zonder verlies aan publiek drie keer per jaar ons land aandoen. Nederland is een heel klein land, met veel wegen en treinen.

Ruim veertig acts uit het nieuwe North Sea-programma zijn alleen al in de afgelopen vijf jaar minstens twee keer eerder in Nederland geweest. Sommige musici lijken een abonnement te hebben. Buiten recordhouder Gillespie hebben ook Herbie Hancock, Lester Bowie, de Dutch Swing College Band en de Yellow Jackets sinds 1988 geen festival overgeslagen. De jazzscene is grondig in kaart gebracht, het terrein is vrijwel afgegraasd, er zijn geen sterren beschikbaar meer. Ze kunnen natuurlijk gecreëerd worden, zoals dit jaar vocaliste Rachelle Ferrell overkomt (vorig jaar debutant, dit jaar goed voor de gala-avond) maar dat lukt maar een enkele keer. Het jazzbedrijf zit anders in elkaar dan het tophitwezen.

Klatergoud

De aanbodreductie van Acket is dus, hoewel door nood ingegeven, verstandig. De groei lijkt uit de jazz, conservering is het enige wat er op zit. Tenzij men de jazzpretentie helemaal opgeeft en de wijn eindeloos aan blijft lengen. Want men mag zich afvragen wat Tony Bennett, Lou Rawls, Sergio Mendes, Bobby McFerrin en andere klatergoudacts op een jazzfestival moeten. Jazz is toch bedoeld als de "allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie' en niet als achtergrondgedruis bij krabcocktail met champagne?

Is er in deze nieuwe aflevering van het North Sea Jazz Festival dan helemaal niet nieuws en/of goeds te zien? Natuurlijk wel. Op vrijdag bijvoorbeeld de Mambo Kings van Mario Bauza, een serie jonge Engelse groepen in de Paulus Potterzaal, en de Franse violist Jean-Luc Ponty, terug van lang weggeweest. Wie Candy Dulfer en Cab Calloway al kent zou zaterdag eens in de Escherzaal kunnen gaan kijken. Daar spelen SFEQ, Jerry Bergonzi, Freekick en Wolfgang Muthspiel, allemaal vrijwel onbekend, maar wie weet?

Blijft de vraag waarom bij al het gebrek aan erkende sterren trompettist Wynton Marsalis zo onopvallend gepresenteerd wordt. Dat hij niet mee mocht doen met het "Tribute to Miles Davis TM' viel gezien de voorgeschiedenis te verwachten. Minder begrijpelijk is dat zijn naam niet voorkomt op de lijst van aanbevolen concerten, zijn beeltenis nauwelijks op posters wordt verspreid en zijn concert zit ingeklemd tussen die van zangeres Dianne Reeves en de groep Roots Salutes The Saxophone. Dat het Tuinpaviljoen voor zijn bloedserieuze boodschap een allesbehalve ideale entourage is komt daar nog eens bij. Reikt de macht van de Miles Davis Estate - "The name Miles Davis is a registered TradeMark' - soms verder dan het beschermen van diens naam? Zeker is dat de dode Miles Davis voor North Sea 1992 meer waard schijnt te zijn dan de levende Wynton Marsalis.

Misschien doet het er weinig toe en komen de bezoekers vooral om elkaar te zien. Het North Sea Jazz Festival is al lang een erkend instituut waar je je voor 195 gulden drie dagen goed kunt laten vermaken. Want duur is het North Sea Jazz Festival dankzij zijn warenhuisformule nog altijd niet.